+ Meer informatie

Schrijven

6 minuten leestijd

Oorsprong

Hoe is de mens eigenlijk tot schrijven gekomen? Op die vraag geeft ons de Bijbel geen antwoord, al worden ons hierin wel verschillende mededelingen gedaan over schrijven en schrijfkunst.

Dat zijn natuurlijk geen opzettelijke mededelingen. want de Bijbel ir geen boek, dat ons op de hoogte wil stellen van de cultuur van bepaalde volken.

Heel veel is dat niet. De eerste mogelijkheid van schrift treffen we aan in Gen. 38 : 18: Toen zeide hij: at pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: w zegelring en uw snoer, " enz. Hier is dus sprake van de zegelring van Juda. Nu is het mogelijk, dat in die zegelring letters gegraveerd waren. Bij opgravingen zijn de laatste jaren dergelijke zegelringen uit de bodem opgediept.

De eerste directe aanwijzing over het gebruik maken van schrift komt in de Bijbel veel later voor. Dat is als Mozes de opdracht van de Heere krijgt, iets op te gaan schrijven: Toen zeide de Heere tot Mozes: chrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder de hemel." (Exod. .17 : 14). Deze opdracht houdt dus in, dat men het geschrevene ook kon lezen, want iets opschrijven heeft alleen dan zin, als er ook mensen zijn, die het geschrevene kunnen lezen. Maar daarmede is nog niet het bewijs geleverd, dat elke Israëliet in staat was tot lezen en schrijven.

Voorts is een opmerking in de geschiedenis van Cideon belangrijk: Zo ving hij een jongen van de lieden te Sukkoth en ondervraagde hem; die schreef hem op de oversten van Sukkoth" enz. (Richt. 8 : 14).

Daaruit kunnen wij toch opmaken, dat deze jongen in staat is geweest om te schrijven, en dat onder het gewone volkde kunst van lezen en schrijven vrij algemeen bekend was.

Dit zijn dus enkele gegevens uit de tijd var' Moze.< -in de periode van de Richteren. Globaal genomen rr^oen we dus te mogen zeggen, dat de schrijfkunst bij de Israëlieten bekend was van uiterlijk 14(X) v. Chr. af. Nauwkeurig laat zich dat (nog) niet berekenen, aangezien het jaar van de uittocht nog niet met zekerheid is vast te stellen.

De latere Bijbelse gegevens kunnen we laten rusten, omdat het hier slechts gaat over de oudste mededelingen.

Zover kunnen wij dus in de geschiedenis teruggaan met de gegevens der Heilige Schrift.

Maar wanneer wij kennis nemen van hetgeen over de schrijfkunst is bekend geworden buiten hetgeen ons daarin wordt meegedeeld, kunnen we nog ongeveer een gelijk aantal eeuwen teruggaan. Dat blijkt uit archeologische gegevens. Zo mogen we rustig vaststellen, dat in Egypte de kunst van schrijven reeds is beoefend omstreeks 3(XX) jaar v. Chr. In Assyrië en Babylonië kunnen we wel tot dezelfde tijd teruggaan. Ook van de Ilethieten heeft men inscripties aangetroffen, waarvan men meeni, dat zij ongeveer 2000 j. v. Chr. en daarvoor aangebracht zijn.

Met deze gegevens moet ons antwoord echter luiden op de in het begin van dit opstel gestelde vraag, hoe de mens tot schrijven gekomen is: Wij weten het niet, omdat de geschiedenis daarover geen mededeling bevat.

Toch is daarmee nog niet alles gezegd. Want in de oude schriftvormen bevinden zich toch ook wel weer enkele gegevens, die, wat het ontstaan ervan betreft, in een bepaalde richting wijzen. Zo is er een zeer verbreide theorie, die aanneemt, dat alle schrijfkunst is begonnen met een soort van hiërogliefen, d.w.z. met beeldentaal of beeldschrift. Daarmee wordt bedoeld, dat men voorwerpen en ook ideeën oorspronkelijk heeft aangeduid of weergegeven met een beeld of tekeningetje ervan b.v. een mens door een getekende menselijke figuur, een koning door een menselijke figuur met een „kroon" op het hoofd, een soldaat door een mens met wapenen in de hand enz. Als een mens een bepaalde handeling uitvoerde, b.v. liep, gaf men dat aan, door zijn benen op de

tekening een schrijdende houding te geven of door er een paar benen in gaande houding naast te plaatsen; dat hij zag, sprak of luisterde, door toevoeging van een oog, mond of oor.

Deze theorie gaat vermoedelijk op bij het Egyptische hiërogliefenschrift.

Naast het hiërogliefenschrift komt in andere landen b.v. in het oude Assyrië en Babylonië het z.g. spijkerschrift voor. Er zijn aanwijzingen, dat dit oorspronkelijk ook een beeldenschrift is geweest. We zullen enkele voorbeelden geven. Onze letter D heet in het Grieks delta en de overeenkomstige Hebreeuwse letter wordt dalet of dèlet genoemd. Dat woordje dèlet betekent „deur" en de oude vorm van de zo genoemde letter is een soort gelijkzijdige driehoek: Deze vorm doet onwillekeurig denken aan de deur van een tent. Zo meent men te mogen veronderstellen, dat men vroeger het begrip „deur" aanvankelijk heeft weergegeven door die driehoeksvorm — voor de mensen van die tijd was een deur vaak een tentdeur — en later zou dat teken dan naar de beginletter ervan de waarde van D hebben gekregen. De vorm lijkt er wel op.

Een soortgelijk geval hebben we met de letter M. In het Hebreeuws heet deze letter mem, dat hetzelfde woord is als het Hebreeuwse majjim, dat „water" betekent, en wat in het oude beeldschrift werd weergegeven door een golvende horizontale lijn. Nu is er niet veel fantasie voor nodig, om in onze letter M zo'n golvende lijn te zien, die golvend water moest voorstellen. De conclusie is dus ook hier: de M is ontstaan uit een beeldschrift. Dat zijn een paar voorbeelden, die met vele zouden kunnen worden uitgebreid.

Door de steeds voortgaande opgravingen in het oosten weten wij thans heel wat meer van de volken uit die landen, die wij Bijbel-landen noemen, dan een eeuw geleden, zowel van hun historische O 7 betekenis als van hun cultuur, tot welke laatste ook de kunst van lezen en schrijven behoort.

Maar hetgeen wij er tot nu toe van bezitten, bestaat slechts uit brokstukken, die men vaak kan vergelijken met scherven van verschillende vazen. Uit een of twee scherven kan men geen hele vaas reconstrueren. Nog meer onmogelijk is het, om uit enkele taaibrokstukken een geschiedenis van die taal, en uit enkele schriftfragmenten de ontwikkeling van het schrift af te leiden. Daarmee wordt vaak veel te weinig rekening gehouden bij het „vaststellen" van de ouderdom van een Bijbelboek op grond van de erin voorkomende taalvorm! Doch dit even terloops opgemerkt.

Daar komt bovendien nog bij, dat aan al het gevondene, hoe oud het ook moge wezen, een stuk historie aan voorafgegaan is. En daarvan weten we totaal niets.

Daarom zullen we op de vraag, hoe de mens tot schrijven is gekomen en hoe hij oorspronkelijk heeft geschreven, vooi de tweede maal moeten zeggen: We weten het niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.