+ Meer informatie

„Hoop bureaucratische rompslomp"

Nieuwe aanpak onderwijs aan migrantenkinderen met scepsis begroet

6 minuten leestijd

De 140 Rotterdamse basisscholen met veel allochtone leerlingen werken sinds deze zomer samen om het onderwijs aan deze anderstalige kinderen drastisch te verbeteren. De scholen zijn sinds vijf jaar intensief bezig met aanpassingen in verband met de toestroom van migrantenkinderen.

Hiertoe waren zij verdeeld in negen financieel en bestuurlijk zelfstandige gebieden. Omdat deze versnippering niet effectief genoeg bleek, besloot de gemeente Rotterdam kennis en menskracht uit de oude besturen te bundelen in één „onderwi js-voorrangsgebied". Dit nieuwe beleid, waarin Rotterdam als voorbeeld dient voor andere gemeenten in het land, wordt echter niet door iedereen toegejuicht, zo blijkt uit gesprekken met het onderwijzend personeel.

„Voorlopig bestaat het nieuwe Onderwijs Voorrangs Beleid alleen maar uit het formuleren van doelstellingen en een hoop bureaucratische rompslomp", zegt directeur H. Moerland van de Arentsschool (95 procent allochtone leerlingen) sceptisch. „Het nieuwe bestuur staat veel verder van de scholen af en behartigt te veel belangen. Met het kleine bestuur van afgevaardigden uit de scholen in ons gebied konden we snel besluiten nemen over het invoeren van nieuwe onderwijsmethoden. Nu moeten we nog maar afwachten of we de kans krijgen door te gaan met die ontwikkeling".

Taaitraining

In de Arentsschool wordt veel gedaan voor migrantenkinderen. Tweeëntwintig leerkrachten zetten zich in om de 250 leerlingen voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Zo komt bij voorbeeld een negenjarige die net in Nederland woont en de taal nog niet beheerst, toch gewoon bij zijn leeftijdgenoten in groep vijf. Vier ochtenden per week gaat hij echter naar de "instroomklas", waar hij een intensieve taaitraining krijgt. Wie toch met leerproblemen kampt door zijn taalachterstand, wordt persoonlijk bijgeschaafd via "stimuleringslessen". Kleuters die thuis alleen hun moedertaal hebben geleerd, leren met behulp van plaatjes 2000 woorden per jaar.

De school had altijd voldoende geld om materialen aan te schaffen. Met cassetterecorders en platenboeken leren de kinderen in de instroomklas woorden en klanken, er zijn leesboekjes die inhoudehjk geschikt zijn voor tienjarigen maar technisch het niveau van beginnende lezers hebben, en speelgoed om kleuters logisch te leren denken. Al dit materiaal kon worden bekostigd, maar nu ook de financiële middelen op 1 augustus zijn samengevoegd in het zogenoemde Fonds Achterstandsbestrijding Onderwijs (FAO), vreest Moerland dat hij voor het eerst wèl krap komt te zitten. „Het FAO steekt het grootste deel in bureaufuncties en werkgroepen. Voor praktische middelen in ROTTERDAM Allochtone leerlingen krijgen les op de Rotterdamse Arentsschool. In de Maasstad werken 140 basisscholen met veel de scholen blijft dan weinig over", vermoedt de directeur.

Wel effectief

Volgens FAO-medewerker Jantine Kriens is de nieuwe aanpak wel degelijk effectief. „We hebben gekeken bij welke scholen het OVB het best gestalte kreeg. Die werkwijze is uitgangspunt geweest voor een activiteitenplan voor alle betrokken scholen in Rotterdam. Scholen die tijd en geld staken in dingen die misschien wel aardig voor de kinderen zijn maar niet rechtstreeks tot verbetering van het onderwijs leiden, krijgen nu hiervoor de kans niet meer. Met alle kracht werken we nu aan een nauwkeurig omschreven doel: verbetering van leerprestaties in de basisvaardigheden rekenen en taal".

Dat Rotterdam niet de enige is die iets ziet in het vormen van één onderwijs-voorrangsgebied, blijkt uit de reactie van andere steden met een onderwijs-voorrangsbeleid. Van de 28 overige "OVB-gebieden" in Nederland hebben er inmiddels 25 het Rotterdamse voorbeeld gevolgd. Ook zij hebben nu één bestuur en een FAO. Hiermee lopen de scholen vooruit op het ontwerp van de nieuwe Onderwijs Voorrangs Wet, dat momenteel voor advies bij de Raad van State ligt. Om het initiatief te stimuleren. heeft het ministerie van onderwijs de FAO's een extraatje van acht ton voor dit schooljaar gegeven.

Motoriek

Hoewel het besluit van de gemeente Rotterdam tot eenwording van de deelgebieden in overleg met afgevaardigden van de scholen is genomen, blijkt Moerland er niet als enige negatief over te zijn. Ook directeur J. Matthee van basisschool De Sprong was tevreden met de oude gang van zaken. Op zijn school, waar 138 van de 140 leerlingen allochtoon zijn, is ook veel veranderd. De vernieuwingen komen overeen met die op de Arentsschool.

Matthee spreekt ook over activiteiten op de school die buitenstaanders niet rechtstreeks met leerprestaties in verband brengen. „Veel migrantenkinderen hebben een slecht ontwikkelde motoriek. Dat komt vaak doordat ze minder gespeeld hebben dan de Nederlandse kleuters. Door die motorische achterstand komen ze in de knoei met het leren schrijven. Voor hen hebben we een kast met speelgoed en spellen, waarmee ze hun schade kunnen inhalen".

Dat het FAO nu uitsluitend geld wil steken in verbetering van rekenen taalonderwijs, vindt Matthee kortzichtig. „Behalve voor de moallochtone leerlingen sinds deze zomer samen om het onderwijs aan anderstalige kinderen drastisch te verbeteren. Foto ANP torische ontwikkeling zijn de spellen die De Sprong heeft aangeschaft, ook bedoeld om het logisch denken te bevorderen. Als een kind niet logisch kan denken, dringt het niet door dat je bij het lezen links bovenaan de pagina begint en rechts onder eindigt. En ook voor rekenen is een beetje logica nodig".

Ook Matthee vindt dat de centralisatie van de gebiedsbesturen tot vertraging in besluitvorming leidt. De dertien scholen in zijn gebied wachten nog steeds op goedkeuring van het bestuur voor de vernieuwingen waarmee ze dit schooljaar wilden beginnen.

Steun

Leerkracht Sohbet Külcu van basisschool De Globetrotter loopt evenmin warm voor de nieuwe bestuursvorm. „Toen ons gebied nog een eigen bestuur had, kregen we daarvan veel steun. We wisten bij wie we moesten aankloppen om hulp te krijgen voor het opzetten van nieuwe projecten en zij wisten wat er speelde. Nu hebben ze met te veel scholen te maken".

De vrees van Moerland dat de school er financieel op achteruit gaat nu er één fonds is gekomen, deelt juf Sohbet niet. „We hebben hier altijd al te weinig geld gehad om geschikte materialen aan te schaffen. Voor rekenen en taal hebben we wel aardige boekjes, maar de aardrijkskunde- en geschiedenislessen passen we zelf maar aan. We zijn allang blij dat we de allochtone kinderen kunnen opvangen. Tien jaar geleden moesten onaanspreekbare kinderen hier nog met behulp van gebaren en zelfgemaakte tekeningetjes kinderen Nederlands leren. Nu hebben we daarvoor "praatplaten", grote posters met afbeeldingen over één thema, en geluidsmateriaal".

De scholen hebben pas echt de mogelijkheid gekregen hun onderwijs te verbeteren toen in 1986 het Onderwijs Voorrangs Beleid werd goedgekeurd. Vanaf dat moment werd de aanpassing van de lessen aan migrantenkinderen professioneler. Om de kinderen individueler te kunnen benaderen werden 700 extra onderwijzers aangetrokken. Het Rijk steekt nu 37 miljoen gulden per jaar in die extra leerkrachten op de Rotterdamse basisscholen. Daarnaast geeft het 7 miljoen uit aan extra materialen. De gemeente Rotterdam draagt hieraan bij met 3,5 miljoen gulden.

Prima

Het staat voor Jantine Kriens vast dat inmiddels in het basisonderwijs veel is verbeterd. De bezwaren van de scholen tegen de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.