+ Meer informatie

DIENT DAN GEEN GODEN NEVENS MIJ

9 minuten leestijd

Wanneer we beginnen aan een reeks artikelen over de tien geboden, vraaig je je misschien af: „Is dat nu wel nodig? " Iedere zondagmorgen wordt de Wet toch aan het begin van de kerkdienst gelezen? Je kent alle geboden uit het hoofd, en mogelijk luister je helemaal niet of alleen met een half oor naar de wetslezing. Soms voel je jezelf bekneld: dit mag niet en dat kun je niet doen. Nee, het naleven van de Wet is eigenlijk een juk op de schouders van veel christenen, dat ze het liefst zouden afwerpen. Wanneer wij zo denken en spreken dan is het voor ons onbegrijpelijk dat de langste psalm een loflied op de Wet is. Notabene 176 verzen ter ere van de Tien Geboden. Nog verbaasder ben je, dat de Joden een feest vieren dat de naam Simchat Thara (vreugde der Wet) draagt. Hoe is dat mogelijk?

Dit onbegrip kun je kwijtraken wanneer je de Wet niet alleen ziet als een wetboek van strafrecht, zoals wij dit kennen. Het hebreeuwse woord „Thora" wil meer zeggen dan wet. Het betekent ook leefregel of onderwijzing. Het onderhouden van Gods Wet geeft richting en doel aan ons leven. Het moet ons kompas zijn op de levenszee.

De wet begint met de woorden: „Toen sprak God al deze woorden zeggende: „Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb". Nadat Israël al Gods grote daden in Egj'-pte, aan de Rode Zee en tijdens de tocht naar Sinaï heeft gezien, geeft God de wet. Hij is Het die Abraham beloofd heeft voor zijn nageslacht te zullen zorgen. Dat heeft Hij gedaan. Hij heeft hen bevrijd uit Egypte: daarom legitimeert de Heere Zich als het ware met de woorden: „Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb", Hij die hen bevrijd heeft uit de slavernij van Egypte, spreekt tot het volk en geeft het de wet. Israël heeft tijdens het verblijf in Egypte gezien dat de Heere regeert. Nu wordt het volk opgeroepen de Heere te dienen; om de God die tro.uw is aan Zijn Verbond te gehoorzamen. God heeft door de bevrijding van het volk, het de mogelijkheid gegeven om op een andere manier hun leven in te richten. Daarom gaat Hij het volk onderwijs geven. Zo kunnen we de tien geboden enerzijds zien als een bevel tot gehoorzaamheid aan de Heere, anderzijds is ze ook een goede boodschap van een vrijheid die de Heere in Christus aan Zijn volk geeft.

Geen andere goden

Nadat de Heere Zich bekend gemaakt heeft, komt het eerste gebod: „Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben". Dat klinkt nogal dreigend! Dat wij dit dreigend vinden, wil noig niet zeggen dat het dat alleen is. Ieder gebod bevat zegen en vloek. Lees de uitleg van de wet in de Heidelbergse Catechismus maar eens. Steeds vind je er zowel de belofte als het oordeel in terug.

Geen andere goden. Dat was in Egypte wel anders geweest. Daar had je de onberekenbare god van de natuur: de Nijl die bij iedere overstroming niet alleen onvruchtbaarheid bracht, maar ook verwoesting. Daar was de zonnegod, die soms zijn verzengende hitte deed gevoelen. De farao, die je ondanks zijn medogenloze wreedheid moest eren. Daar behoeft Israël nu niet meer bang voor te zijn. De Heere, hun God heeft hen uitgeleid en bevrijd van het huis der dienstbaarheid. Let wel die dienstbaarheid geldt niet alleen de Joden die

slavenarbeid moesten verrichten. Ze betrof ook de Egyptenaren die zich in allerlei onmogelijke bochten moesten wringen om hun vele goden te vriend te houden. Deze goden waren er wel, maar ze bleken machteloos. De tien plagen. hadden hun onmacht gedemonstreerd. De Nijl kon niets anders meer dan bloed geven.

De zon moest drie dagen machteloos toezien hoe een duisternis het land bedekte. De farao, de goddelijke koning, verloor ieder perspektief voor de toekomst, toen zijn oudste zoon stierf. Die goden waren van hun troon gestoten en Israël kon zich overgeven aan zijn God. God gebiedt hen dat zij „Hem alleen vertrouwe in alle ootmoedigheid en lijdzaamheid zich alleen aan Hem onderwerpe, van Hem al het goede verwachten en Hem met hun gehele hart liefhebben, vrezen en eren" (H.C. vr. 94). Dit mag voor Israël het anker zijn waarmee het rust krijgt. Zo is het eerste gebod een blijde boodschap, een Evangelie!

Anderzijds klinkt even duidelijk de waarschuwing. Bedrijf geen afgoderij! Afgoderij? dat is toch het aanbidden van andere goden zoals de heidenen doen? Daar zal Israël toch niet aan meedoen! De geschiedenis heeft wel anders geleerd. Afgoderij is het vertrouwen op iets of iemand anders dan God. Dat geldt dus ook hen die wel deelnemen aan de dienst des Heeren, maar daarnaast waarde hechten aan waarzeggerij, tovenarij, voortekenen etc. Gcd verbiedt het volk om zich te laten insluiten in de ban van deze machten. In psalm 16 : 4 profeteert David, dat de smarten dergenen die een andere God begiftigen (dienen) vermenigvuldigd zullen worden. Afgodendienaars zullen Gods oordeel niet ontlopen. Een predikant schreef eens: Wij worden met onze afgoden, en door onze afgoden en om onze afgoden, geslagen." Israal moet haar geloofsbelijdenis onthouden: Hoor, Israël! de Heere onze God, is een enig Heere!" (Deut. 6 : 4). Zo is het eerste gebod de basis waar alle andere geboden op steunen!

De aktualiteit van liet eerste gebod

En wij ?

Wanneer wij ons bezinnen op de betekenis van het eerste gebod voor ons, dan dringt zich de vraag op in hoeverre dit nog aktueel is. De heidense goden, zoals Wodan en Donar hebben we allang in het museum gezet. Het zijn curiositeiten uit een grijs verleden. Is momenteel niet veel meer het probleem dat in onze samenleving de God van de Bijbel achter de horizon verdwijnt? Leven wij eigenlijk niet in een wereld zonder God, in plaats van een wereld vol goden naast de ene ware God? Inderdaad hebben velen God in hun denken uitgeschakeld. Ze willen leven zonder rekening te houden met de wil van God. Daarmee zijn ze echter hun uitzicht, hun perspektief kwijtgeraakt! Geen God' betekent, geen toekomst en geen bestemming! Zo voelt de moderne mens zijn bestaan als zinloos en doelloos !

Diezelfde mondige mens, die meent het zonder God te kunnen stellen, is in wezen zeer religieus. Hij zoekt een nieuw licht, waarbij hij kan wandelen op zijn levensweg. Hij wil een nieuwe god hebben; een die aan zijn beeld en wensen beantwoordt. De mens maakt zichzelf goden. Opvallend is de grote belangstelling voor oosterse godsdiensten. Zij weten door hun waas van geheimzinnigheid velen te boeien. Honderden jongeren worden meegesleurd door bewegingen van Hare-Krisjna, Bagwan, Moon, om maar enkele te noemen. De leegte die ontstond door het uitschakelen van God moet worden opgevuld door deze goeroes. Anderen zoeken een nieuw doel in de tijdgoden, zoals sport, spel, drugs, sexualiteit, vakantie, popmuziek etc. Teveel om op te noemen. Deze goden, produkten van mensenhanden, houden de schijn op dat ze ons een nieuw doel, een extra dimensie aan ons jachtige en zakelijke be-

staan geven. .De moderne mens meent hierdoor te kunnen genieten, plezier te beleven, kortom een benijdenswaardig bestaan te hebben.

Echter, schijn bedriegt! Lees eens psalm 115 of Jesaja 44. Daar worden de goden te kijk gezet. De profeten erkennen dat deze goden uiterst gevaarlijk zijn, maar ze hebben hen door. Ze kunnen niets.

Wat doen wij met het eerste gebod?

En wij? Mensen die zich christenen noemen? Welke plaats neemt God in ons leven in? Velen van hen, die zich christenen noemen, zijn eigenlijk de enige God kwijtgeraakt. Prof Dr. W. H. Velema zei ongeveer tien jaar geleden al: „Ik zie in onze tijd een grote neiging om het vertikale van het. Evangelie namelijk dat het van God komt en tot verzoening met God brengt, in te ruilen voor het horizontale: de verhouding tussen mensen en volken tot het een en al te maken. Ik geloof dat we door aan die neiging toe te geven, het Evangelie kwijtraken. Laten we het uitzicht naar Boven en op de eeuwigheid, vasthouden". Zo kan de dus zeer christelijk lijkende naastenliefde, verengen tot star horizontalisme en daardoor in strijd zijn met het eerste gebod.

En wij? kerkelijke jongeren, die instemmend knikken als er gewaarschuwd wordt tegen de goden van de tijd? Wij die ons hoeden voor het gevaarlijke horizontalisme, hoe betrachten wij Gods geb od? Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. De opmerkingen die daar tot nog toe over zijn gemaakt, hebben je misschien niet direkt geraakt. Ogenschijnlijk valt het met jou dus allemaal wel mee.

Maar wacht eens! Hoe belangrijk is voor jou je bezit? Wat is voor jou belangrijker, de rust die je krijgt in je vakantie of de Rust die te vinden is in de Heere? Moet je studie voor alles gaan, of staat de dienst des Heeren op de eerste plaats? Staat onze eigen eer voorop of willen we de eer van God boven alles laten gaan? Als je eerlijk bent, zul je hier beschaamd het hoofd buigen. Wanneer de Heere ons niet door Zijn genade ervoor bewaart, knielen wij iedere keer voor deze afgoden. Echter, de afgoderij manifesteert zich nog op andere wijze. Minder duidelijk. Het lijkt dat ze er niet is, maar toch ? Ik bedoel het vertrouwen op iets naast God. De H.C. noemt afgoderij, het in plaats van of naast God iets hebben waarop de mens zijn vertrouwen zet (vgl. vr. 95). Hoe is dat bij ons? Verwachten we het in de gespannen politieke situatie van dit moment alleen van de Heere? Of vertrouwen we ook een beetje op de militaire macht van de NAVO en de superioriteit van de U.S.A.?

Vertrouwen we ook bij onze eventuele promoties in het maatschappelijk leven alleen op Hem die ons leven bestuurt, of hopen we ook wel op de hulp van een zogenaamde „kruiwagen", die je bij je direktie kan voordragen?

Is de genezing van een ernstige ziekte voor ons allereerst een zaak van gebed, of staat de kundigheid van de arts voorop? Nog een keer, is het voor ons belangrijker of de Heere van ons afweet, of gaat het er vooral om wat .de mensen van ons persoonlijk zieleleven zeggen?

Wanneer je deze vragen op je in laat werken, dan zal een ieder zich schuldig voelen. Bidt daarom om bevrijding uit de slavendienst der afgoden. De Heere Jezus heeft ons geleerd te bidden: „Verlos ons van de boze". Wanneer dit de kreet van je hart is, dan zal de Heere je verlossen uit het diensthuis. En dan ben je vrij. „Want, wanneer de Zoon u heeft vrijgemaakt, zo, zult gij waarlijk vrij zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.