+ Meer informatie

Verkiezing ouderlingen en diakenen 3

Kerkregering X

4 minuten leestijd

Verkiezing ouderlingen en diakenen 3

Hoe moet de uitslag worden vastgesteld?

De vaststelling van de uitslag der kerkelijke verkiezingen schijnt hier en daar nogal eens moeilijkheden met zich te brengen, vooral door het feit dat men op enkele plaatsen, naar ik vernam, een methode volgt die zeer ingewikkeld is en die bovendien m.i. onjuist is. Het komt mij daarom gewenst voor hierover een artikeltje te schrijven. Men kan het volgende stellen.

GEVAL A.

Er zijn 90 stemgerechtigde leden der gemeente, die allen aan de verkiezing deelnemen. Zij moeten uit 8 candidaten 4 ouderlingen kiezen: ABCDEFGH. Allen leveren een briefje met 4 namen in. Totaal dus 90 x 4 = 360. Hoe moet nu de meerderheid worden vastgesteld?

Er zijn verschillende mogelijkheden.

I. De meerderheid wordt gevormd door de helft van het aantal leden, dat een geldig stembriefje heeft ingeleverd en dus werkelijk aan de verkiezing heeft deelgenomen, plus 1. In dit geval dus 90: 2 = 45. plus 1. Is derhalve 46.

II. a. De meerderheid wordt gevormd door de helft van 360 plus 1. In dit geval wordt de meerderheid dan 181. Maar … dan is niemand gekozen, want niemand kan meer stemmen krijgen dan 90. Dit is het voorbeeld, zij het met andere getallen, dat wij ook vinden bij prof. dr H. Bouwman, Geref. Kerkrecht, I, blz. 545 v.

b. Men kan ook 360 delen door 4. Dit wordt dan 90. Daar moet dan nog I bij. Dan wordt het dus 91. Maar niemand kan 91 stemmen krijgen! Dan dus 360 door 4 delen en daar niet meer 1 stem bij optellen. Dan wordt het dus 360 door 4 delen en daar niet meer 1 stem bij optellen. Dan wordt het dus 90. Theoretisch is het mogelijk dat iemand 90 stemmen op zich verenigt, dus met algemene stemmen verkozen wordt. Maar dat is dan in dit geval eis. Men moet met algemene stemmen gekozen worden om benoemd te worden tot ouderling! Dat is natuurlijk dwaasheid.

c. Men kan het ook zó doen: 360 delen door 4. En dit getal weer door 2. Plus 1. In dit geval wordt het dan 360 : 4 = 90. En 90 : 2 = 45. Plus 1. Wordt dus 46. Dit is hetzelfde getal dat wij in sub I vinden. Maar welk een dwaze omweg!

GEVAL B.

Stel nu dit. Er zijn weer 90 kiezers die weer uit 8 candidaten 4 moeten kiezen. Vele briefjes bevatten minder namen dan 4: sommigen 1. anderen 2 enz. Deze briefjes zijn natuurlijk geldig. Nu kan de uitslag zijn:

A 80. B 60. C 40, D 30, E 20, F 10, G 10, H 10 samen: 260. Volgens 1 (zie boven) is de meerderheid 46. Dus A en B zijn gekozen. Er moet nogmaals gekozen worden om de resterende vacatures vervuld te krijgen.

Volgens II b (zie boven) is het zo: 260 : 4 = 65. Plus 1. Is dan 66.

Niemand is dan gekozen, want niemand kan 131 stemmen krijgen. TOCH begeert de OVERGROTE meerderheid A en de GROTE meerderheid B!

Volgens II b (zie boven) is het zo: 260 : 4 = 65. Plus 1. Is dan 66.

Dan is A gekozen.

Maar B is niet gekozen, hoewel de GROTE meerderheid hem begeert.

Volgens II c is het zo: 260:4 = 65. En dit getal weer door 2 gedeeld is 32 en een half. Plus een halve stem. Is dan samen 33.

Dan zijn A en B gekozen.

Maar dan is óók C gekozen, hoewel MINDER DAN DE HELFT der stemgerechtigde leden hem wenst!

Met deze voorbeelden zijn natuurlijk alle mogelijkheden van II niet uitgeput.

Voor ons staat vast dat de enig aanvaardbare weg is die wij onder I hebben genoemd.

Het uitgangspunt voor de vaststelling van de uitslag is: door hoeveel stemgerechtigde leden wordt iemand begeerd?

Daar zijn zo en zo veel leden der gemeente, die hun begeerte te kennen geven dat zij die of die in het ambt wensen. Ze doen dit door geldige stembriefjes. Het is het eenvoudigste en het meest logische om te zeggen: de kerkeraad benoemt iemand die door minstens de helft plus 1 van de leden die aan de verkiezing door het inleveren van geldige stembriefjes deelnemen begeerd wordt. Dit is de z.g.n. volstrekte meerderheid. Bij herstemmingen moet het soms wel eens anders om een eindeloos aantal stemmingen te voorkomen.

Zo moeten wij ook verstaan wat in de concept-regeling voor de verkiezing van ouderlingen en diakenen staat. Als hier in art. 8 gesproken wordt van uitgebrachte geldige stemmen, dan worden daarmee geldige stern-briefjes bedoeld door evenzovele leden der gemeente ingeleverd.

Overigens blijft waar wat prof. Bouwman schrijft a.w. blz. 547: ..Bezwaren zijn bij :cen enkele regeling buitengesloten”.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.