+ Meer informatie

DE KERK EN DE SAMENLEVING

3 minuten leestijd

Onlangs verschenen er twee boeken waarin dezelfde thematiek aan de orde wordt gesteld: wat is de rol van de kerk in de moderne samenleving? Dekker, emeritushoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit, beantwoordt de vraag van de hoofdtitel van zijn boek bevestigend. De manier waarop de kerk is georganiseerd – geïnstitutionaliseerd volgens een verenigingsmodel – past niet meer in deze tijd. Ze meent zich zowel op de wensen van haar eigen leden – bijvoorbeeld om een heldere positiekeuze in zaken van belijden – als op die van de samenleving te moeten richten. Dat is een onmogelijke spagaat. Bovendien legt de huidige organisatiestruetuur van de Protestantse Kerk in Nederland veel macht in de handen van weinig mensen, in landelijke organisaties, en is de tendens van de kerk onmiskenbaar gericht op zelfbehoud en voortbestaan. Dekker pleit voor een doorstart van een oude Kuyperiaanse onderscheiding, namelijk tussen de kerk als instituut enerzijds en organisme anderzijds. In de kerk als geloofsgemeenschap (‘instituut’) zou je je kunnen bezighouden met en bezinnen op het eigene van het christelijk geloof, maar in de kerk als maatschappelijk instituut (‘organisme’) zou men eenvoudig dienstbaar moeten zijn aan de hele samenleving.

Kennedy, hoogleraar moderne geschiedenis en lid van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), pleit voor de kerk als contrasterende gemeenschap. Ze moet niet proberen te voldoen aan de wens als bindmiddel te fungeren, om ‘de boel bij elkaar te houden’. Beter kan ze zich ten doel stellen, anderen ten voorbeeld te zijn als alternatieve gemeenschap. Daarin gaat het – aldus Kennedy – om het kunnen benoemen en scheppen van een nieuwe werkelijkheid. Voor kerken die door kleurloosheid in een geseculariseerde samenleving ten onder dreigen te gaan is het van groot belang dat zij zich richten op de kwaliteit van hun gemeente-zijn en op de kracht van hun eigen identiteit.

De auteurs stemmen erin overeen, dat de kerk vandaag moet afzien van ‘profetisch’ spreken. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft zich na de Tweede Wereldoorlog daar sterk voor gemaakt, maar inmiddels is de kerk in ons land minderheid geworden die ook nog eens in hoog tempo vergrijst en slinkt. Verschillen tussen beide auteurs zijn er ook. Dekker moet niet veel hebben van de het huidige instituut van de georganiseerde kerk. In de samenleving is er veel godsdienstigheid, die in zo’n kerk niet geïnteresseerd is. Ietsisten, solo-religieuzen en anderen hebben volgens hem wel belang bij een kerk die vooral faciliterend is in het zoeken naar zingeving. Veel behoefte aan helderheid op het punt van het belijden valt bij hem niet te bespeuren. Kennedy daarentegen wil een kerk, die haar eigen boodschap serieus neemt en ook lééft.

In deze boeken wordt ons een spiegel voorgehouden, die we maar beter niet weg kunnen duwen. Dat de weg die gewezen wordt ons mogelijk niet bevalt, impliceert niet dat de analyses niet terdege overwogen dienen te worden.

n.a.v. James Kennedy, Stad op een berg. De publieke rol van protestantse kerken, en Gerard Dekker, Heeft de kerk zichzelf overleefd? Beschouwingen over de rol van de kerk in de moderne samenleving, Uitg. Meinema Zoetermeer 2010, 187/244 blz., € 17,90/19,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.