+ Meer informatie

C. TOEVOEGING VAN EN WIJZIGING IN BIJLAGEN

9 minuten leestijd

1. BIJLAGE 3

Instructie voor de deputaten voor de geestelijke verzorging van de militairen

De synode besloot:

art. 2 ad f. als volgt te wijzigen:

gestalte te geven aan de blijvende verantwoordelijkheid van de kerken voor die leden, die in het kader van de militaire dienst gedurende langere tijd in het buitenland verblijven en die leden van de kerken die om andere redenen tijdelijk in het buitenland verblijven en wel door middel van het onderhouden en/of het doen onderhouden van contact met hen.

2. BIJLAGE 4

Instructie voor de deputaten voor onderlinge bijstand en advies

De synode besloot:

a. artikel 3 als volgt te laten luiden: ‘De kas voor onderlinge bijstand en advies wordt gevormd door zijn vermogen en wordt aangevuld met de door de generale synode vastgestelde bijdragen van de kerken en eventuele andere ontvangsten’;

b. artikel 4 sub a aan te vullen met: ‘Een uitzondering is dat kerken die het maximum ledenaantal van 249 (doop)leden overschrijden en de voorgaande drie jaren steun ontvangen hebben voor de predikantskosten in aanmerking kunnen komen voor een afbouwregeling. Deze regeling bouwt het steunbedrag als volgt af: in het eerste jaar nadat het ledenaantal van 249 (doop)leden is overschreden tot maximaal 67%, in het tweede jaar tot maximaal 33%, waarna geen bijdrage meer wordt verleend’;

c. artikel 4 sub a eveneens aan te vullen met: ‘Deputaten kunnen binnen het raam van de geldende regelingen voor steunverlening predikantskosten besluiten in gevallen dat een predikant die op latere leeftijd (ouder dan 30 jaar) in de ambtelijke dienst komt een leeftijd van dertig jaar als startleeftijd met nul periodieken te hanteren. Inschaling ten behoeve van de steunverlening geschiedt dan volgens de regel, aantal ‘dienstjaren’ = leeftijd minus 30, echter nooit hoger dan de werkelijke inschaling’;

d. artikel 4b aan te vullen met: ‘In geval van voldoende draagkracht van de betreffende gemeente is een minimum percentage van 40 van voornoemde kosten nog aanvaardbaar’;

e. de tweede zin van artikel 4 sub c te wijzigen in: ‘Deze steun geldt voor die kerken die minder dan 250 (doop)leden hebben en gedurende het gehele jaar het minimum traktement van een (deeltijd)predikant hebben te dragen’;

f. het bedrag in artikel 4 sub d te wijzigen in € 135,-- per (doop)lid per jaar;

g. artikel 4 aan te vullen met sub e: “Deputaten toe te staan binnen het raam van de geldende regelingen voor steunverlening in bijzondere gevallen vervangende of aanvullende steun te verlenen voor pastorale arbeid.

- Deze steunverlening geldt voor gemeenten met maximaal 249 (doop)leden.

- Deze steunverlening blijft op voorhand beperkt tot:

a. hulp bij tijdelijke aanvulling of tijdelijke vervanging wegens noodzakelijke uitbreiding van pastoraal werk dan wel het niet functioneren van de predikant anders dan door ziekte;

b. hulp aan gemeenten die helaas wellicht nog maar een beperkte bestaansduur zullen hebben.

- De kerkenraad is verantwoordelijk voor de personele invulling van deze tijdelijke steun (predikant, pastoraal werker).

- In beginsel wordt deze steun voor een periode van maximaal vijf (5) jaren toegekend’;

h. artikel 4 aan te vullen met sub f: Regeling in geval van langdurige ziekte predikant: ‘Van langdurige ziekte kan worden gesproken, indien deze langer voortduurt dan zes (6) maanden na de ziekmelding bij de kerkenraad. De kerkenraad van de langdurig zieke predikant kan zich — na consultatie van de consulent — tot de classis wenden voor hulp en bijstand in pastoraat en prediking. De kerkenraad kan zich door middel van de gebruikelijke wegen wenden tot en een beroep doen op deputaten voor onderlinge bijstand en advies voor steun. Deze steun zal nimmer hoger zijn dan het werkelijke tekort dat ontstaat door extra uitgaven om het gemeentelijk leven voortgang te doen vinden. Eén en ander met inachtneming van hetgeen in artikel 4 sub a bepaald is ten aanzien van de neveninkomsten. Deze steun zal nimmer meerbedragen dan € 135, -- per (doop)lid per jaar. Deze steunverlening geldt in beginsel voor gemeenten met maximaal 249 (doop)leden’;

i. artikel 5 na e. aan te vullen met f.: ‘Een tienjarenprognose voor (groot) onderhoud’.

3. BIJLAGE 5 (door aanpassing nummering wordt het: bijlage 6)

Instructie voor de deputaten voor het beheer van de algemene kas tot steun aan de kerken ten behoeve van de verzorging van emeriti predikanten, predikantsweduwen en -wezen

De synode besloot:

a. artikel 5 wordt vervangen door:

De uitkeringen uit de kas aan de emeriti predikanten en de predikantsweduwen worden afgeleid van een door de generale synode vast te stellen uitkeringsgrondslag. Deze bedraagt 130 procent van het aanvaardbare minimumtraktement voor predikanten met 15 dienstjaren. Elke generale synode besluit of de koppeling van de uitkeringsgrondslag aan het in de vorige alinea genoemde minimumtraktement tot de eerstvolgende synode gehandhaafd blijft;

b. de eerste zin van artikel 7 wordt vervangen door de volgende tekst:

Een emeritus predikant van 65 jaar of ouder ontvangt een zodanige uitkering uit de emeritikas, dat deze tezamen met zijn AOW-uitkering 70% van de uitkeringsgrondslag bedraagt. Ingaande het jaar 2005 geldt als AOW-uitkering voor zowel een gehuwde als een ongehuwde emerituspredikant van 65 jaar of ouder tweemaal de jaarlijkse uitkering voor een gehuwde ingevolge de AOW. Voor de ongehuwde emerituspredikanten van 65 jaar of ouder die in 2004 al een uitkering uit de emeritikas ontvingen, geldt dat de bepalingen zoals die golden tot en met 2004, tot aan hun overlijden worden gerespecteerd. Een emeritus predikant die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, ontvangt een zodanige uitkering uit de emeritikas dat deze, tezamen met zijn eventuele WAZ uitkering, 70% van de uitkeringsgrondslag bedraagt;

c. in artikel 8b worden de woorden “met tien dienstjaren” gewijzigd in “zoals vermeld in artikel 5”;

d. artikel 9 lid d vervalt;

e. artikel 12 wordt vervangen door:

Een predikantsechtgenote, die weduwe wordt en geen kinderen heeft te verzorgen ontvangt een zodanige uitkering uit de emeritikas, dat deze tezamen met haar eventuele ANW- of AOW-uitkering 50% van de uitkeringsgrondslag bedraagt. Indien zij één kind danwel twee of meer kinderen heeft te verzorgen, ontvangt elk kind een zodanige uitkering uit de emeritikas, dat deze tezamen met een eventuele halfwezenuitkering (ANW en/of wezenpensioen) gelijk is aan 10% van de uitkeringsgrondslag. In geval van twee of meer kinderen, ontvangt de weduwe bovendien een toelage van 70% van de helft van het bedrag waarmee de door haar verschuldigde premie van de ziektekostenverzekering het bedrag van € 2.000,-— overschrijdt. Weduwen die een ANW uitkering genieten en op 31 december 2004 reeds in het genot daarvan waren, ontvangen een toeslag van € 1.410,-- per jaar. Dit artikel is van toepassing op kinderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en op studerende of invalide kinderen, zolang zij jonger zijn dan 27 jaar en niet over voldoende eigen inkomsten beschikken. Bovendien worden aan de in dit artikel bedoelde weduwen, die de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt, alsmede aan de in dit artikel genoemde kinderen, de hun opgelegde aanslagen in de premieheffing voor de volksverzekeringen gerestitueerd voor zover de aanslagen betrekking hebben op de tijd die valt na de datum waarop hun uitkering uit de emeritikas is ingegaan, en voorzover de aanslagen betrekking hebben op hun uitkering uit de emeritikas;

f. artikel 14 lid c vervalt en artikel 14.d wordt vernummerd tot 14.c;

g. artikel 23 wordt vervangen door:

Ter voorziening in bijzondere gevallen kennen deputaten, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van financiële middelen, aan plaatselijke kerken het recht op een uitkering toe ten behoeve van diegenen, die de kerken in het ambt van predikant een tijdlang hebben gediend en hun weduwen en wezen; de uitkering wordt op dezelfde wijze bepaald als die van emeritipredikanten, predikantsweduwen en -wezen, evenwel met dien verstande, dat rekening wordt gehouden met de tijd dat zij onze kerken als predikant hebben gediend, terwijl het tweede gedeelte van artikel 8 sub b. van de instructie niet van toepassing is.

4. BIJLAGE 20

Statuut voor de zendingswerkers in het buitenland

De synode besloot:

lid 3 en 4 van artikel 8 te vervangen door:

lid 3 Op debetrokkene is de uitvoeringsregeling deputaatschap voortijdige ambtsbeëindiging van predikanten van toepassing.

5. BIJLAGE 25 (door aanpassing nummering wordt het: bijlage 24)

Reglement op de kerkvisitatie

De synode besloot:

1. aan de ‘algemene bepalingen’ van het reglement, lid 7, een korte uitbreiding te geven waardoor nog duidelijker wordt hoe het reglement gezien moet worden en gebruikt kan worden;

2. de uitbreiding van lid 7 vast te stellen als volgt:

Het reglement op de kerkvisitatie is bedoeld als handleiding die de lijn aangeeft waarlangs de kerkvisitatie dient te verlopen. Het is derhalve niet noodzakelijk dat alle vragen van het reglement bij elke visitatie met zoveel woorden worden gesteld. Naar aanleiding van de vragen en de daarop gegeven antwoorden kan dieper worden doorgesproken in het kader van een geestelijk getoonzet gesprek.

De aan de orde te stellen onderwerpen… (enz.);

3. onder I vraag 13 op te nemen dat ook over het kerklied gesproken dient te worden en wel als volgt:

a. Indien u in de eredienst andere liederen zingt dan alleen Psalmen en berijmde schriftgedeelten, vindt er dan regelmatig toetsing plaats van bestaande en nieuwe liederen aan de hand van de in art. 69 K.O. genoemde criteria.

b. Hoe waakt u erover dat in de eredienst het principe tot uitdrukking komt dat de Psalmen en berijmde Schriftgedeelten prioriteit hebben boven andere liederen?

4. onder ‘V kerkenraad’ de vraag op te nemen:

10. indien uw gemeente door meer dan één predikant wordt gediend, komt in uw deringen dan de samenwerking tussen de predikanten periodiek aan de orde?

6. BIJLAGE 29 (door aanpassing nummering wordt het: bijlage 28)

Instructie voor deputaten kerkjeugd en onderwijs

De synode besloot:

1. artikel 1 als volgt te wijzigen: ‘De generale synode benoemt zeven deputaten voor kerkjeugd en onderwijs;

2. artikel 2 als volgt te wijzigen: ‘Deputaten zijn gerechtigd adviseurs aan te trekken die door hun opleiding en/of dagelijks werk goed georiënteerd zijn in vragen met betrekking tot jeugd, jeugdwerk, opvoeding en onderwijs’;

3. toe te voegen artikel 3h:’het ontwikkelen van materialen met betrekking tot jeugd, jeugdwerk, opvoeding en onderwijs’;

4. artikel 4 als volgt te wijzigen: ‘Het contact met de kerkenraden wordt onderhouden door a. het verstrekken van algemene informatie omtrent jeugdwerk, christelijke opvoeding en onderwijs;

b. het opwekken tot het houden van de jaarlijkse jeugdzondag in september;

c. het wijzen op materialen en andere vormen van toerusting’.

7 BIJLAGE 47

Concept-regeling voor de kerkelijke positie van predikanten belast met de geestelijke verzorging van militairen

De synode besloot:

Artikel 4 van de concept-regeling als volgt te wijzigen:

Wanneer een predikant, als bedoeld in artikel 3, in geval van beëindiging van het dienstverband, functioneel leeftijdsontslag daaronder niet begrepen, nog geen beroeping van een gemeente heeft ontvangen, is op hem de uitvoeringsregeling deputaatschap voortijdige ambtsbeëindiging van toepassing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.