+ Meer informatie

SPREKEN IN TONGEN OF KINDERLIJK GEBRABBEL?

8 minuten leestijd

TONG EN TAAL

Wat wordt in de Bijbel bedoeld met ‘spreken in tongen?’ Het Griekse woord ‘tong’ betekent ook ‘taal’. We kunnen het dus ook hebben over ‘spreken in talen’. Daarmee worden gewoon talen bedoeld, zoals het Nederlands een taal is. In de Bijbel wordt met spreken in tongen of in talen bedoeld: spreken in een taal die de spreker niet beheerst. Dat gebeurt in een situatie waarin de hoorders van de boodschap van God de gangbare taal niet kennen. Dit spreken is een getuigenis van de grote daden van God. Hierbij gaat het om bestaande talen, om ‘andere talen’ (Han. 2:4, SV en HSV), ‘andere tongen’ (NBG), ‘vreemde talen’ (NBV). Zo hoorden degenen die op het eerste pinksterfeest aanwezig waren de discipelen in hun eigen taal spreken (Han. 2:6).

Omdat in verband met ons onderwerp over het algemeen de uitdrukking ‘spreken in tongen’ wordt gebruikt, sluit ik me daarbij nu aan.

NIET ‘WEZEN’LIJK

In de Bijbel komt het spreken in tongen niet vaak ter sprake: één keer in de Evangeliën (in het slot van Markus - bij deze tekst worden echter wel vraagtekens gezet, omdat ze in de oudste handschriften niet voorkomt), drie keer in Handelingen en één keer in de brieven: in de I Korinthe-brief. Van Jezus lezen we niet dat Hij in tongen sprak, hoewel Hij volkomen vervuld was met de Geest. We lezen het ook niet van Johannes de Doper, die in de buik van zijn moeder al met de Geest vervuld was. En van de apostelen lezen we het alleen van Paulus, terwijl die er zeer terughoudend over is, zoals in I Korinthe 14 blijkt. En in de gemeente te Korinthe is er alleen maar verwarring over, wanorde. Paulus probeert juist op dit punt orde op zaken te stellen. In deze gemeente komt het spreken in tongen als een probleem naar voren. Buiten deze Schriftgedeelten lezen we er niet over. Ook in de vermaningen en voorschriften in de apostolische brieven komen wij het niet tegen. De conclusie kan zijn dat het spreken in tongen niet tot de kern van het onderwijs van de Bijbel hoort. Het behoort niet tot het wezen van het christen-zijn.

SPREKEN IN TONGEN

Om nader zicht te krijgen op de bedoeling van het spreken in tongen, luisteren we naar Paulus. In 1 Korinthe 14:22 zegt de apostel dat dit spreken een teken is voor ongelovigen, niet voor gelovigen. Het is belangrijk om dit vast te houden, want hiermee geeft hij de kern van het spreken in tongen aan. En de ongelovigen op wie hij doelt, zijn ongelovige Joden, geen ongelovige heidenen.

Dat wordt duidelijk als wij ons via vers 21 door hem terug laten leiden naar Jesaja 28:11 en 12. Daar zien we dat het horen spreken van een onverstaanbare taal (hier: de taal van de vijandige Babyloniërs) in verband staat met het ongeloof van de Joden en met het oordeel van God.

Bij de drie gelegenheden in Handelingen waar in tongen gesproken wordt, zijn steeds ongelovige Joden aanwezig (Han. 2, 10 en 19). In de gemeente te Korinthe zou het ook om ongelovige Joden moeten gaan. Hun aanwezigheid vormt de enige legitimatie voor het spreken in tongen. Maar dat zij in Korinthe zijn en dat het spreken in tongen in deze gemeente iets met hun aanwezigheid te maken heeft, daarover lezen wij niets.

In Handelingen 2 zien we dat veel Joodse mensen tot geloof komen. Het spreken in tongen is wel een teken van oordeel, maar oordeelsaankondiging houdt ook altijd een oproep tot berouw en bekering in. Op het pinksterfeest in Jeruzalem zijn er Joden die berouw tonen, zich bekeren en geloven dat Jezus de Messias is. Maar anderen spotten en verharden zich. Het Joodse volk als geheel komt niet tot geloof. Het Joodse volk (dat is ‘dit volk’ waar Paulus op doelt in I Korinthe 14:21 en dat is nog steeds hetzelfde volk als in Jesaja 28:11) verwerpt, bij monde van zijn leiders, de Here Jezus als de Messias. In het jaar 70 komt God opnieuw met zijn oordeel. De Romeinen vallen Palestina opnieuw binnen en de tempel in Jeruzalem wordt verwoest. Weer gaat in vervulling wat Jesaja profeteerde en wat Paulus citeerde: ‘Dit volk’ luistert niet naar de Here.

OORDEEL EN ZEGEN

Het spreken in tongen is niet alleen een teken van oordeel voor de ongelovige Joden maar tegelijk een teken van zegen voor de volken. Dat zien wij op het pinksterfeest. In Handelingen 2 lezen we dat God niet langer in één taal spreekt. De volken komen in het vizier. Ook de toekomst, waarin de gevolgen van Babel ongedaan gemaakt zullen zijn en er weer één taal gesproken zal worden. Maar dit teken van zegen staat niet los van het teken van oordeel. Het is door het oordeel over Israël dat de zegen tot de volken komt. ‘Door hun val is het heil tot de volken gekomen’ (Rom. 11:11).

DE GEMEENTE TE KORINTHE

En dan nu de gemeente te Korinthe. Deze gemeente bestaat uit jonge christenen die nog niet volledig afscheid hebben genomen van hun heidense leven. Ze zijn onvolwassen en kinderlijk-egocentrisch. Ze zijn geestelijk niet gezond bezig. Paulus noemt ze vleselijk (I Kor. 3:1-3). Dat zijn ze ook in hun focus op de gaven van de Geest. Zij zeggen dat zij het spreken in tongen als gave van de Geest hebben ontvangen. Maar gaat het hierbij niet om een vorm van extase die zij vanuit hun vroegere, heidense godsdienst kennen en die zij interpréteren als een spreken in tongen, als gave van de Geest? Zitten zij op dit punt niet gewoon vast aan hun oude leven? Niet voor niets laat Paulus zich er zeer kritisch over uit.

Het blijkt dat deze gemeenteleden heel erg op zichzelf gericht zijn. Ze zien wat zij ervaren als spreken in tongen als een privé-gebeuren. Maar, zo laat Paulus uitkomen, daarvoor is het spreken in tongen niet bedoeld. De gaven van de Geest worden gegeven tot opbouw van de gemeente als lichaam van Christus. Dat geldt ook voor de gave van het spreken in tongen. Wat in de samenkomst van de gemeente gezegd wordt, moet duidelijk en voor iedereen verstaanbaar zijn. De gemeente moet er ‘amen’ op kunnen zeggen.

VANDAAG

In het licht van het voorgaande meen ik dat wat vandaag met spreken in tongen wordt bedoeld, niet het bijbelse spreken in talen is. We leren van Paulus dat het bij dit spreken gaat om een situatie die te maken heeft met het spreken van God in de ontmoeting met ongelovige Joden. Dat is een situatie die zich vandaag, zeker in onze westerse wereld, niet of nauwelijks voordoet. Wij hoeven daarom niet te verwachten dat ons vandaag de gave van het spreken in tongen wordt gegeven.

Maar wat moeten we dan denken van christenen die zeggen deze gave te hebben ontvangen? Opvallend is dat daarbij de Bijbelse achtergrond, zoals Paulus die aangeeft, en het aspect van gemeentopbouw ontbreken.

Persoonlijk denk ik bij wat vandaag spreken in tongen wordt genoemd aan:

1. Beleving van onuitsprekelijke vreugde

Er zijn gelovigen die zeggen in tongen te kunnen spreken en dit zien als een privégebeuren.

Nu kan een gelovige in zijn/haar persoonlijke omgang met God een diepe, onuitsprekelijke vreugde ervaren en zich gedrongen voelen zich woordeloos, in klanken, te uiten. Maar dit is geen spreken in tongen, maar een individuele expressie van een ervaring waarvoor woorden tekortschieten. Dit staat los van de gave van de Geest waar het in dit artikel over gaat. Het vloeit wel voort vanuit een diep aangeraakt zijn door de Geest, die het onweerstaanbare verlangen oproept om de Here te loven en te prijzen.

2. Kindergebrabbel

Veel van wat vandaag ‘spreken in tongen’ wordt genoemd is geen ware manifestatie van de Geest maar een valse expressie daarvan. Het is niet meer dan een psychologisch fenomeen, een kinderlijk gebrabbel, een uiting van onvolwassen gedrag of van een verkeerde interpretatie van de bijbelse gegevens. De manier waarop veel christenen bezig zijn met het spreken in tongen heeft geen bijbelse grond. We zien hierbij een geest van individualisme en subjectivisme die prima past in onze tijd, maar die niet past bij de Geest die erop uit is Christus centraal te stellen en zijn gemeente op te bouwen.

GEEN GEMIS

We hebben gezien dat in de Bijbel slechts in de marge over het spreken in tongen wordt gesproken, in een specifieke context met ongelovige Joden. In andere gemeenten dan die in Korinthe horen wij hier niets over. En in andere brieven dan de tweede brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe komt het niet aan de orde. Ook niet in zijn brief aan de gemeente van Efeze waarin hij de lezers oproept om vervuld te worden met de Geest.

Het is niet zo dat het vervuld zijn met de Geest ‘automatisch’ het spreken in tongen met zich meebrengt. Vele gelovigen door de eeuwen heen zijn vervuld ge-weest met de Geest maar hebben niet in tongen gesproken.

Daarom: als wij niet in tongen spreken, is dat geen gemis en geen tekort. Als wij vervuld zijn met de Geest, dan zijn er andere gaven die wij ontvangen. Laten we die maar intensief en met vreugde gebruiken tot eer van God en tot opbouw van de gemeente als lichaam van Christus. Want daarvoor zijn de gaven van de Geest bedoeld.

Dr. C.G. Geluk (1945) is emerituspredikant van de Protestantse Kerk in Nederland en woont te Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.