+ Meer informatie

Muziek in de maak

4 minuten leestijd

Tijdelijk aan mijn 'assortiment' toegevoegd twee mappen die er keurig verzorgd uitzien. Een muziekmethode voor het basisonderwijs. Bij het zien van de mappen (inclusief cassettebandjes) ben ik direct enthousiast. Ik heb namelijk onlangs (op cursus) begrepen dat muzieklessen een waardevolle inhouden een duidelijke opbouw moeten hebben. Kinderen kunnen méér dan 'leuk en gezellig met elkaar zingen' (Overigens is het maar de vraag of alle kinderen het wel zo leuk vinden om (alleen maar) 'lekker te zingen' tijdens de muziekles) Van groepsleerkrachten wordt dus verwacht dat ze minder 'vrijblijvende' muzieklessen geven.

Muziek op school is verplicht! De samenstellers van 'muziek in de maak' gaan er vanuit dat er mogelijkheden te over zijn om te werken aan een goede muzikale ontwikkeling binnen het basisonderwijs. Dit klinkt veelbelovend. Deze methode wil groepsleerkrachten 'houvast' geven.De inhoud van de muzieklessen is per school verschillend. Veel hangt af van de mogelijkheden van de leerkracht. Niet iedere leerkracht is een muziel< onderwijzer(es). De methode is gebaseerd op een doelstelling, uitgewerkt voor alle acht jaargroepen. De opbouw van de methode bestaat uit vijf muziekdomeinen: beluisteren, maken, vastleggen en het bespreken van muziek. Ook wordt aandacht besteed aan het bewegen op muziek. Net als bij de hoofdvakken rekenen en taal moet helder worden welke vaardigheden uiteindelijk bereikt moeten worden. Als de leerlingen de basisschool verlaten, moeten zij een basiskennis van het vak muziek hebben. Continuïteit in de leerstof is van groot belang. De methode biedt een duidelijke structuur en opbouw. Leerlingen krijgen vorming op het gebied van ritme, melodie, elementaire vormen van tonaliteit (toonladders), het beluisteren en maken van muziek.

De auteurs van de methode spreken over een synthese tussen absolute en relatieve toonstelsels. Door dit consequent toe te passen ontstaat spelenderwijs een intervalsbewustzijn dat beter past in de belevingswereld van de kinderen dan het abstracte 'do-re-mi'. Het aanleren van de toonladder in toontrefwoorden vormt 'een rode draad' binnen de methode.

Pedagogische en didactische tips ontbreken niet in de handleiding (Het verschil tussen hard en zacht zingen kan de leerkracht symboliseren door een grote papieren hand (hard zingen) of een kleine papieren hand (zacht zingen) op te steken.

Sommige liedjes zijn wat ouderwets (bv.'poesje mauw') of meer besteed aan peuters ('draai het wieletje nog eens rond'). De liedjes zijn (qua inhoud en melodie) niet zo 'bruisend' als liedjes uit andere bekende bundels. De manier van aanleren doet wat ouderwets aan (tekstregels voorzeggen en nazeggen). Sommige spelideeën zijn leuk (zitten rond de herfsttafel en het geluid van de wind nadoen. Zwiepende takken nabootsen).

Positief vind ik de aandacht die gegeven wordt aan allerlei muziekinstrumenten (verschillen in materiaal, manier van bespelen en sterkte van het geluid). De inhoud van de lessen is vrij technisch en hoog gegrepen. Het 'spelenderwijs' (een van de uitgangspunten van de methode) komt niet zo uit de verf. Je kunt je afvragen of het zinvol is om kleuters al zo bewust kennis te laten maken met de mineurtoonladder en de klinkerarticulatie. Beweging moet een belangrijke plaats innemen bij kleuters. Ze zingen snel en graag mee. Misschien moeten we bij hen minder een beroep doen op het luistervermogen. Overigens heb ik nog nooit een kleutergroep canon horen zingen... Knappe leerkracht die dit spelenderwijs en 'op niveau' voor elkaar weet te krijgen.

Samenstellers van de bundel 'eigen-wijs' beweren dat goed canonzingen pas lukt vanaf het tiende jaar (groep 6).

Map 2 is een herhaling en een verdieping van de lessen uit map 1. Deze map is bestemd voor groep 2. Veel liedjes worden herhaald. Het toontreffen wordt m.b.v. miniposters inzichtelijk gemaakt.

Mijn conclusie is dat er geen sprake is van een breed samengesteld liedrepertoire (dit heeft waarschijnlijk te maken met de doelstelling van de muziekmethode). De liedjes klinken niet uitnodigend. Inzingoefeningen en klankspelletjes mis ik. Er wordt vooral aandacht besteed aan de technische aspecten van de muziek.

Waardering heb ik voor de doelstelling (o.a. een duidelijke opbouw en aandacht voor de technische aspecten van muziek) van de methode. Een 'pluspunt' voor de schooldirectie: de methode geeft precies aan dat u voor de beschrijving van het vak muziek in de schoolgids gebruik kunt maken van de tekst van de toelichting.

U mag de tekst letterlijk overnemen! (biz. VI in map 1).

N.a.v. Muziek in de maak (een nieuwe) muziekmethode voor tiet basisonderwijs. CJ. Nijhofen AA. Rietveld. Stronks en Stoop. Uitgevers van onderwijsmaterialen. Hardinxveld-Giessendam/Maasbracht. Tel/fax: +3 / (0)184-614602.

Ellen de Jong

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.