+ Meer informatie

MÁXIMA-LE EERLIJKHEID

3 minuten leestijd

Het is alweer enkele maanden geleden dat er enige opschudding ontstond rond een toespraak die hare koninklijke hoogheid prinses Máxima hield. Zij legde daar de vinger bij het begrip ‘Nederlandse identiteit’ en stelde dat deze moeilijk, zo niet onmogelijk in een ‘one liner’ is te benoemen. Nu zag ik, in de schaarse momenten dat ik het nieuws zie, dat stukje zelf, en er was volgens mij weinig mis mee. Hoe anders dachten verschillende Nederlanders, zo bleek in de dagen daarna via radio, TV en kranten. De critici probeerden het ongelijk van onze (toch?) prinses aan te tonen, en dat kwam — als ik het goed begreep — vooral hierop neer dat Nederlanders wel degelijk een eigen identiteit hebben, en dat was de identiteit die zij zelf in hun reactie naar voren haalden. Minister Vogelaar en vervolgens premier Balkenende moesten eraan te pas komen, en de laatste legde onder andere de vinger op een (heel) zere plek: de woorden van de prinses waren uit hun verband gerukt en verkeerd geciteerd…

Les 1

In de kerk leren wij volgens mij hieruit twee dingen (die we al langer geleerd hebben, maar het kan geen kwaad het nog eens voor het voetlicht te brengen). Het eerste is dat wij zó voorzichtig moeten zijn om iemand te citeren en vervolgens daaruit conclusies te trekken. Daarin gaat vaak wat mis. Altijd even goed kijken en luisteren, en voor de zekerheid even navragen: ‘Hebt u dit of dat bedoeld?’ Het zal niet de eerste keer zijn dat broeders en zusters onrecht wordt gedaan, en dat na een tijdje een heel verkeerd beeld van hen is ontstaan. Het luistert nauw, zeker in de kerk! Hoe snel kan een zin uit een preek niet eruit gelicht worden, uit het verband worden gerukt, de schijnwerper erop gericht krijgen, en vervolgens de inzet worden van het ‘neermaaien’ van de dienaar van het Woord! En omgekeerd: wat moeten die dienaren altijd weer biddend erop letten bij de bestudering van de Schriften dat zij het Woord doorgeven, zoals dat de Heilige Geest behaagd heeft, in hun context, en in het geheel van de Schriften…

Les 2

Vervolgens: men kan de vraag stellen: bestaat er zoiets als een christelijke gereformeerde identiteit? Het zal teveel van prinses Máxima gevraagd zijn om daar een antwoord op te geven. Het hoeft ook niet; er zijn ongeveer 70.000 Nederlanders die daar een mening over hebben. En soms denk ik: ze vinden allemaal dat hun visie daarop de (meest) juiste is. Dat wordt lastig, zeker wanneer er verschillende visies op zijn — en dat is het geval. Is de chr. geref. Nederlander die met de oude psalmberijming en met de bijbelvertaling van 1951 bijvoorbeeld? Woont hij in Groningen of in de Albasserwaard? Draagt zij een rok of heeft zij lang haar? Ach, u kunt het met zóveel beelden aanvullen of tegenspreken… En tijdens de generale synode 2007 zijn er misschien al weer een paar ‘identiteiten’ bijgekomen… Of kan het ook ánders: is die chr. geref. Nederlander de broeder of zuster die oprecht trouw wil zijn aan de Schrift en aan de gereformeerde belijdenis, en die daaraan, afhankelijk van een plaatselijke situatie, een concrete gestalte geeft? Ach, ik weet het: het is slechts mijn mening…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.