+ Meer informatie

Betekenis

5 minuten leestijd

(VII)

Hoewel we bij de bespreking van Van der Groe's werken soms een kritische noot plaatsen, mogen we toch zijn grote betekenis niet onderschatten. Met Alexander Comrie, zijn tijdgenoot en in vele opzichten zijn geestverwant, behoort hij tot cle belangrijkste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie in de 18de eeuw.

Van der Groe is een breed en veelzijdig man geweest. Allereerst dogmatisch, getuige zijn „Beschrijving van het Geloof" en zijn Catechismusverklaring, doch evenzeer pastoraal, gezien zijn „Toetssteen" en zijn vele op cle praktijk gerichte preken. Boetprediker bovendien, zoals blijkt uit zijn vele biddagspreken. En ijveraar voor de rechten van de kerk, met name in het geschil met zijn collega Petrus Hofstede. In clit alles leren we hem kennen als onvervalst Voetiaan. Hij heeft tegen de tijdgeest gevochten en het is verklaarbaar, dat hij, die vaak moeizaam en eenzaam tegen de stroom moest oproeien, ook weieens moedeloos werd. Om het met zijn eigen woorden te zeggen: „Alles, vrienden, alles heeft zijn weg ganselijk verdorven; het verval, de geesteloosheid, en de goddeloosheid van Nederlands volk en inwoners kan met geen woorden genoemd en met geen pen beschreven worden.... Hebt gij nog ogen om te zien, bekent dan met mij of het nu geen tijd geworden is om alle vrolijkheid en blijdschap af te leggen en bitterlijk te wenen over Nederlands Jeruzalem !"

Invloed

Van der Groe heeft ook door zijn prediking, maar voornamelijk door zijn nagelaten werken, in verschillende streken van ons land grote invloed gehad. Allereerst in cle twee gemeenten die hij heeft gediend: in Rijnsaterwoude, waar hij tien jaar heeft gestaan, maar met name in Kralingen, waar hij 44 jaar lang het Woord heeft bediend, wordt zijn naam tot op cle dag van vandaag genoemd. Dat er op beide plaatsen in de Hervormde Kerk nog naar Schrift en Belijdenis wordt gepreekt, zou nog weieens op invloed van Van der Groe kunnen wijzen.

In cle bewogen dagen van Afscheiding en Doleantie greep het Gereformeerde volksdeel haast vanzelf naar Van der Groe. Geen wonder, in zijn geschriften hoorde men een profetisch getuigenis, clat als het ware door cle loop der gebeurtenissen werd bevestigd. Gevolg daarvan is geweest, clat Van der Groe door sommigen grenzeloos is bewierookt. Hij kreeg eretitels als „de getrouwe Godsgezant, " „cle laatste ziener" en „de Maleachi van de vaderlandse kerk." Jan Mazereeuw, ook wel „cle profeet uit Opperdoes" genoemd, ging tenslotte zóver in zijn blinde verering voor Van der Groe, dat hij alle andere predikanten veroordeelde en zelf aan het profeteren ging!

Toch hebben de meeste Afgescheidenen en Dolerenden zich al spoedig van Van der Groe afgewend. Kuyper bijvoorbeeld, die veel waardering had voor Comrie, moest van Van der Groe niet veel hebben. Zijn hoofdbezwaar was, dat naar zijn mening het Verbond bij Van der Groe nauwelijks meer functioneerde. Maar het is te betreuren dat hij daarom de gehele Van der Groe heeft afgewezen en in hem eigenlijk de hele beweging der Nadere Reformatie. Sindsdien hebben de Ger. Kerken zich snel» gedistantieerd van de meeste „oude schrijvers, " uit vrees voor lijdelijkheid, subjectivisme, mystiek, e.d. Merkwaardig dat juist in onze tijd in deze kerkgroep weer een rapport verschijnt, waaruit verontrusting spreekt over de verschraling van het geestelijk leven! Zou Prof. van Ruler tóch gelijk hebben als hij in zijn bijdrage aan het boek „Hoe vindt u dat er gepreekt moet worden? " opmerkt, dat de predikanten meer oude schrijvers moeten lezen?

In de Ger. Gem. en in Oud Ger. kringen behoort Van der Groe nog wel tot de veelgelezen schrijvers. Het ware echter te wensen dat die lectuur niet beperkt bleef tot zijn „biddagspreken", die slechts één zijde van Van der Groe laten zien.

Besluit

We willen deze artikelenreeks besluiten met een citaat uit Van der Groe's „Beschrijving van het oprecht en zielzaligencl geloof." Het luidt als volgt: „Worden niet al Gods beloften van zaligheid in Christus altijd in het algemeen gedaan aan alle heilbegerige zondaren, die oprecht gewillig zijn Gods beloften en de beloofde goederen aan te nemen? Is niet het hele Evangelie een openlijke aanbieding en voorstelling van Christus en van Gods genade aan iedere zondaar die dat leest en hoort? Is het niet: o alle gij einden der aarde, wendt u naar Mij toe en wordt behouden? En die wil neme het water des levens om niet? Mag wel iemand zichzelf uitsluiten en zeggen: lk word niet geroepen? Christus biedt Zichzelf wel aan anderen tot Zaligmaker aan, maar niet aan mij? Begrijpen wij, Gereformeerden, deze zaak wel anders, dan dat het aanbod van Christus en de zaligheid in het Evangelie algemeen geschiedt, aan alle mensen die onder het Evangelie leven? Houden wij dit niet staande, aan de ene kant om alle verlegen zondaren de weg tot Christus wijd te openen? aan de andere kant om alle ongelovigen in de schuld te stellen, dat ze de Heere Jezus Christus, die hen in het Evangelie aangeboden wordt, versmaden en verwerpen, en dat alzo hun verdoemenis in die weg rechtvaardig zal zijn? '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.