+ Meer informatie

Zeeuws-Vlaanderen, ons overzeese gebiedsdeel

7 minuten leestijd

Zeeuws-Vlaanderen is wel eens "ons overzeese gebiedsdeel" genoemd. Willen we op weg naar dit gebied binnen de landsgrenzen blijven, dan kan dat alleen door met de veerponten Kruiningen of Vlissingen te gaan. Geografisch, landschappelijk en naar volksaard is het gebied meer Vlaams dan Nederlands. Daarom heet het ook in een uitgave van het Toeristisch Bureau: Zeeuws Vlaanderen... een landje apart!

Wij nemen vanuit Vlissingen de veerpont naar Breskens voor een overtocht van zo'n twintig minuten. In Breskens is weinig over van het verleden, in de oorlog is het bijna totaal verwoest. Maar aan de haven is het gezellig druk, vooral als de garnalenvissers om ongeveer 12 uur binnenkomen. We rijden via de buurtschap Een, Hoofdplaat en Driewegen naar Biervhet, de plaats van de beroemde Willem Beukelszoon, waarschijnlijk de uitvinder van het haringkaken in het begin van 1400. Hij is de man geweest, zegt men, die ontdekte dat als je de ingewanden van de haringen verwijderde en de vissen daarna in het zout legde, ze lang houdbaar bleven. In het sfeervolle hervormde kerkje zijn een drietal mooie gebrandschilderde ramen uit 1658 te bewonderen. Er hangt ook een mooie koperen kroonluchter, terwijl op verschillende banken nog oude koperen kaarsenhouders aanwezig zijn. De volgende plaats is IJzendijke. We beginnen maar weer bij de kerk, want hier is een heel mooi Tien-Gebodenbord uit 1620 te bewonderen, terwijl bij de orgelliefhebbers het Batzorgel uit 1878 wel bekend zal zijn. In het voormalige gemeentehuis is nu het streekmuseum gevestigd, met o.a. een Cadzandse kamer met klederdrachten, waar vooral de dames wel het mooie kant zullen bewonderen. Zoals in heel Zeeland komen ook in Zeeuw-Vlaanderen > Het oude raadhuisje van St. Anna ter Muiden. (Foto: Provinciale WV Zeeland) nog veel molens voor. Ook in IJzendijke staat er een.

Turkije
We gaan nu richting Oostburg en rijden via Turkeije en Waterlandkerkje.Nooit van Turkeye in ons land gehoord? Het ligt er toch echt. Het dankt de naam aan het feit dat Prins Maurits hier indertijd twee forten liet aanleggen die Groot en Klein Turkeye heetten. Waterlandkerkje is klein en heeft een interessant verleden, "'t Kerkje" was in 1674 het begin van wat het plaatsje nu is. Het werd midden in het land gebouwd, op de grens van drie polders, waar twee dijken samenkwamen. De Hervormde gemeente bestond al eerder, men kwam toen samen in een voormalig rooms-katholiek kerkje dat tijdens de 80-jarige oorlog in verval was geraakt. Dit kerkje stond ongeveer 4 kilometer zuidelijker, dicht bij de tegenwoordige Belgische grens. De predikant van de kleine gemeente was dominee Johannes Stuerbout. Tijdens een dienst vielen een aantal Spaanse soldaten van het bezettingsleger in de Zuidelijke Nederlanden de kerk binnen en mishandelden dominee Stuerbout zodanig, dat hij twee maanden later aan zijn verwondingen overleed. Het oude kerkje werd zo bouwvallig dat men besloot een nieuw te bouwen. Dit kerkje was het begin van het tegenwoordige plaatsje. Het dorpje dat ontstond bleef maar klein, in 1751 stonden er nog maar vijf huizen. Een naam had het in 't begin niet, maar het werd „'t Kerkje" genoemd en in de volksmond heet het nu nog zo. Voor het kerkje staat nu een (houten) standbeeld van dominee Johannes Stuerbout.

Eede
Nu gaan we op St. Kruis aan, een dorp te midden van een prachtig natuurgebied. Wat opvalt is de dorpskerk met haar plompe (niet afgebouwde?) toren, die net als zijn collega in Zwolle de "Peperbusse" wordt genoemd. Met behulp van een goede kaart van dit gebied rijden we nu over rustieke landweggetjes naar het dorp Eede, het plaatsje waar Koningin Wilhelmina in 1944 weer voet op de Nederlandse bodem zette. Via de N251 zijn we snel in Aardenburg. Het was van de 1 Ie tot de 14e eeuw de belangrijkste stad van Zeeuws-Vlaanderen. De hoofdoorzaak dat de stad zijn positie verloor was het dichtslibben van het Zwin. De Gentaren plunderden de stad in 1383 en 1393, slechts een heel klein deel van de bevolking ontkwam. Naderhand werd het weer geplunderd en platgebrand, er bleef werkelijk niet veel meer van over. Na ruim 100 jaar was het weer een beetje stad geworden en in 1604 nam Prins Maurits het in bezit. Hij stelde vast dat de vesting zoals hij toen was niet goed te verdedigen viel. De verdedigingskring werd veel nauwer gemaakt. Helaas werd daarbij de mooiste kerk van heel Zeeuws-Vlaanderen opgeofferd! Wat is er nu nog te zien? Het meest opvallende is de grote St. Baafskerk, gebouwd vanaf de 13e eeuw op fundamenten van een verwoeste kerk. Het is een enorme ruimte, met aan de zijkanten sarcofagen opgesteld die indertijd zijn gevonden. Het koor, waar de diensten worden gehouden, is helaas erg ontsierd door een serie gasflessen met bijbehorende warmtestralers.

Hurkgraf
In de Weststraat op nr. 24 zien we een poortje met beeldhouwwerk en trapgevels van het voormalige Burgerweeshuis. Het gemeentelijk Archeologisch Museum is zeer zeker een bezoek waard. Men heeft indertijd een zogenaamd hurkgraf gevonden, met daarin het geraamte van een Germaanse krijger in hurkhouding. Hij is vermoedelijk omstreeks het jaar 275 gestorven. De Kaai- of Waterpoort uit 1650 is een mooie afsluiting van het centrum. De naam Waterpoort is nog afkomstig vanuit het verleden, toen lag Aardenburg aan het water. Ook Sluis had zijn opkomst te danken aan de ligging aan het Zwin en was een belangrijke haven in het verleden. Door de verzanding van deze rivier was het ook met de bloei van Sluis gedaan. Het stadhuis werd in 1390 gebouwd; de toren ervan is het enige Belfort in Nederland. Belfort is de naam voor een middeleeuwse wachttoren met stormklok, een oude naam was ook: Belfroot. De bekende Jantje van Sluis, die de stad indertijd behoedde voor een inval van de Spanjaarden, slaat nog dagelijks de (storm)klok. In 1944 werd Sluis door oorlogsgeweld vrijwel geheel verwoest. Gelukkig is alles weer herbouwd en/of gerestaureerd. Het stadhuis is in het seizoen iedere dag te bezichtigen van 10.00 tot 12.00 en 13.00 tot 17.00 uur. De raadszaal met houtsnijwerk, gobelin en schilderijen wordt afgesloten met een schitterend smeedijzeren hek. Hij staat bekend als een van de mooiste raadszalen van Nederland! In Sluis woonde een zekere meester Van Dale, en deze schoolmeester is de auteur geweest van de eerste uitgave van wat is uitgegroeid tot het Groot woordenboek der Nederlandse taal, oftewel de "Dikke Van Dale". Hij was ook nog stadsarchivaris. Een standbeeld van hem zorgt ervoor dat we deze knappe schoolmeester niet vergeten. Sluis. Tegen de toren van de vroegere grote kerk is in 1653 de bestaande kerk gebouwd.

De markt van Mude
Vooral in de zomermaanden krioelt het van toeristen in dit stadje. Daarom zoeken we nu weer een wat rustiger oord op en gaan naar Sint Anna ter Muiden. In de middeleeuwen heette het alleen Mude (monding) en lag het net als Aardenburg en Sluis aan het Zwin. Hetzelfde lot als de andere plaatsen viel ook Mude ten deel: de rivier verdween, en daarmee was ook de bloeitijd van de plaats voorbij. Het nu nog schilderachtige marktplein(tje) met zijn 17eeeuwse raadhuis en oude dorpspomp deden de bekende Willem de Mérode dichten: Het plaatsje is werkelijk een verademing na het mondaine

Truzjement
Ons volgende doel is Truzjement, de Zeeuwse verbastering voor Retranchement, wat in gewoon Nederlands "verschansing" betekent. Vroeger was het een door Prins Maurits aangelegde vesting, nu is het ook weer zo'n heerlijk stil stadje tussen de omwalling van de bastions. Aan de Molenstraat staat een van de oudste standerdmolens van ons land; hij is gebouwd in 1643. Na ongeveer drie kilometer rijden komen we in Cadzand. De plaats zelfheeft niet zoveel bijzonders te bieden, maar het is de toegangspoort tot het prachtige natuurreservaat Het Zwin, een gebied van schorren, slikken, waterkreken, duin en strand, met daarbij een zeldzame flora en fauna. Het neusje van de zalm voor natuurUefhebbers. Voor specifieke strandgenoegens is CadzandBad vlakbij. Wij stevenen nu op onze laatste plaats van de rondrit aan: Groede. In tegenstelling tot veel andere plaatsen is Groede vrijwel onbeschadigd door de oorlog heengekomen. In dit rustige dorp hangt nog een intieme sfeer, vooral rond de kerk met zijn schilderachtige huizen die vaak zijn gebouwd in de Vlaamse stijl. We zoeken nu de veerpont in Breskens weer op, die ons netjes naar Vlissingen brengt. De rondrit in dit gedeelte van Zeeuws-Vlaanderen bedraagt ongeveer 75 kilometer, maar om alles te bekijken en te beleven wat interessant is, is meer dan één dag nodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.