+ Meer informatie

Kamer: Beperk aftrek lijfrente tot 5000 gulden

Regeling moet per 1 juli ingaan

2 minuten leestijd

DEN HAAG - Een kamermeerderheid van CDA en PvdA houdt vast aan de wens de fiscale aftrekbaarheid van lijfrentepremies te beperken tot maximaal 5000 gulden per persoon per jaar. De twee fracties hebben gisteren bij de behandeling van het wetsvoorstel "brede herwaardering" een daartoe strekkend wijzigingsvoorstel ingediend.

Op dit moment mag de burger nog elk jaar ruim 17.000 gulden aan lijfrentepremies aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Als het aan de fracties van de regeringspartijen ligt, zal dat spoedig beperkt worden tot 5000 gulden. Het is de bedoeling dat de maatregel al per 1 juli ingaat. Het wetsvoorstel moet echter nog door de Tweede en de Eerste Kamer worden aangenomen voordat het in het Staatsblad geplaatst kan worden.

Aanvankelijk was het voorstel van de regering, het bedrag dat maximaal afgetrokken mag worden helemaal vrij te laten, het zogenaamde 'natuurlijk maximum'.

Het CDA en de PvdA waren er toch niet van overtuigd dat daar geen misbruik van gemaakt zou worden. Zij stelden daarom al eerder voor het natuurlijk maximum van overheidswege in bedragen vast te leggen. Dat werd een basisaftrek van 10.000 gulden voor iedereen. Gehuwden mochten volgens het plan samen één keer 10.000 gulden aftrekken. Samenwonenden daarentegen twee keer 10.000 gulden. Voor mensen die in problemen kwamen met de opbouw van een behoorlijk pensioen werd een tweetal aanvullende rpgetipg^nyoorgesteljd.

Bezwaar

CDA en PVdA maakten daarop bezwaar tegen deze regeling. Het feit dat gehuwden slechts de helft van de aftrek kregen van samenwonenden achtten zij discriminerend. Bovendien vonden zij het bedrag te hoog. Vandaar dat er nu een wijzigingsvoorstel ligt waarin een ieder, gehuwd of niet, een gelijk bedrag van 5000 gulden aan betaalde lijfrentepremies mag aftrekken.

Het vorige kabinet heeft echter al afspraken gemaakt met de verzekeraars over het vroegere natuurlijk maximum.

WD-woordvoerder Linschoten vindt dat de overheid aan die afspraken gebonden is. Anders is de overheid „onbehoorlijk en onbetrouwbaar", vindt hij. PvdA en CDA hebben daar minder moeite mee. „Hoe lang blijft die binding voortduren? Hoe komen we hier van af?" zo vroeg CDA-woordvoerder Vreugdenhil zich af. Vandaag zou het debat in de Kamer worden voortgezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.