+ Meer informatie

De Jong voor Opbouw: profetische geschiedschrijving in de Bijbel

Verzet tegen „dogma van onfeilbaarheid"

5 minuten leestijd

UTRECHT — De titel "God met ons" van het Gereformeerde rapport over het Schriftgezag maakt schandelijk misbruik van de naam Immanuël. De Bijbelse boodschap in die naam is: God is bezig voor ons, zonder ons, ondanks ons. In het Gereformeerde rapport daarentegen gebruikt men de naam „God met ons" als typering van een samenwerking tussen God en de zondige mens. Dat is vroom bedrog. Aldus zaterdag drs. H. de Jong, predikant van de Nederlandse Gereformeerde kerk te Amsterdam-C, tijdens de jaarvergadering van „Opbouw" in de Jeruzalemkerk te Utrecht.

Toch kon De Jong er niet onderuit — sprekend over „onzekerheden aan de rand van de Schrift"—toe te geven dat ook hijzelf niet vrij was van Schriftkritiek. Hij noemde de EO-uitgave „De Bijbel in de beklaagdenbank" dan ook „krampachtig".

De Amsterdamse predikant vond het onjuist te spreken over een „Schriftprobleem", waarvan de actualiteit overigens blijkt uit het feit dat hij in een en dezelfde krant liefst vier aankondigingen van bijeenkomsten over het bewuste onderwerp las. De term Schriftprobleem doet mij denken aan een verzadigd kind dat speelt met zijn pap, aldus De Jong.

In de titel van het Gereformeerde rapport krijgt het dogma van de feilbaarheid gestalte, zo meende De Jong. Daarbij wordt de Bijbel in z'n geheel gerelativeerd door het gewicht dat men aan de menselijke factor toekent. Dat dogma van de feilbaarheid verlamt uitlegkundige inspanning. Het leidt ertoe dat men met een zekere gretigheid zoekt naar bevestiging van dat dogma en zich verzet tegen harmonisatiepogingen.

De Jongs spreken over de problemen van Schriftuitleg had grond in zijn vrees voor „oneigenlijk gebruik van de Schrift". De Schrift leert ons oordelen, onderscheiden, leert barmhartigheid en trouw. Maar oneigenlijk gebruik van de Schrift is het te menen dat ze over alles wat mag en niet mag uitsluitsel geeft, of dat het in de eerste hoofdstukken van Genesis om een natuurwetenschappelijk verhaal gaat.

Het Gereformeerde rapport gebruikte menselijke zwakheden om het Woord van de openbaring te humaniseren, aldus De Jong. Maar anderzijds vond hij dat het dogma van de onfeilbaarheid — hoewel meer resultaat van intens Schriftlezen —ook tever gaat: het zorgt voor een zekere gedwongenheid in de exegese.

Oneffenheden
Want er zijn toch wel oneffenheden in de Schrift, aldus de Amsterdamse predikant. Aan de hand van de vraag „wie versloeg de reus Goliath?" kwam De Jong ertoe de term „profetische geschiedschrijving" te hanteren. Dat is dan een verhaal waarin verschillende historische feiten worden samengevat. Zo is de Schrift toch niet onbetrouwbaar, aldus De Jong.

Er wordt op drie plaatsen gesproken van het verslaan van Goliath. Althans, in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap. In 1 Samuel 17 verslaat David Goliath. Volgens de vertaling van het NGB in 2 Samuel 21 vers 19 verslaat echter Elhanan Goliath. (De Statenvertaling heeft hier dat Elhanen „Bethhalachmi, dewelke was met Goliath" versloeg, red. RD) En in 1 Kronieken 20 vers 5 verslaat Elhanen Lachmi, de broer van Goliath. Wie de Statenvertaling gebruikt heeft dus geen probleem, wie de vertaling van het NGB hanteert staat voor de vraag: wie versloeg Goliath.

Oplossing
Het Gereformeerde rapport heeft als oplossing dat het in het verhaal van Goliath om een volksverhaal gaat waarbij het er niet zo op aankomt wie de reus versloeg. Daarentegen verzette De Jong zich fel: Te spreken over een „volksverhaal" als minder betrouwbaar is elitair.

De EO-uitgave „De Bijbel in de beklaagdenbank" vermoedt één tekst die aan de basis heeft gelegen van zowel 2 Samuel 21:19 als 1 Kronieken 20:5. Waar vroeger de tekst vele malen werd overgeschreven omdat de boekdrukkunst nog niet bekend was is bij 2 Samuel 21 eenvoudig een overschrijvingsfout gemaakt, aldus het EO-rapport.

Tegenstrijdigheid
De Jong hield echter vast aan het feit dat er in 1 Samuel 17 en 2 Samuel 21 sprake is van verschillende beweringen: de tegenstrijdigheid blijft staan. En om pastorale reden zou dan de schrijver van 1 Kronieken 20 dat verschil geprobeerd hebben glad te strijken.

Op grond van een aantal overwegingen kwam De Jong ertoe te veronderstellen dat het verslaan van Goliath slechts aan David toegeschreven was. 1 Kronieken 20 lezend vroeg hij zich af: waar blijft het unieke van Davids daad, terwijl er immers vier reuzen, zonen van Rafa werden verslagen?

In geen van die gevallen was het David zelf die er een deed vallen. De wapenfeiten werden op Davids naam gezet — „zij vielen door de hand van David en door de hand zijner knechten", zegt 1 Kronieken 20:8 — kennelijk omdat het zijn oorlogen tegen de Filistijnen waren. Bovendien, de bijzonderheden uit 2 Samuel 21 — het gewicht van de lans, de speer met de schacht als een weversboom en het honen van Israëls God — keren alle terug in 1 Samuel 17.

„Profetisch"
Zou het mogelijk zijn, zo veronderstelde De Jong, dat de profetische schrijver de berichten van 2 Samuel 21 en 1 Kronieken 20 gebruikt heeft om van een roemrucht wapenfeit van David uit het begin van zijn carrière een mooi verhaal te maken? Dat is zo, zo hield hij de aanwezigen voor, toch geen bedrog.

Dat zou ook recht doen, aldus de Amsterdamse predikant, aan het feit dat Saul en Abner David in 1 Samuel 17 nog niet kennen.

De Jong paste de figuur van de profetische geschiedschrijving vervolgens ook toe op Jericho waar bij opgravingen tot nu toe van omgevallen muren nog niets gebleken zou zijn. Het zou kunnen zijn, aldus De Jong, dat alle ervaringen van Israël in het veroveren van Kanaän hier samengevat zijn, bij elkaar gezet zijn terwijl ze in werkelijkheid verspreid zijn voorgevallen. Op soortgelijke wijze sprak De Jong over de eerste hoofdstukken van Genesis.

Vraagtekens
De hoorders zetten tegenover het forum waarin onder andere zitting hadden prof. dr. J. P. Versteeg, prof. dr. K. Veenhof en ds. Kranenburg nog al wat vraagtekens bij het verhaal van De Jong. Wat moet ik aan met de goddelijke inspiratie, is die dus historische onjuist? De profetische geschiedschrijving zou een grote verleiding kunnen betekenen voor mensen die de Bijbel willen ontkrachten, aldus een ander. Hoe zit het nu met de datering en met het auteurschap van de bewuste Bijbelgedeelten? Zijn wat De Jong onjuistheden noemt in feite geen onduidelijkheden, aldus een andere vraagsteller?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.