+ Meer informatie

CALVIJN EEN MENS

3 minuten leestijd

Het zal inmiddels bijna niemand ontgaan zijn: 2009 zal Calvijnjaar zijn. Het zal dan namelijk 500 jaar geleden zijn dat de bekende reformator, die zijn sporen trok in Straatsburg, maar vooral in Genève, geboren werd. Dat is aanleiding geweest voor de gereformeerde ‘wereld’, wereldwijd om hem nog weer eens in de schijnwerpers te zetten. Er komen lezingen, symposia, tentoonstellingen, en ook in Nederland zal daar het nodige van te merken zijn. De verschillende kerkelijke denominaties die de naam ‘gereformeerd’ dragen, gaan immers ten principale terug op de Calvijnse reformatie. Niet dat wij hem in al onze discussies noemen (bijvoorbeeld meestal niet als het gaat om de frequentie van de avondmaalsviering!), maar een theologisch gereformeerd onderzoek zonder dat daar de Calvijnse brennen bij onderzocht zijn, is niet goed denkbaar.

De eerste concrete resultaten van een langdurige voorbereiding, die een aantal prominente kerkhistorici (en anderen) ter hand hebben genomen, zijn al zichtbaar, en in ons blad zal daar ook aandacht aan gegeven worden. Als eerste rolde van de pers een boek van ‘onze’ Apeldoornse hoogleraar Selderhuis. Hij verdiepte zich in de vraag, wie Calvijn nu feitelijk zelf was. Immers, zijn naam is wereldwijd bekend en zijn werk wordt overal gelezen. Maar wat dreef hem? Hoe zag hij zichzelf? Hoe ging hij om met vreugde en verdriet, met leven en sterven, met vrouwen en kinderen, vrienden en vijanden?

Dit boek is dus niet geschreven om Calvijn te verdedigen, en evenmin om hem aan te vallen. Het is gewoon de bedoeling om te laten zien wie hij was. Selderhuis meldt in zijn voorwoord dat dit hem niet zwaar hoefde te vallen, want hij ‘heeft bij Calvijn helemaal geen gevoelens’ (blz. 7 en 8)’, laat staan vriendschappelijke of vijandige. Onbekommerd kan hij daarom Calvijn tegemoet treden en zijn onderzoek doen binnen de kaders die hij zich daarvoor stelt. Daarvoor heeft hij zich voor de bronnen voornamelijk gebaseerd op de brieven die de reformator schreef. In brieven immers wordt de mens het meest zichtbaar! En zo ontdekken we een man, een mens, die ongelooflijk eenzaam en lichtgeraakt kon zijn, gedreven maar ook bewogen, strak maar tevens ontroerd, ja tot tranen toe. In dat alles was ongetwijfeld de liefde tot God zijn grote drijfveer.

In tien hoofdstukken komt Calvijn ons als mens dichterbij: als wees, als pelgrim, als vreemdeling, als vluchteling, als prediker, als slachtoffer, als weduwnaar, als patiënt, als zeiler en als soldaat. Laat ik er die als patiënt uitlichten (blz. 243-274): het is aardig dat Selderhuis dat hoofdstuk kleur geeft door te beginnen met het ten tonele voeren van Hieronymus Bolsec, een arts(!) uit de 16e eeuw, die een studie maakt van de predestinatieleer, zoals die door Calvijn wordt ontvouwd. Hij trekt de conclusie dat het volgens Calvijn Gods schuld is dat de zonde in de wereld is gekomen. Dat loopt op enig moment uit op een stevige confrontatie tussen deze twee mannen. Selderhuis beschrijft dit alles met smaak (soms geeft het boek iets teveel ‘smaak’), en gaat dan bijna ongemerkt over op de lichamelijke conditie van Calvijn. Zo komt hij ons spontaan dichterbij: de mens Calvijn.

n.a.v. Herman J. Selderhuis, Calvijn een mens. Uitg. Kok Kampen 2008, 336 blz., geb. € 24,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.