+ Meer informatie

Rijgen

5 minuten leestijd

Antwoord: Dauwworm is een huidaandoening die is toe te schrijven aan Antwoord: Drop wordt gemaakt uit een extract van verse wortelen van de zoethoutplant (Glycyrrhiza glabra) en bevat onder meer het glucoside glycyrrhizien, dat zich kan splitsen in glucuronzuur en glycyrrhetien, die slijmoplossend werken. Vandaar dat het gebruik van drop enigszins verlichtend is bij hoest. Deze werking wordt vaak ondersteund door toevoeging van zouten, zoals ammoniumchloride, en ontsmettingsmiddelen, zoals bij voorbeeld menthol. Bij laurierdrop wordt een extract uit de bladeren en bessen van de laurierplant als smaakmaker toegevoegd. De olie uit die bessen heeft wel een heilzame werking, zodat ze de gunstige invloed van drop versterkt. Er zijn indertijd goede resultaten geboekt na de toediening van laurierdrop bij lijders aan een maagzweer. Dergelijke patiënten kunnen een stoornis hebben in de maagafscheiding en in de maagwandbeweging. Ook de bloedvoorziening van de maagwand is van belang (vaatkramp, spasmen). Genoemde drop had daarop een gunstig effect. Maar er zijn ook bijwerkingen waargenomen, zoals bij voorbeeld waterzucht, doordat in het lichaam veel zout achterbleef dat anders door de urine zou zijn afgescheiden. Die bijwerking heeft te maken met de functie van de bijnierschors. Nu kent men diverse synthetische bijnierschorsstoffen en specifieke hormonale remstoffen, zodat men geen droppreperaten meer hoeft te gebruiken. Drop is daardoor teruggekeerd tot de genotmiddelen en het is beter de comsumptie van die snoeperij niet te overdrijven. Kunt u mij een handleiding geven om zelf een parelketting te rijgen met knoopjes ertussen ? Antwoord: Dat u sterk snoer moet kiezen, weet u al. Het moet echter soepel genoeg zijn om er kleine knoopjes in te Het Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht toont tot 19 mei "Stationsgezichten van Matthijs van de Weijer". Het gaat om tekeningen uit eigen bezit van Nederlandse stations. kunnen leggen, juist groot genoeg om elke parel op zijn plaats te houden. Het moeilijkste is echter om al die knopen op regelmatige afstanden, even ver van elkaar te leggen, zodat de parels netjes over het snoer verdeeld komen te hangen. Dat is een kwestie van eerst flink oefenen en mogelijk een aantal malen opnieuw beginnen, alvorens u dat precisiewerk goed in de vingers hebt. Fooit concentreer ik me zo verwachtingsvol op de natuur als vlak na de wintermaanden. De lente begint weliswaar al heel vroeg in de tuin, met knoppen in de hortensia, een bloeiende hamamelis, sneeuwklokjes en een zeldzaam mooie, maar zeer giftige kerstroos, maar ik moet toch echt het vrije veld in om het te kunnen proeven en ruiken. De laatste dag van februari raak ik nog verzeild in een sneeuwbui, maar als ik de dag daarna ineens een gaatje zie om er in m'n eentje tussenuit te knijpen, ben ik niet meer te houden. Het is al vrij laat in de middag en een dunne nevel hangt, als een trouwsluier, over de weilanden. Een slanke merelman vangt in een roestkleurige beukenhaag een van z'n eerste solo's aan voor dit jaar. Drie weken geleden, toen de winter op de valreep toesloeg, zat-ie als een opgeb'azen ballonnetje in de boom te kleumen.

Roerloos, al z'n veren wijd uitgezet, om zich te wapenen tegen de tou. Reigers stonden met de koppen in de kraag gedoken, als vermoeide, oude mannen, mistroostig bij een wak, in de hoop dat er een stekelbaars voorbij zou zwemmen.

Hier en daar zie ik nog steeds klonten ijs tegen de slootbermen aangeplakt zitten, maar het is nu al niet meer voor te stellen dat we nog zo kort geleden geschaatst hebben. Overal komt het groen van fluitekruid de grond uit en hoewel ik nog geen speenkruid zie bloeien, is er al blad genoeg. Dat belooft kleine, gele zonnetjes langs de bermen over een poosje. Ik kom een luidruchtige troep wilde zwanen tegen. Trompetterend staan ze bij elkaar. Het duurt niet lang meer, of ze gaan gezamenljk op de wieken richting Arctische Toendra, om daar de zomer door te brengen. Je zult naar de poolgebieden willen om daar te gaan nestelen! Ik zou beslist een warme plek uitzoeken. Jonge zwanen zijn overigens inderdaad niet moeders mooiste. De vogels die , het vorige voorjaar uit het ei kropen, staan grijs en kleurloos tussen de volwassen exemplaren in. Als zwaan zou ik in ieder geval niet meer terugverlangen naar mijn jeugdkleed. Als mens heb ik eerlijk gezegd nog wel eens die neiging. Even niet aan denken nu. Na de zwanen lijkt het alsof de weilanden waar ik langs kom, uitgestorven zijn. Maar als ik m'n kijker pak, blijkt dat zich nog genoeg gevederd grut in het gras verborgen houdt. Spreeuwen, mussen, een eenzame waterpieper en in de verte een koppeltje kraaien. Opeens houd ik m'n adem in. Daar waar de weg een knik maakt, hoorde ik het: gejodel en gescheld van kieviten. Twee stuks, onmiskenbaar. Met rode vleugels, rare salto's en onjetwijfeld, net als ik, gepakt door de entekriebels. Zoals de meeste weidevogels, zijn ook dit brutale jongens op lange stelten. Ik zie de kuifjes van de kieviten weer uit m'n kijker wegglippen. Nog even, dan komen ook de grutto's weer, en tintelt de naam waarmee ze zich voorstellen van alle kanten in je trommelvliezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.