+ Meer informatie

Rondom kerk en staat

6 minuten leestijd

Na alle mogelijke adviesinstanties en raden, bij de wet of bij Kon. Besluit ingesteld, komt het toch ov de daad van regeren aan. Op de regeringsbevoegdheid en de daden zelf. Over cle macht van cle Koningin, b.v. inzake de buitenlandse betrekkingen, en andere aan Haar speciaal toekomende rechten komen wij successievelijk wel weer.

Thans vraagt onze aandacht de regeringswijze die het meest tot ons spreekt, n.l. zoals die door middel der ministers geschiedt. De ministers worden volgens de Grondwet door de Koning benoemd en ontslagen naar welgevallen. Dit „naai welgevallen" betekent, dat de Koning geheel vrij is in zijn keus, maar ook, dat een minister niet in functie kan blijven wanneer cle Koning hem ontslag verleent. Hij kan zich daartegen niet verzetten.

Dergelijke hoge ambtelijke posten moeten niet gedrukt worden doo> • een zeker verband; er mag geen sleur ontstaan en, al wordt het ambt ook bezoldigd, mag het niet om den brode worden aangehouden.

Maar hiermede is nog niet alles gezegd. De besturing van het lancl stelt de laatste jaren zo grote eisen aan de bekwaamheid en werkkracht der ministers dat in de Grondwet het instituut der staatssecretarissen is ingedragen (art. 86). Zij zijn als assistenten van cle ministers te beschouwen, verschijnen ook in de vergaderingen der Kamers om de zaken toe te lichten en zijn voor hun spreken en handelen even verantwoordelijk als de ministers. Hoe meer men de staatstaak uitbreidt en de overheid haar invloed op het brede sociale terrein en op clat van handel en verkeer vergroot, hoe meer mensen er noclig zijn om alles in kannen en kruiken te brengen.

De steeds voortgaande ontwikkeling van de maatschappij en cle wisselende inzichten en toestanden, vergen veel van aller werkkracht. En dan denken we nog maar niet aan de beslommeringen van de buitenlandse betrekkingen. En we laten even rusten of wij het met alles eens zijn.

Dat vermeerderde werk geldt óók de Kamerleden; hun aandacht moet over onnoemelijk meer onderwerpen gaan dan b.v. een kwart-eeuw geleden. Vandaar clat het plan is gerezen het aantal Kamerleden te vergroten. Daarover hebben wij een eigen mening.

Het gaat in deze maar om de taak die men cle Staat toedenkt. En clie is niet precies af te grenzen. Er was b.v. een tijd in onze jeugcl, toen cle regering zich met woningbouw vrijwel nooit bemoeide. Er waren hoogstens plaatselijke verordeningen op het woningtoezicht, om onheilen te voorkomen. Twee oorlogen met al hun vernielingen en belemmerende invloeden vorderen nu wel dat cle overheid met voorschotten helpt en ook toeziet clat er voor de minder clraagkrachtigen woningen komen, zo goed cds voor wie over eigen middelen beschikt. Daar komt bij clat men nu de taak van cle overheid zo ziet, dat zij altijd voor woningbouw moet zorgen en op prijs en indeling cler woningen moet toezien. De volkshuisvesting is geheel binnen de kring van de regeringsbemoeiingen gebracht. Veelal door middel van woning-

bouwverenigingen, stimuleert zij de bouw. Daarnaast kunnen ook gemeenten en particulieren onder bepaalde voorwaarden bouwen. De ontwikkeling der tijden gaai door en zo wijzigt zich ook het aspect van de taak der regering. Naarmate men nu socialistisch aangelegd is denkt men die regering grote macht toe. Dat er verkeersregelingen ontstonden en de regering voor een goed wegennet zorgt is te prijzen. Of zij echter in de middenstandsbedrijven zoveel macht moet hebben, dat soms de zoon de zaak van de ouders niet kan erven is weer wat anders.

De ministers worden benoemd voor speciale departementen: Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Overzeese Rijksdelen en zo meer. Zij zijn verantwoordelijk; daarom draagt elke Wet en elk Kon. Besluit naast de handtekening van de Koningin ook die van de minister, of van meer dan een minister.

Een minister is strafrechtelijk, finantieel en politiek verantwoordelijk. Zijn er klachten wegens ambtsmisdrijf, dan komt de minister voor de Hooge Raad terecht. Dat is bij ons weten in ons land nog niet voorgevallen. Met de finantiële verantwoordelijkheid staat het wat vaag. Zij is niet nader bepaald. Zij zou betekenen dat de minister bijvoorbeeld de schade moet betalen die hij het land heeft aangedaan. Nu is dat minister-zijn een eigenaardig karweitje. U begrijpt, dat één man op een departement niet alles zelf kan bekijken en hij veel op zijn ambtenaren moet afgaan. Deze op hun beurt zijn ook weer niet allemaal specialisten en b.v. bij het geven van grote orders, is veel uitkijken nodig om

's lands gelden zo zuinig mogelijk te beheren. De minister krijgt dus dagelijks veel stukken te tekenen op goed vertrouwen in zijn mensen; dat kan haast niet anders. Maar een klein misverstandje of een klein onregelmatigheidje doet dan wel eens grote schade, die men later nu eenmaal niet op die minister kan verhalen, want het loopt vaak in de tonnen. Zo is er al eens een minister afgetreden omdat hij veel te dure contracten voor pantserplaten had getekend. En aan de geboren staatsman, wijlen Mr Dr van Karnebeek, minister van buitenlandse Zaken, later Commissaris van de Koningin in Zuid Holland, die ik de eer had te kennen, werd in de Tweede Kamer gevraagd of het waar was-dat er op de zolders van zijn departement zoveel dozen pijpen brieflak lagen. Lachend gaf hij ten antwoord, dat het

zeer goed mogelijk was, want dat Buitenlandse Zaken veel met „lak" omging. Hier moge vast opgemerkt worden, dat er een „Rekenkamer" bestaat, die alle uitgaven controleert en op hun billijkheid toetst. In een zo grote administratie als het bestuur van een land nu eenmaal is, moet ook goede controle zijn. Die Rekenkamer is zeer nuttig, al kan zij niet alles wat scheef getrokken is weer recht zetten. Een hoofdstuk apart! Wie van zijn vaderland houdt zal in deze dingen belang stellen.

In een volgend artikel hopen wij iets over de praktijk van de vorming der kabinetten en de benoeming der ministers mede te delen. Want de praktijk gaat nog al eens boven de leer (van de wet). Thans besluiten wij met op te sommen, dat nu, in 1954, de volgende ministeries bestaan: Algemene Zaken (Drees) — Binnenlandse Zaken (Beel) — Buitenlandse Zaken (Beijen, en Luns als minister-zonder-portefeuille ) Economische Zaken (Zijlstra en de Bruyn voor de Publiekrecht. Bedrijfs Organisatie) — Finainciën (Van de Kieft) — Justitie (Donker) — Landbouw, Visserij, Voedselvoorziening (Mansholt) — Maatschappelijk Werk (van Thiel) — Marine (Staf) — Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (Cals) — Oorlog (Staf) — Overzeese Rijksdelen (Kernkamp) — Sociale Zaken en Volksgezondheid (Suurhof) — Verkeer en Waterstaat (Algera) — Wederopbouw en Volkshuisvesting (Witte). Van deze ministeries houden Econ. Zaken, Financiën, Marine, Oorlog, Onderwijs en Sociale Zaken er eeri staatssecretaris op na.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.