+ Meer informatie

Luther en de Bijbelvertaling

6 minuten leestijd

(8).

Herziening der psalmvertaling.

Intussen was Luther ook begonnen met de vertaling der psalmen nog eens aan een algemene herziening te onderwerpen. Hij achtte het verkrijgen van een verantwoorde, echt Duitse psalter, zo belangrijk, dat hij daarvoor een commissie van revisie samenstelde, hoewel hij zelf in cle stof thuis was als geen ander. We bezitten nog de volledige notulen van de vergaderingen van deze commissie. Ze zijn gemaakt door Rörer, die zich op basis van het middeleeuwse afkortings-systeem een snelschrift had eigen gemaakt, waarmee hij het gesprokene vrijwel letterlijk kon vastleggen.

Rörer is een trouw verslaggever. Hij geeft de opmerkingen, van verschillende kanten gemaakt, letterlijk weer in die merkwaardige vermenging van Latijn en Duits, die de geleerden dier dagen zich aangewend hadden.

Men begon met de Hebreeuwse grondtekst. „De Joden zijn onze bibliothecarissen. Daarmee dienen zij God, dat zij de Bijbel bewaard hebben, " merkte Luther aan het begin op. De Vulgaat en de Septuagint werden geregeld geraadpleegd. Steeds weer werden allerlei voorbeelden aangehaald uit Bijbel, geschiedenis en eigen tijd om cle tekst te verduidelijken. Daaruit resulteerden dan allerlei voorstellen tot verbetering van de Duitse vertaling. Het beslissende woord was tenslotte aan Luther, het bleef zijn vertaling. Soms, als men de juiste weergave gevonden heeft, roept hij uit: „Ja, dat is het!" Daar ben ik het mee eens, " of hij zegt: „Het moet maar blijven zoals ik het vertaald heb." Andere keren sluit hij de discussie af zonder bevredigd te zijn.

We maken bij de lectuur van Rörers notulen de vergaderingen van het „Sanhedrin", zoals Luther de commissie noemde, werkelijk mee. Men nam daar geen blad voor de mond. De opmerkingen over tegenstanders als Faber, Eek enz. zijn niet bepaald in parlementaire toon gesteld. Nog minder Luthers uitvallen tegen keizer Karei V en cle paus. Bij cle bewerking van psalm 64 b.v. merkt hij op: Deze 64e psalm zal ik mijn papisten als afscheidsliedje zingen, ik hoop, dat ze hun amen daarop zullen huilen. Dat geve God. Amen." Maar alle sarcasme en spot deden niet af van de ernst, waarmee men steeds weer in de diepte van het Schriftwoord trachtte door te dringen en de beste Duitse overzetting probeerde te vinden. Opmerkelijk is, dat, terwijl de toon van het onderling gesprek vaak grof was, in de verschillende herzieningen van de bijbeltekst al te alledaagse zegswijzen werden uitgezuiverd en door waardiger uitdrukkingen vervangen. Beter nog en levendiger dan uit zijn geschriften krijgen we hier een indruk van de wijze, waarop Luther de bijbeltekst van zijn eigen geestelijke ervaring uit interpreteerde. Bij psalm 10 zegt hij kortweg: Hij handelt over ons." Bij psalm 107 : 14 merkt hij op, dat hij met deze woorden de oude, zieke mevrouw Planck aan God opdroeg, waarop zij genas. Bij psalm 51 : 19: Ik zou dit vers wel met gouden letters willen schrijven.'

De reformator heeft in deze kring, midden in de gemoedelijkheid, die ons uit het verslag tegemoetkomt, geloofsgetuigenissen gegeven, waar de vrienden stil van werden. Als het ware hardop mediterend, doorlichtte hij telkens die psalmwoorden, die hem dierbaar waren en daaruit groeide dan de nieuwe vertaling, soepeler en bewogener dan de meer letterlijke en vaak stijve uit de voorgaande editie. Een enkel voorbeeld:

Ps. 4 : 8 luidde tot nog toe: Opdat Gij vreugde geeft in mijn hart, maar zij worden groot, wanneer ze koren en most voor zich hebben." Deze vertaling wilde men verbeteren. „Eerst citeerde Luther de tekst volgens de Latijnse vertaling en toen ging hij voort: ij zijt cle vreugde van mijn hart. Ik heb geen andere vreugde dan U, Gij zijt het, die mijn hart verheugt. Maar zij blazen zichzelf op, omdat ze zoveel wijn en koren hebben. Zij maken zich niet druk over cle vreugde van het hart, zij begeren de vreugden van de buik. Gij maakt mijn hart blij, maar zij maken zich zorgen over niets." Klaarblijkelijk vond Melanchton, dat de tegenstelling niet zo scherp mocht worden gemaakt, want Luther gaat aldus verder: Ja, dat is een zachtzinnige opmerking, echt Filippusachtig, jij loopt altijd op pantoffels. Ik wil de dingen duidelijk uitdrukken. Die lui wilden keizers zijn, en ofschoon ze overvloed van brood en wijn hadden, dat wil zeggen, ofschoon ze genoeg bij elkaar krijgen, helpt het ze toch niet. Maar hun enige wens is, dat ze te eten en te drinken hebben. De bedoeling van het psalmvers is: e rechtvaardige lijdt gebrek, terwijl de goddeloze eten en drinken. Zij hebben alleen maar oog en waardering voor veel koren en veel

wijn. Zij geloven in Mammon. Laat ze hun gang gaan. Gij verheugt mijn hart, ook al hebben zij meer clan genoeg koren en wijn."

In één van de volgende vergaderingen komt Luther nog eens op deze tekst terug en zegt: „Niet bedroefd, neen, Gij maakt mijn hart blij, geeft mij een blij hart, of: Gij kunt de harten blij maken. Maar zij minachten de vreugde van het hart in het geloof en in Gods Woord, in een goed geweten en in genade. Zij wensen groot te schijnen, met vreugde op het gezicht, maar het is niets anders dan eten en drinken. Daarom hebben ze dit vers ook in de mis een plaats gegeven. Gij maakt mijn hart blij. Gij alleen woont in mij, d.w.z. Gij voedt en beschermt en alleen op de enkeling, maar op allen." Na deze en dergelijke parafrasen werd cle vertaling ten slotte: „Gij verheugt mijn hart, ofschoon die anderen veel wijn en koren hebben."

Op 15 mei 1531 had de laatste zitting plaats. Luther sloot deze met de woorden: „Finis! Deo laus et gloria!"

Spoedig verscheen nu het geheel herziene psalter. Op de titelpagina zien we naast het wapen van Luther ook dat van Melanchton, ten bewijze dat de vertaler hulp van anderen genoot. Ook vinden we een kernachtig slotwoord in deze uitgave: „Wie in betweterigheid zou willen beweren, dat wij in de vertaling van de psalmen te ver van de oorspronkelijke tekst afgeweken zijn, houde zijn eigenwijsheid maar voor zich en bemoeie zich niet met dit psalter. Wat wij deden hebben we bewust gedaan en we hebben werkelijk alle woorden op een goudschaaltje gewogen en met grote inspanning en trouw verduitst. Er zijn waarlijk genoeg geleerde lieden bij geweest. Toch willen we het vroeger uitgegeven Duitse psalter ook laten bestaan ter wille van hen, die onze ontwikkeling wensen na te gaan en willen zien, hoe we in het vertalen stap voor stap vooruit zijn gegaan. Want dat eerste Duitse psalter is op vele plaatsen dichter bij het Hebreeuws en verder van het Duits. Dit is dichter bij het Duits en verder van het Hebreeuws."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.