+ Meer informatie

TER OVERWEGING

11 minuten leestijd

J.H. Velema, v.d.m., In of naast de kerk? Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 105 blz. f 17,50.

Een boeiend boekje dat wijde verspreiding verdient! Het gaat over het eeuwenoud verschijnsel van het buitenkerkelijk christendom, dat de laatste decennia actueler dan ooit is geworden door de opkomst van de evangelische groepen enz. Diepgaand wordt dit actuele verschijnsel dat ook onze kerken niet ongemerkt passeert, aan de orde gesteld. Het is verleidelijk een en ander breed te citeren, maar dat zou misschien de wens verzwakken dat alle ambtsdragers dit boekje aanschaffen en bestuderen en het gemeenteleden laten lezen die bekoord dreigen te raken door wat de groepen presenteren - pretenderen - te zijn. Ds. Velema schroomt niet daarbij de hand in eigen boezem te steken. Diagnoses stellen is een ding, de therapie wijzen een ander, maar die op jezelf toe te passen is wel het grootste en….. moeilijkste! Ook deze moderne vorm van het oude subjectivisme (blz. 81) beantwoordt aan de zucht om naar de mens zelf te verwijzen en verwezen te worden, de zucht die de eeuwen door de parasitaire satelliet van het Evangelie van vrije genade is geweest en zo machtig mooi aansluit bij onze gevallen situatie! Dan kan zelfs de tegenwoordig zo gangbare uitdrukking ”toeëigening des heils” nog wel remonstrants gehanteerd worden, als ik de schrijver goed heb begrepen (42, 44). Kortom: graag aanbevolen! Eén vraagje: is het betoog op blz. 17vv. een soort oratio pro domo? Ir. Van der Graaf zal de trend ervan wel kunnen waarderen.

Drs. G. van Rongen, Met al de heiligen. Liturgie in Hemel en op Aarde. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. Twee delen. 172 en 206 blz. à f 27,50.

De liturgie die in een gemeente wordt gevolgd, kan een bron van onrust, zelfs van twist worden, nl. zodra er iets veranderd wordt. Als de gehechtheid aan het traditioneel bestaande een bewijs was dat men zich bewust was van het wezen en de waarde van de tot dusver gevolgde liturgie naar Schrift en belijdenis, dan kan onrust bij veranderingen begrijpelijk zijn, maar zelfs dàn blijft alle twist onchristelijk. Drs. Van Rongen bewijst ons een grote dienst zo uitvoerig op de liturgie in te gaan om de kennis en het inzicht te verdiepen, zodat ”behouden omdat het oud is” en ”vernieuwen omdat het nieuw is” geen strijdkreten worden die èlke liturgie tot een prooi van de duivel maken. In het eerste deel wijst hij erop dat onze liturgie verbonden is met de hemelse liturgie naar Hebr. 12 : 22-24. Het tweede deel behandelt de gescheidenis van de liturgie zoals de kerk der eeuwen die heeft geleerd en in praktijk heeft gebracht. Beide delen vormen het eerste boek. Het derde deel (= het tweede boek) stelt ”’Zijn gemeenschap’: de gereformeerde liturgie” aan de orde en betreft verschillende elementen die in de eredienst een plaats hebben. Deze gedegen studie die een hartelijk ”Ten geleide” van prof. Trimp meekreeg, zal zonder twijfel voorzien in de behoefte aan kennis en inzicht in dezen - bij elke serieuze ambts- drager/kerkganger toch te verwachten? In de literatuurlijst miste ik de ”populair wetenschappelijke leergang” van wijlen prof. Van der Meiden: De Liturgie in onzen eeredienst. Overigens: een standaardwerk volgens prof. Trimp. Ik dacht niet ten onrechte.

Dr. J. Haitsma, Fridericus Ragstat à Weille (1648-1729). De eerste joodse predikant in de Nederlandse Gereformeerde (Hervormde) Kerken. Uitg. Groen en Zoon, Leiden. 87 blz. f 22,50.

Dit met veel sympathie en kennis van zaken geschreven boekje is het eerste deel uit de serie Vergeten Eerstelingen, waarin monografieën over Messiasgelijdende joden verschijnen. Dr. Haitsma beschrijft de levensweg van deze in Metz geboren jood die rabbijn werd en ”door verstandelijke overwegingen en onderzoek der Schrift” Jezus als de Messias leerde belijden, gedoopt werd en de kerken van Ossenisse en Spijk (bij Gorkum) als predikant diende. Op het raakvlak tussen kerk en Israël heeft deze ”eerste joodse predikant” het niet gemakkelijk gehad. Opvallend is dat hij op dat raakvlak zich niet onbetuigd heeft gelaten, zowel naar de christelijke als naar de joodse kant. Dr. Haitsma geeft een beschrijvend overzicht van de vrij talrijke publikaties van ds. A Weille. Wie zich betrokken weet bij de ontmoeting van kerk en Israël, late een geschrift als dit niet ongelezen!

Dr. W de Greef, drs. M. van Campen (red.), Reformatie-studies Congresbundel 1989 Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen. 96 blz. f 24,-.

In deze bundel zijn de referaten uitgegeven die op het eerste congres van de Stichting ter bevordering van de kennis van de Reformatie (30 aug. 1989, Apeldoorn) zijn gehouden. Na de opening door dr. O.J. de Jong refereerden drs. J.P. Boendermaker (over het Lutheronderzoek in Nederland), dr. G.W. Locher (Zwingli in Nederland), dr. W. van ’t Spijker (Calvijn in gesprek), dr. M. de Kroon (Bucer en Calvijn over de predestinatie, en: Calvijn en de predestinatie) en dr. W.H. Neuser (Het werk van de Calvijncongressen en hun toekomstige taken en doelen). De studies over Zwingli, Bucer en Calvijn - naast de meer informatieve - laten zien dat voortgaand bronnenonderzoek erg belangrijk en boeiend is. Eén citaat - weliswaar van Augustinus - ”Goed is God. Rechtvaardig is God. Omdat Hij goed is kan Hij zonder goede verdiensten vrijlaten; omdat Hij rechtvaardig is, kan Hij niemand verdoemen, die het niet verdiend had” (blz. 24).

M.R. van den Berg, Jesaja 1-12. Oordeel en bevrijding. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 114 blz. f 17,50.

M.R. van den Berg, Jesaja 13-35. Boven alle machten uit. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 168 blz. f 21,90.

Ds. Van den Berg biedt in deze beide boekjes een min of meer toepasselijke verklaring van de eerste helft van Jesaja, toepasselijk dan in die zin dat de hedendaagse actualiteit vooral naar voren wordt gehaald. Uiteraard is in het betrekkelijk korte bestek van deze boekjes geen diepgaande exegese te verwachten, maar wie graag lijnen getrokken ziet naar het hedendaags levensgevoel en wereldgebeuren, zal ongetwijfeld het zijne hier vinden, hoewel ook de ”voorbeelden” uit het verleden niet ontbreken. Beide deeltjes verschenen als ”Telos-boek” in de serie Zicht op de Bijbel.

K.A. Schippers e.a., Kerkelijke presentie in een oude stadswijk. Uitg. Kok, Kampen 1990. 296 blz. f 57,50.

Dit boek doet verslag van een project, dat onder buitenlandse inwoners (en ook onder enkele Nederlanders, vooral ouderen) van Rotterdam is opgezet. Kerkelijke presentie terwijl, zoals blijkt, de band met de kerk van de werkers zelf steeds zwakker en kritischer wordt. We kunnen dit boek niet uitvoerig beschrijven. Duidelijk is dat een moderne opvatting van het evangelie onder de mensen wordt gebracht. Dat betekent dat het bijbelse heil vooral in intermenselijke hulp en dienst bestaat. Dat dit erbij hoort (het diaconaat) willen we niet ontkennen. Wel is het ons te weinig als er niet meer wordt gezegd. In het derde deel van het boek, dus van het onderzoek, wordt vooral over de missionaire presentie in buurtwerk geschreven (solidariteit en bondgenootschap). Er mag geen spoor van dwang zijn om de mensen in de richting van God te dringen (blz. 204). Er zijn geen dwingende argumenten om een positief antwoord, in vrijheid, aan God te geven. Deze stelling gaat ons te ver. Dan neemt de plicht tot medemenselijke dienst (die plicht is er toch wel ondanks de zo duidelijk bepleite vrijheid) de plaats in van wat wij aan God verschuldigd zijn. Het boek biedt veel en interessant materiaal. Het laat zien hoe moeilijk leden van etnische minderheden het in een oude stadswijk hebben. De kerk zal haar dienstbetoon (eis van het evangelie) moeten laten uitlopen op het doorgeven van dat evangelie. Mijn indruk is dat dit project voor het eerste alle ruimte heeft, maar het tweede niet onontkoombaar noodzakelijk vindt. Dat is te betreuren, vooral ook omdat aan het hier verdedigde en gepraktizeerde standpunt theologische consequenties worden verbonden. Of zijn deze theologische stellingen eigenlijk uitgangspunt?

Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken 1991 Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. f 14,70.

Het informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken is er weer, ook voor 1991 in een blauwe omslag. Het bevat de noodzakelijke en bekende gegevens. Ds. K.H. de Groot schreef het jaaroverzicht onder de titel ”Het jaar van de teleurstellingen”. Dat geldt niet alleen voor de politiek, maar ook voor het kerkelijk leven. Opvallend is de moeite die de schrijver heeft met het besluit van enkele gemeenten om vrouwen tot de ambten toe te laten. De statistische gegevens zijn overzichtelijk. De Christelijke Gereformeerde Kerken staan meer leden aan de Nederlands Gereformeerde Kerken af, dan zij ervan ontvangen. Overigens is het verkeer met de synodaal Gereformeerde Kerken (heen en weer) ook opvallend. Een onmisbaar boekje voor wie mee wil leven, ook in de contacten tussen de kerken.

Dr. O. Noordmans, Verzameld werk. VII, Preken. Uitg. Kok, Kampen 1991. 560 blz. f 92,-.

Het zevende deel van Noordmans’ Verzameld werk. Ditmaal preken vanaf het begin (1903) tot voorbij het emeritaat. Interessant om te zien hoe zijn aanpak, vormgeving en stijl zich ontwikkelen. Een sterker concentratie en meer gericht op bijbelse thema’s aan de hand van kernwoorden of kernmomenten in de tekst. Er zijn ook enkele preekstudies, twee lezingen over preken, en de herdenkingsrede bij het veertigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. Ook deze bundel is voornaam uitgegeven en met acribie becommentarieerd. Een boek dat in de rij niet gemist mag worden. Het completeert de uitgave van Noordmans’ werk.

H.J. Hegger, Hoe leef ik met God? Uitg. Desondanks, Velp 1987. 224 blz. f 24,50.

Ons werd vanuit Kampen de tweede druk van dit boek toegestuurd. De inhoud is te typeren als een praktische dogmatiek. De hoofdpunten uit het christelijke geloof (naar gereformeerde belijdenis) worden besproken in directe toepassing op de persoonlijke beleving. Men vindt in dit boek verschillende gebeden. Daarin wordt verlangen naar God uitgesproken en daarin wordt God dank gebracht voor Zijn leiding en zorg. Het is een stichtelijk boek met een dogmatische ondergrond, soms in de vorm van een zelfgetuigenis. Ik heb moeite met de gedachte van de schrijver over de grondstructuur van de mens (blz. 15-26). Er is binnen de natuurlijke mens een strijd tussen hoger en lager. De ziel kent een tweedeling, waar dan - mijns inziens als derde - de geest nog weer bij komt. Dit heeft consequenties voor de uitleg van Romeinen 7. Op dit punt kan ik de schrijver niet volgen. Verder heb ik goede momenten beleefd bij het lezen van dit boek. De schrijver wil de persoonlijke kennis van en omgang met God, op de basis van het Woord stimuleren.

Hans Küng e.a., Godsdienst op een keerpunt. Uitg. Agora, Kampen 1991. 198 blz. f 32,50.

Een bundel opstellen als resultaat van een aan de V.U. gehouden studieconferentie. Een nieuwe visie op de inhoud, taak en plaats van godsdienst en handelen. Een herinterpretatie van haar functie. Boeiend en tegelijk onthutsend. Het is of de mens het zelf allemaal moet doen. God komt ter sprake, niet vanuit Zijn soevereine Zelfopenbaring, maar vanuit ons menselijk denken en doen; bij een van de schrijvers vanuit de leegte die wij ervaren. De schrijvers verschillen onderling ook nog wel wat. Dit boek is een tijdsdocument, dat voor geschoolden is geschreven.

A.J. Frij, A. Schilder e.a., Zeg mij hoe uw God is. Godsbeelden en mensbeelden. Uitg. Kok, Kampen 1991. 168 blz. f 29, 50.

Ter gelegenheid van het honderdtienjarig bestaan van de V.U. is er een symposium geweest over Godsbeelden en mensbeelden. Uit allerlei faculteiten is er een bijdrage geleverd: godsdienstwetenschappen, literatuur, godsdienstwijsbegeerte, psychologie (o.a. van Aleid Schilder), feminisme, liturgie en wijsgerige antropologie. Het resultaat is voor mij eerder verwarrend dan verhelderend. Wat wordt er verschillend gedacht. Waar is de erkenning van Gods openbaring en het belijdend naspreken daarvan? Wie bij de mens begint, blijft bij de mens steken! Bij twee auteurs (Van der Heide en Boon) vond ik de verwijzing naar wat God in de Bijbel ons openbaart. Verwijzing en belijdende verwerking zijn nog niet hetzelfde. Van zulk een publikatie kan wel informatie over pluralisme van denkbeelden uitgaan, maar geen geestelijke kracht.

Drs. Wubbo Scholte, Leven met het onvolkomene. Over depressie en depressiviteit. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1991. 96 blz. f 11,50.

Na twee jaar een herdruk. Dan spreekt het boekje voor zichzelf. Graag maken we nogmaals attent op dit boekje.

Theo Coenraads, Geroepen als Matteüs. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1991. 40 blz. f 15,90.

Dit zijn zeventien gedachten, alle van een tekening voorzien. Ze behandelen teksten uit het Evangelie naar Matteüs. Direct en kort in weergave en boodschap. Centraal staat de oproep om Jezus te volgen. Dat zal tot de keus van de titel hebben geleid. Toch vind ik de titel niet zo geslaagd. De inhoud is het proeven waard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.