+ Meer informatie

BEHOED UW HART

5 minuten leestijd

„Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens”. Spreuken 4: 23.

Het hart van de mens is het centrum van zijn bestaan. Het hart is ons ik. En van daaruit zijn de uitgangen des levens. Ieder daad, die de mens verricht, elk woord, dat hij spreekt, iedere gedachte, die bij hem opwelt, komt voort uit het hart. Het hart is onze levenscentrale. Zoals ieder rivier een bron heeft, van waaruit het water ontspringt, zo is ons hart een fontein, van waaruit alles wat de mens doet en niet doet voortkomt.

U begrijpt: het is bijzonder belangrijk hoe ons hart is. Is het een heldere bron, waaruit helder, gezond en levend water opwelt? Helaas, het tegendeel is waar. Gods Woord zegt, dat het een vuile bron is van wanbedrijven.

De Heere geeft in Zijn Woord een foto van ons hart. „En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was”. Gen. 6: 5. „In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijde kwaad.” Spr. 6: 14a. „Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt”. Spr. 6: 18a. En de Heere Jezus zegt: „Uit het hart des mensen komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.”

Matth. 15: 19.

Nee, het is geen foto om in te lijsten. Gods Woord is de Waarheid en geeft geen geflatteerd beeld van de mens, maar precies zoals hij is.

Ons hart deugt niet en daarom zijn de uitgangen van ons hart ook verkeerd. Toch komt de Heere met de eis: „Behoed uw hart”.

En deze eis is niet onbillijk. Immers, de Schepper van ons leven heeft ons een goed, een rein en gaaf hart gegeven. Hij is de Enige, Die recht op ons heeft. „Mijn zoon, geef Mij uw hart”. Zomin echter een schaapherder zonder kudde zijn schapen kan hoeden, zomin kan een mens zijn hart behoeden. Hij heeft immers zijn hart weggegeven aan de wereld, satan en zonde. Wanneer wij nog verkeren in onze natuurstaat kunnen wij onmogelijk aan deze eis voldoen. O zeker, we kunnen ons hart aan de buitenkant wel wat opknappen. De zondige begeerten kunnen door Gods algemene genade wat onderdrukt worden, maar... het hart is en blijft onrein. Een rotte appel kun je aan de buitenkant mooi oppoetsen, maar van binnen blijft hij rot. Er zijn wat wit gepleisterde graven. Maar van binnen: vol dorre doodsbeenderen. Hoevelen reizen de eeuwigheid tegemoet met wat uitwendige godsdienst en „geestelijke” zelfbediening.

„Behoed uw hart”. Wat zegt u? Kunt u dat niet? Gelukkig! Nee, op zichzelf is het natuurlijk niet gelukkig, dat u dat niet kunt, maar het is zo groot dat u dat aan de weet gekomen bent. Dat u dat niet alleen belijdt, maar ook beleeft! Dat hebt u niet van uzelf. U hebt dat geleerd op de hemelse academie. „Behoed uw hart”. Zalig, wanneer u onder die eis hebt leren buigen. U hebt de foto van uw leven gezien en bent er van geschrokken. Een voorrecht als we van onszelf mogen schrikken. De meeste mensen, zegt de apostel Jacobus, schrikken helemaal niet. Ze kijken even in de spiegel, maar lopen gauw weer weg en zij zijn terstond vergeten hoe ze er uitzien.

Jac. 1: 22. Dat zijn alleen maar hoorders des Woords. „Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijke hoorder geworden zijnde, maar een dader des Woords, deze, zeg ik, zal gelukkig zijn in dit zijn doen.” Jac. 1: 25. Dat zijn niet alleen hoorders, maar ook daders des Woords. Zij geven gevolg aan de oproep hun hart te behoeden. En lukt dit? Zij leren almeer inleven, dat de diepste zonde-ontdekking niet in staat is, ook maar één zonde te overwinnen. „Zonder Mij komt gij niets doen”.

Er blijft alleen maar over een arme zondaar met 5 nieten: ik kan niet, ik wil niet, ik heb niet, ik weet niet, ik deug niet. (Schortinghuis). Zij gaan uit naar de Heere. Zij vragen Hem om kracht. Zie maar naar de dichter van Psalm 141: „behoed de deuren van mijn mond”. En zo zouden we nog veel meer godzalige dichters aan het woord kunnen laten.

Weet u wat Erskine zegt? Dat wij de boze lusten des vieses overwinnen door het geloof.

Het geloof is wereldoverwinnind! „Gun door het geloof in Christus, krachten, om die te doen uit dankbaarheid”.

De heilige oorlog moet worden gevoerd in ons hart. Vooral tegen de vijand in eigen vesting.

Dat is de gevaarlijkste. Er mag geen sprake zijn van een wapenstilstand. Geen vreedzame coëxistentie-politiek! Strijden. Altijd maar weer strijden. Ten bloede toe. Door het geloof. Want met het schild des geloofs kunnen alle vurige pijlen van de boze worden afgeketst. De geestelijke wapenrusting van Efeze 6 hebben we nodig. Zonder strijd geen overwinning en geen kroon.

Christus heeft de overwinning voor de Zijnen behaald. Uiteindelijk is Hij het die in de gelovigen strijdt! Hij had een rein hart. Steeds heeft Hij Zichzelf verloochend en de eer bedoeld van Zijn Vader. Het was Zijn spijze te doen de wil Zijns Vaders.

„Behoed uw hart”. U bent nog onbekeerd? Deze eis komt ook tot u. Keer met de verloren zoon uit de gelijkenis in tot uzelf. Hij heeft het aan den lijve ondervonden hoe het afloopt met een mens die toegeeft aan de zonde. Uw leven moet vernieuwd worden door de levenwekkende arbeid van Gods Geest. De Heere geeft wat Hij eist. Verander de eis van God maar in een gebed tot God: Heere behoed Gij mijn hart. „En voeg het saâm, tot de vrees van Uwen Naam”.

Noordeloos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.