+ Meer informatie

Bij het sterven van Ds de Wit.

4 minuten leestijd

RONDKIJK

Een ontzettende slag heeft sedert het verschijnen van ons vorig nummer onze Gereformeerde Gemeenten getroffen: in de kracht van zijn leven is uit ons midden weggenomen Ds W. de Wit te Leiden.

Van de redactie vernam ik, dat er in ons blad een verslag van de begrafenis komt, zodat ik er hier kort over zal zijn. Het sterfgeval heeft mij echter zó getroffen, dat ik er in mijn rubriek toch enige regels aan wil wijden.

Ds de Wit was een geliefde leraar, ook bij onze jeugd. Hij was een paedagoog; hij wist op te voeden en vooral verstond hij de kunst om op catechisatie en anderszins de Goddelijke waarheden de jongens en meisjes bij te brengen. Dat hij liefde had ook voor onze jongelingsschap, bewijst wel het referaat dat hij enige jaren terug op onze Landdag hield, n.1. over „de Engelen", een onderwerp dat insloeg, waarop een zeer leerzame bespreking volgde.

De jeugd had de liefde van zijn hart, onze jongens en meisjes zullen hem, van wie nog zoveel verwachting was, dan ook zeer missen. Voor hem persoonlijk is het niet erg: hij is de kooi op het onverwachts ontvloden; verlost van een lichaam der zonde en des doods is zijn geloof nu overgegaan in een zalig aanschouwen. Maar onze gemeenten zijn in diepe rouw gedompeld, te meer daar het getal der leraren toch al zo klein is. Drie gaan er kort na elkaar naar Amerika en Canada, enigen van ons zijn uitgetreden, zodat er grote nood in onze gemeenten ontstaan is. De Heere mocht Zich onzer ontfermen en dienaren uitstoten in Zijn Wijngaard. O, er mocht vel gebed gevonden worden dat jonge mannen werden bedeeld met de genade Gods, versierd met gaven en geroepen met een krachtdadige roeping, om in onze gemeenten te dienen. De noodzaak mocht worden gevoeld en de ernst opgebonden, wie weet, wat de Heere doen zou. We leven in een eeuw van critiek, het is vaak zo, dat we van die dominé dit en van de andere dominé dat te zeggen hebben, terwijl we vergeten om biddende voor hen werkzaam te zijn in het zware en veelvuldige werk hen op de schouders gelegd. Het is haast onoverkomelijk, om al de herderloze gemeenten op zijn tijd met Woord en Sacrament te bedienen. De roepstem die van het sterven van deze geliefde predikant uitgaat, mocht geheiligd worden, ook aan onze jonge harten.

Helft van ons volk onkerkelijk.

Als wij zo eens om ons heen zien, hoe het met de onkerkelijkheid van ons volk er uitziet, dan staat het er inderdaad treurig bij. Volgens cle jongste volkstelling anno 1947 steeg de onkerkelijkheid van 8% tot \l r /r. En dat vlak na zo'n ontzettende wereldoorlog, waarin de oordelen Gods kennelijk gevoeld werden ook in ons land en duizenden door het moordend lood van de bezetter of door de honger werden geveld. Intussen zijn wij (na die volkstelling) weer 6 jaar verder en het is er niet beter, maar wel slechter op geworden. In de officiële statistiek staat niet, dat naast deze 17% een even grote groep staat als „niet behorend tot een kerkgenootschap." Duizenden laten zich wel als kerkelijk, b.v. Ned. Hervormd noteren, terwijl ze in werkelijkheid met geen enkele kerk in verbinding staan.

Dan is er nog een andere groep die stellig dezelfde omvang heeft, n.1. die van de latent onkerkelijken en deze drie groepen vormen te samen meer dan de helft van ons volk. Van ons Nederland, dat zich nog een christelijke natie durft noemen!

Waar deze feiten zo zijn, heeft dit tot ons veel te zeggen. Levend te midden van zo'n onkerkelijke wereld, hebben w r ij zeer toe te zien, dat die wereld ons ook niet inpalmt. Toe te zien, dat in onze handel en wandel uitkomt, dat we tot een afzonderlijke, een afgescheiden gemeente behoren.

Christus' Kerk komt hoe langer hoe meer alleen te staan, als een nachthutje in de komkommerhof. Ik heb eens een oud christen horen zeggen: „over 25 jaar weet het mensdom niet meer, hoe God e"n mens bekeert!" Dat wil dus zeggen dat ons land dan „heidens" wordt. Een collectief afwijzen van alles wat naar God en godsdienst zweemt. Inderdaad indroevig. En een reden om dagelijks te vragen: Heere, verlaat ons niet al te zeer. Bindt ons aan Uw Woord en Uw Getuigenis, want daarvan is toch alleen heil te verwachten.

Laten onze jonge mannen het toch waarderen, dat we iedere Zondag nog mogen opgaan onder cle zuivere bediening des Woords. Hetzij onder de prediking of onder het lezen van het opgelegde overjarig koren.

De Heere mocht Zich Zijner nog ontfermen en met Zijn Geest en genade rijkelijk onder ons wonen en werken.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.