+ Meer informatie

LILLE

1 minuut leestijd

De wens van deze scholieren uit Lille liegt er niet om. "Geld voor onderwijs, niet voor kanonnen", valt er op hun spandoek te lezen.

Eind jaren tachtig is de werkloosheid onder 25-jarigen teruggelopen. Van 21,6 procent mannen in 1985 naar 15,4 procent in 1989. Voor de vrouwen van 30 procent naar 24 procent. Maar nog stonden er in september 694.000 jongeren ingeschreven bij het arbeidsbureau ANPE.

In 1989 was 25 procent van de jeugd beneden de 25 werkloos, in 1973 was dat 6 procent. Ondanks deze minder rooskleurige ontwikkeling vertoont de generatie '80 een mengeling van het opstandige van de jaren '60 en het bezadigde van de jaren '70. „Jongeren tussen de 15 en 20 zijn realisten. Ze staan met beide benen op de grond... en op straat. Ze vechten voor een betere school en omgeving. Niet tegen de ouders, sociale orde of moraal. Nee, ze maken zich zorgen over aids, oorlog, werkloosheid, drugs, stadsgeweld, onveiligheid", zo viel in het dagblad Le Monde te lezen. Het fin-de-siècle-gc voel van de Franse jongere is kennelijk dat van iemand die bezorgd is voor de toekomst. Dat moet toch net zo welluidend klinken als het "wie de jeugd heeft, heeft de toekomst".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.