+ Meer informatie

Een tocht door de modder

5 minuten leestijd

Voor een rondgang door de sloppenwijk hadden we nauwelijks een geschikter moment kunnen uitzoeken. Vannacht heeft het gegoten en het regent nog steeds. De straatjes/sloppen/steegjes zijn veranderd In ware modderrlvleren. Zelfs sportschoenen glijden weg of zuigen zich vast In de stinkende blubber, die vermengd Is met uitwerpselen.

Met Beruck, een Ethiopische gezondheidswerker in dienst van het project, en een Engelse vrijwilligster maak ik een tocht langs de trieste rijen barakken. Zuster Jember zei geen woord te veel, toen ze opmerkte dat de mensen de hele dag de handen vol hebben aan overleven. Er wordt gewassen, gegeten, gehandeld, gescholden, gesjouwd en rondgehangen. Kinderen, de meesten op blote voeten of iets dat hooguit in de verte op sandalen lijkt, doen hun behoefte aan de kant van de weg.

De huisjes, ach de huisjes. Ze zijn opgetrokken van modder en stro. Kijk, daar is de wc. Er is niets anders te zien dan een vies rommelhok waar kippen rondscharrelen. De keuken ziet er al niet veel beter uit.

En hier, wijst Beruck, is een schooltje. Even denk ik dat ik het niet goed heb verstaan, maar achter een laag deurtje blijkt zich inderdaad een klasje schuil te houden. Tientallen, misschien zelfs wel enkele honderden paren olijke kinderogen kijken verbaasd naar de vreemdelingen. De onderwijzer -een magere. ZATERDAG 14 SEPTEMBER 1991 oudere man, maar in leeftijden kun je je hier heel erg vergissen— slaakt woeste kreten om het stel tot kalmte te manen. Als dat ook niet helpt, gaat de zweep er letterlijk over. Het werkt.

Voor de kinderen en voor de ouders (lees: de moeders) is het natuurlijk, zeker met dit weer, heerlijk dat ze onder de pannen zijn. Maar het schoolgeld, hoe laag ook, is voor veel gezinnen domweg niet op te brengen. Dus zwerft de jeugd meestal doelloos over straat. De jongere kinderen lopen in groten getale met ons mee, geven smoezelige handjes, vragen hoe je heet, noemen vol trots hun eigen naam en worden weggeduwd door leeftijdgenootjes die vinden dat het nu hün beurt is.

Huisbezoeken

In een kantoortje (wat een heel groot woord is voor een ruimte van een paar vierkante meter) worden we opgewacht door een paar in felgele regenjassen gestoken jonge vrijwilligsters, die zelf uit deze wijk afkomstig zijn. Hun werk is het afleggen van de huisbezoeken. Elk hebben ze enkele tientallen huishoudens onder hun beheer, waarbij ze dienen te controleren of alles min of meer ordelijk geschiedt: of de nodige hygiëne wordt betracht, of gehandicapten en bejaarden niet zonder hulp zitten, of moeders hun pasgeborenen regelmatig laten nakijken.

Het bezoek aan Kebele 41 heeft niet alleen tot doel om te laten zien hoe groot de armoede, de ellende en de uitzichtloosheid hier zijn. Ook voorbeelden van opmerkelijke verbeteringen dienen zich aan. Wanneer een huisje in kennelijke staat van verval is, komt het in aanmerking voor hetzij eenvoudige, hetzij ingrijpende reparaties. In het uiterste geval wordt gezorgd voor nieuwe behuizing (de desbetreffende gezinnen worden dan tijdelijk ondergebracht in een speciaal daarvoor bestemde barak), die hetzij door eigen mensen wordt gebouwd, hetzij door donors wordt geleverd. Zo staat er een aantal door Dorcas geschonken huisjes, die ter plaatse door Nederlanders in elkaar zijn gezet. Andere zijn gebouwd door onder meer British Consortium.

,Of het geen jaloezie veroorzaakt als de buren het genoegen mogen smaken om naar een mooi, niet lekkend huis te verhuizen? „Natuurlijk", zegt Beruck, „dat zit in de menselijke natuur. Maar we proberen ook in dit opzicht de houding van de mensen te veranderen en hen erop te wijzen dat we nu eenmaal prioriteiten moeten stellen".

Slingers

De enkele nieuwe woningen die er staan zijn werkelijk villa's vergeleken bij de meeste andere huisjes. Overdreven groot zijn de ruimten niet, maar wel zeer functioneel en schoon, kortom, alleszins bewoonbaar. In één ervan hangen zelfs slingers en er staat een heus bed. De muren zijn behangen met kranten en ter verdere verfraaiing zijn er plaatjes uit westerse catalogi overheen geplakt: bleke dames in ondergoed, moderne Europese kapsels.

Een eigen keuken zou te ver voeren, die moet met een paar gezinnen worden gedeeld. Ook de moderne toiletten die op sommige plaatsen in de wijk herrezen, zijn voor gezamenlijk gebruik. „Hier moeten tachtig families het mee doen", vertelt een van de vrijwilligsters bij een blok wc's. Het-zijn de gebruikelijke voetstap-latrines, de meest hygiënische. „Via een rooster wordt bijgehouden wie er aan de beurt is om de zaak schoon te houden. Wat je hier ziet, is trouwens modder hoor", zegt ze haastig, wijzend op iets bruins. De wc's zijn duidelijk de trots van de werkers, evenals de zogeheten inkomenscheppende projecten. Een mooi voorbeeld daarvan is te zien in de ruime hal waarin een groep dames genoeglijk achter snorrende Singer-naaimachines zit te werken. De kledingstukken worden, evenals rieten snuisterijen, verkocht.

En zo is voor een aantal bewoners van Kebele 41 het leven een stuk draaglijker geworden. Voor anderen gloort er. Een schoolklasje. Foto RD naarmate het project vordert, enige hoop op een iets minder kommervol bestaan. Maar voor de vele duizenden inwoners van de sloppenwijken van Addis Abeba (en Kebele 41 is er maar een van) blijft het leven hard en de kans op verbetering uiterst gering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.