+ Meer informatie

De buskinderen zijn wel eens ji

3 minuten leestijd

(Van een onzer verslaggevers) Vlak voordat Je naar me toekwam, heb ik het de kinderen nog gevraagd, zo vertelt meester Pietersen aan uw verslaggever. De kinderen die vyf tot vyftlen kilometer van de school vandaan wonen, staan 's morgens om circa zeven uur of kwart over zeven op. Om ongeveer acht uur (kwart over acht) komt de schoolbus langs ryden. Om negen uur beg:innen op de school de lessen. De middagpauze is van kwart over twaalf tot half twee en de school gaat 's middags om kwart voor vier uit. Oe buskinderen zyn dan over het algemeen rond half vyf of kwart voor vyf thuis.

Met andere woorden, dat betekent, zegt meester Pietersen, dat de buskinderen aan reistijd twee tot drie kwartier méér kwijt zijn dan de kinderen die hier in de stad zelf wonen. De buskinderen hebben dus minder tijd om te spelen. Vooral nu er ijs ligt, zijn die kinderen wel eens jaloers op hun kameraadjes die nog net voordat het donker wordt, na school een half uurtje kunnen schaatsen.

Meester Pietersen heeft de zesde klas van een reformatorische streekschool in hét kleine stadje Kleiberg. Dit stadje is een centrum op velerlei gebied (scholen, winkels e.d.) voor de wijde omgeving. Een aantal jaren geleden is daar de reformatorische streekschool waar meester Pietersen les geeft, tot stand gekomen.

In de zesde klas zitten 32 leerlingen. 24 kinderen komen uit Kleiberg zelf, de acht anderen wonen her en der, soms 15 km ver. Hoe vinden die kinderen het om elke dag zo lang te reizen?

Wel, zegt meester Pietersen, als het nieuwtje er af is, vinden ze het helemaal geen pretje meer. Dat komt ook omdat er een slingerende dijk in de route van de bus zit. Van al dat geslinger worden heel wat kinderen misselijk. Thuis of op school moeten ze dan eerst wat bijkomen. Veel kinderen pakken daarom 's zomers bij goed weer liever de flets dan de bus. / 's Middags blijven de buskinderen over op school. In de gemeenschapsruimte (ook gebruikt voor ouderavonden en als extra schooUokaal) staan tafeltjes en stoelen. Een der onderwijzers blijft bij toerbeurt de middagpauze over. Hij spreekt een gebed uit, zorgt er voor dat de kinderen de meegebrachte boterhammetjes verorberen, leest uit de Bijbel en doet het dankgebed. Daarna mogen de kinderen spelen op het schoolplein of als het weer ongunstig is, in de school zelf hun vermaak zoeken, zoals sjoelen, tekenen, lezen in iioeken uit de schoolbibliotheek, dammen enz. Vier keer per week (op de woensdagen dus niet) blijven de kinderen op school eten.

Nee, zegt meester Pietersen, ik zie geen verschil in schoolprestaties tussen de kinderen uit Kleiberg en de buskinderen. Integendeel, het lijkt er soms op dat de stadskinderen uit Kleiberg iets moeilijker in de omgang zijn dan de plattelandskinderen die met de schoolbus komen. Dat heeft wellicht meer te maken met de verhouding stad-platteland dan met de bus.

Wel is het zo dat de onderwijzer re-kening moet'houden met de buskinderen. Ze hebben al een hele „ruk" achter de rug als de school begint. Naarmate de dag vordert, daalt het opnamevermógen van schoolkinderen en zeker van de buskinderen. Daarom worden 's ochtends meestal de moeilijkere vakken gedaan en 's middags de zgn. vertelvakken. Een vrije woensdagmiddag is dan een uitkomst om weer „lirachten" te verzamelen. Maar alles bij elkaar: het is toch een hele opgave voor de kinderen, al dat gereis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.