+ Meer informatie

OPENINGSWOORD UITGESPROKEN OP DE AMBTSDRAGERSCONFERENTIE VAN DE CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN TE AMERSFOORT OP ZATERDAG 7 APRIL 1984

9 minuten leestijd

Waarde broeders,
Het thema waarvoor het comité voor deze conferentie heeft gekozen is veelomvattend, om niet te zeggen allesomvattend. De Godsvraag raakt ons persoonlijk leven; zij is bepalend voor ons kerkelijk leven en zij Staat voor ons ook, meer dan ooit, in duidelijke relatie tot wat ons aan gebeurtenissen en ontwikkelingen mondiaal bezighoudt. Voor het laatste wil ik in dit openingswoord vanuiteen bepaalde gezichtshoek uw aandacht vragen.

Wie de situatie van dit moment op de juiste wijze taxeert, zal het er mee eens zijn dat wij onze conferentie houden op een tijdstip waarvan wat de internationale verhoudin-gen betreft, moet worden gezegd dat wij ons in een uiterst precaire fase van de geschie-denis bevinden. De verkoeling tussen de grootmachten duurt voort en zal minstens voortduren tot Amerika een president kiest die in het Kremlin betere papieren heeft dan de huidige. Intussen gaat de bewapeningswedloop door, waarbij de tekentafels al gevorderde ontwerpen voor geavanceerde wapensystemen in de ruimte te zien geven. Een navrante bijkomstigheid daarbij is dat onder technologen in Amerika de suggestie leeft om de vervaardiging van deze wapens en het uitvinden van Systemen om deze wapens te bestrijden, in goed overleg met de Russen te realiseren, waardoor partijen we-ten wat men aan elkaar heeft en waardoor de kosten, verbonden aan de wederzijdse diefstal van technologische kennis, kunnen worden bespaard. Een bijna krankzinnige gedachte. Een wereld waarin de internationale wapenproduktie en -verkoop een bijna overheersend element in de wereldeconomie is geworden, waarin het leven van 40000 kinderen die nu per dag sterven, van de hongerdood zou kunnen worden gered wan-neer slechts 1 procent van deze produktie aan voedsel zou worden besteed, biedt nau-welijks grond voor optimistische toekomstverwachtingen. De Europese eenheid staat onder zware druk en dreigt stuk te gaan aan nationalistisch getinte Verlangens. De al ja-ren durende heilige oorlog tussen Irak en Iran, waarin tienduizenden scholieren als slachtvee worden opgeofferd aan godsdienstig fanatisme, is een potentiële bedreiging voor de vrije aanvoer van olie uit het Midden-Oosten. Syrië en Israël, beide met sterke legers in Libanon vertegenwoordigd, maken zieh in dit land op voor een nieuwe con-frontatie en achter deze namen kunnen wij gerust de namen van de grootmachten in-vullen, die een directe confrontatie nog uit de weg gaan en elkaar slechts op indirecte wijze naar het leven staan. Ondertussen kunnen wij er zeker van zijn dat de grote be-slissingen, die bepalend zijn voor de toekomst van onze wereld, in het Midden-Oosten zullen vallen. Dat gebied, met Israel als middelpunt, is het Scharnier waarop de wereld-politiek draait. Hoezeer benauwt ons ook de toenemende neiging van Individuen en groepen in de samenleving om Verlangens en grieven, al of niet gerechtvaardigd, met steeds grovere vormen van geweld kenbaar te maken. En dwars door dit alles heen is een ontwikkeling aan de gang, die misschien niet zoveel aandacht krijgt, maar die des-alniettemin van zeer grote betekenis is. De aantrekkingskracht van het communisme is wereldwijd bezig af te nemen. Die teruggang is het duidelijkst waarneembaar in de Midden-Europese communistische landen, maar ook in Rusland zelf wordt door de communistische partij, weliswaar niet voluit toegegeven maar wel ingezien, dat de marxistisch-leninistische Ideologie bezig is haar overtuigingskracht te verliezen. Deze ernstige innerlijke crisis van het communisme kan enerzijds tot vreugde strekken, maar anderzijds vormt zij een groot gevaar omdat de Russische leiders nu de kaart van het Sowjetimperialisme naar binnen lijken te gaan speien en met inzet van alle krachten zal nu worden getracht het machtsgebied van eigen land met fysieke middelen uit te brei-den. Gesproken is dan nog niet over alle kommer en kwel van de vol ken in Centraal- en Latijns-Amerika.

Midden in deze turbulente wereld Staat de kerk van Jezus Christus, met in handen een Evangelie, dat in beginsel alle indicaties voor de oplossing van de grote wereldvraag-stukken in zieh bergt, maar waarnaar helaas maar ai te weinig wordt geluisterd. In het rumoer der vol ken doet de kerk af en toe pogingen haar stem te laten horen en profetisch getuigenis te geven, maar het heeft er niet de schijn van dat dit spreken op de loop der dingen in de wereld veel invloed ten gunste heeft. Waaruit bestaat trouwens dat spreken van de kerk en wie kunnen als de ware kerk van Christus worden aange-merkt? Is veel spreken van de kerk niet de resultante van een politiek activisme bij een kleine groep kerkelijke voortrekkers, al of niet geihspireerd door kerkelijk getinte pres-siegroepen en is er niet veel te weinig sprake van een heilige drang tot profeteren aan de basis van Christus’ gemeente? En wordt veel kerkelijk spreken naar de wereld toe niet sterk geremd en verlamd door het feit dat zieh binnen de kerk dezelfde zondige structuren van grove en geraffineerde machtsontplooiing manifesteren als in de wereld? Bij tijd en wijle bekruipt ons dit gevoel al zeer sterk ten aanzien van de veelvuldige pauselijke missies die onze tijd te zien geeft, missies die afhankelijk van de politieke situatie in het bezochte land vaak een ambivalent karakter hebben. Maar ook het getuigenis van het reformatorische Christendom klinkt niet zo overtuigend, innerlijk ver-deeld als het is. De eenzijdige manieren waarop men het Woord van God hanteert om er eigen denkbeeiden mee te onderbouwen, leidt tot een heilloze polarisatie, die aan alle spreken van de kerk overtuigingskracht ontneemt en de wereld de indruk geeft dat de kerk het ook niet weet en geen weg kan wijzen om uit de vicieuze cirkel van dreiging weg te komen en een voor ons en onze kinderen leefbare wereld te behouden.

Kunnen de innerlijke onzekerheid, de diversiteit in ziens-en benaderingswijzen, de ne-gatie van elkaars gevoelens en vooral ook het gevoel dat we met deze wereld en alles wat er beweegt en leeft op ons zelf teruggeworpen zijn, ook iets te maken hebben met het onderwerp van deze bezinningsdag voor ambtsdragers? Zou het ook kunnen zijn dat aan ons, die kinderen zijn van een tijd waarin de theologie van de zekerheid met betrekking tot de grondvragen van het christelijk geloof plaats gemaakt heeft voor de vragende theologie, het gevoel knaagt dat we over de ontwikkelingen in en de toe-komst van deze wereld alleen nog maar vanuit de mens en niet meer zo sterk vanuit God kunnen denken? Mag ik het eenvoudiger en directer zeggen met de vraag van veel jonge mensen die op de rand van geloof en ongeloof balanceren: is er werkelijk een persoonlijk God, die boven al dit aardse gewemel in Zijn hemel resideert, de gang der dingen op dit ondermaanse dirigeert, positieve dingen in Zijn wereld stimuleert, drei-gende ontwikkelingen registreert en eventueel corrigeert en zo ja, waarin manifesteert zieh dat dan en hoe ervaar ik dat dan? En zo neen, wat moeten we dan? Waar zijn we dan aan toe?

Wei broeders, wij bevinden ons in die fase van de wereldgeschiedenis waarin als uit-komst van alle historische denkprocessen over God het onveranderlijke grondpatroon van het christelijk geloof, te weten het geloof in de presenile van een persoonlijk God, op indringende wijze ter discussie wordt gesteld. En dat grijpt in alle sferen van ons be-staan diep in. Geloofsdiscussies binnen de kerk worden er door vertroebeld en het bidden van de kerk wordt er door geremd. En dat terwijl het Woord van God, met name in het gelezen Schriftgedeelte, er toch geen misverstand over laat bestaan dat, bij alle transformatie die de bijbelse boodschap onder invloed van allerlei menselijke denk-beelden en denkwijzen heeft ondergaan, God de onveranderlijke blijft. Ik repeteer nog eens enkele gedeelten die wij lazen: „Hij troont boven het rond der aarde en haar be-woners zijn als sprinkhanen. Hij geeft de machthebbers over ter vernietiging. Hij maakt de regeerders der aarde tot ijdelheid. Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat Ik hem zou gelijk zijn?”

Wanneer de Heilige Schrift God in zulke massieve woorden present stelt, ook in deze turbulente en beangstigende tijd, wanneer wij zeker mogen geloven dat wij op deze kleine stip in een mateloos groot Universum niet buiten Zijn Goddelijke waarneming zijn, hoezeer zou ons als kerk van Christus die zekerheid dan moeten aansporen om in de weg van verootmoediging eenstemmig en met aandrang voorbede voor deze wereld te doen. Het lot van deze wereld is ten diepste niet afhankelijk van spitse diplomatie, van evenwicht in de militaire competitie, van politieke strategieën en gewiekste onder-handelingstactieken maar van Hem, die naar wij geloven en belijden, deze wereld zo heeft liefgehad dat Hij er Jezus Christus voor over had om haar te behouden.

Deze wereld, die in beginsel toch een verloste wereld is, mag door de kerk die de draag-ster van de boodschap der verlossing behoort te zijn, in Gods Vaderlijke aandacht worden aanbevolen. En waar de bijbel op menige plaats aangeeft dat God het zuchten van Zijn volk in deze creatuur hoort en aan ootmoedige voorbede van Zijn volk niet voor-bijgaat, wil ik u aanmoedigen broeders om in de plaatselijke gemeente degenen die aan uw ambtelijke zorg zijn toevertrouwd, in ernst te brengen tot bewustwording van onze roeping in dit tijdsgewricht krachtig voorbede te doen voor overheden, God te vragen om de regeerders en machthebbers diplomatieke behoedzaamheid, militaire voorzich-tigheid, flexibiliteit, evenwichtige beoordeling van cruciale situaties en bijbelse wijsheid te geven en zo door Zijn genadige medewerking onze wereld door dit woelige tij naar rustiger vaarwater te loodsen, opdat er voor ons en zeker voor onze kinderen onder Zijn zegen nog deel van leven mag zijn. Tot de dag waarop God alle dingen nieuw zal maken.

Deze woorden wilde ik vooraf laten gaan aan de eigenlijke bezinning van deze dag. En wanneer we dan nu overgaan tot het nadenken en gedachten uitwisselen over God en over de weg waarlangs Hij Zieh aan ons kenbaar heeft gemaakt en nog altijd maakt, moge ons spreken dan worden beheerst door die heilige distantie, die ons in onze men-selijke kleinheid en Deperktheid van denken past.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.