+ Meer informatie

Uit de kerkelijke pers

6 minuten leestijd

Ds. I. J. Wisse besluit in het blad "Ecclesia" (v/h "Kerkblaadje", Orgaan van de Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge) een artikelenserie over "Het gebed".

Onder meer gaat hij in op de inhoud van het gebed. Het moet ons opvallen, dat het Onze Vader een prachtige opbouw heeft: de aanspraak van God als Vader, dan drie beden betreffende de zaak van God, hierna drie beden betreffende de zaak van ons mensen, en ten slotte de lofprijzing. Met andere woorden: er zit orde in. Een gebed vraagt zorgvuldigheid. Nu betekent dat niet, dat dat altijd het geval moet zijn. We kunnen soms in situaties verkeren, dat we niet anders doen dan ons hart uitstorten voor God zonder dat er in ons gebed van enige orde sprake is. We vertellen dan met horten en stoten aan God, waarmee we zitten, wat ons spanningen en zorgen geeft, of we klagen Hem onze nood. Dan is het beslist geen "mooi" gebed. Maar dat hoeft ook niet. Toch zullen we als regel, en vooral wanneer het gebed in het openbaar plaatsvindt voor en met anderen, proberen met een zekere zorgvuldigheid onze woorden te kiezen en alles duidelijk op orde te zetten.

Het is niet iets nieuws wanneer ik stel, dat het bidden niet mag opgaan in vragen. We zullen ook een plaats moeten geven aan het danken. Want er zijn toch meestal veel dingen in ons leven, waarvoor inderdaad reden tot dankbaarheid is jegens God. Zelfs wanneer wij erge dingen meemaken, is er va.st tegelijk nog allerlei waarin wij voorrechten genieten. Vandaar dat David in Psalm 103 ons ertoe oproept geen van Gods weldaden te vergeten (vers 2).

Wat ook tot het gebed behoort, is de lofprijzing. Misschien is dat iets, wat ons wel als nieuw voorkomt. De traditionele opvatting betreffende de inhoud van het gebed is, dat het bestaat uit vragen en danken. Maar dat is toch niet helemaal juist. Een derde element - dat van de lofprijzing mag beslist niet ontbreken. Het kenmerkende van de lofprijzing bestaat hierin, dat God geprezen wordt om Zijn God-zijn. Danken heeft altijd te maken met zekere uitreddingen. met fijne ervaringen, met blijdschap: er is ergens voor te danken.

De lofprijzing evenwel gebeurt spontaan. We loven God om Zijn grootheid en verhevenheid, om Zijn almacht en eeuwigheid, om Zijn daden in schepping en verlossing. Zo komen wij dat ook tegen op het eind van het Onze Vader: „Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid". Wellicht is dat iets wat wij in ons bidden nogal eens vergeten: het puur God toebrengen van eer en aanbidding.

Ook de voorbede hoort wezenlijk tot het gebed. Zij draagt bij uitstek een priesterlijk karakter: het bidden voor anderen. We lezen dat van Abraham die bad voor Sodom (Genesis 18:16-33), van Mozes en Samuel die baden voor het volk Israël (Exodus 32:31, 32:1, Sam. 12:23), van Paulus die blijkens zijn brieven voorbede deed voor de gemeenten. De apostel Jacobus roept ons uitdrukkelijk op tot voorbede: „Bidt voor elkander" (5:16). Paulus doet hetzelfde en wil, dat wij in onze voorbede betrekken alle mensen, koningen en hooggeplaatsten (1 Tim. 2:1, 2). En vooral hebben wij te denken aan de voorbede van Jezus, zoals wij die vinden in Zijn hogepriesterlijk gebed in Joh. 17. In de brief aan de Hebreen staat zelfs, dat Jezus onze blijvende Voorbidder is (7:25). Welnu, in navolging van Hem zullen ook de gelovigen voorbede doen voor anderen die, om welke reden dan ook, Gods zegen behoeven.

Ds. Joh Verwelius heeft er zijn vragen bij of het dagblad Trouw wel journalistiek bedrijft in een diep respect voor mensen. Hierover schrijft hij in de "De Hervormde Vaan" (orgaan van de Bond van Ned. hervormde mannenverenigingen op gereformeerde grondslag)

Dat 't dagblad "Trouw" in een pagina grote advertentie opwekt een abonnement te nemen op "Trouw". Met grote letters staat in die advertentie te lezen: „Een krant die dagelijks journalistiek bedrijft vanuit een diep respect voor mensen".

Helaas blijkt dat dit „diep respect" wel erg eenzijdig door de redactie in praktijk wordt gebracht.

Vooral de heer A. J. Klei "bezondigt" zich daaraan.

In 't nr. van zaterdag 21 juli nam hij een Katwijkse predikant en zijn kerkeraad "op de hak". Een ouderling zou de broekrok een „huichelkleed" hebben genoemd.

In 't nr. van zaterdag 29 juli komt de heer Klei er nog eens op terug. Ditmaal naar aanleiding van een artikel van ds. P. de Vries uit Opheusden. Genoemde predikant schreef ook over de broekrok in "Gemeenteklanken" (de kerkbode van de hervormden te Kesteren, Lienden, Ochten en Opheusden.)

Ds. De Vries schreef -mijns inziens terecht-: „De kleding weerspiegelt ontwikkelingen in de cultuur. Dat zien we ook hier".

Mag hiervoor niet worden gewaarschuwd?

De heer Klei schreef aan het eind Van zijn artikel spottend: „In de hoop de ogen van de Hervormde top geopend te hebben voor een nood in de gemeenten".

Terecht is het een nood in de gemeenten, ook onder ons, dat er in de kleding geen rekening mee wordt gehouden dat men komt in Gods huis? Komt hierin niet openbaar een gebrek aan waarachtige vreze Gods? Ik vrees van wel! Het viel mij op toen ik onlangs in Wenen de beroemde Karlskirche bezocht dat in het voorportaal een bord hing waarop met duidelijke letter te lezen stond dat men verzocht werd correct gekleed de kerk binnen te gaan. En dat men moest bedenken in Gods huis te zijn.

Mag dan niet worden opgeroepen met eerbied (ook in de kleding) te komen onder de bediening van Gods Woord én heilige sacramenten? Vanzelfsprekend! Ds. De Vries schreef ongetwijfeld zijn artikel uit diep respect voor de Heere God.

De heer Klei spot daarmee. Dat is dan zijn verantwoording. Maar hij bedrijft hiermee geen journalistiek vanuit een diep respect voor mensen. In dit geval voor ds. De Vries,

Vreemd dat hij niet de spot drijft met wat een moslimmeisje doet. In "Trouw" stond te lezen dat zo'n meisje de halsketting met de naam van allah er op uit respect voor allah afdoet wanneer ze naar de wc gaat. Schijnbaar kan hij wel respect opbrengen voor een moslim.

Maar niet voor mensen uit de rechterhoek van de Hervormde Kerk.

Jammer voor die man.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.