+ Meer informatie

Gestommel bij de ingang

6 minuten leestijd

Aan een kerkgebouw kun je zien hoe mensen vroeger dachten. Achter de architectuur, de versieringen, de glas-in-loodramen gaat een wijdvertakte ideeënwereld schuil. Ook de deur en het kerkportaal hebben een eigen betekenis, zegt prof. dr. C. A. Tukker. "De Reformatie bracht een breuk in het denken hierover."

Zijn woning is gelegen op het Groningse platteland, nabij Delfzijl. Daar woont de emeritus hoogleraar sinds hij in 1995 als hervormd predikant in Epe met emeritaat ging. Dr. Tukker verlaat zijn drieklaviersorgel zodra zijn gast binnenkomt. "U durft een vlizotrap op? Ik zal u voorgaan. Als de trap mij houdt, redt u het ook", zegt hij met gevoel voor verhoudingen. De studeerkamer beslaat de volle lengte van het huis en is gevuld met boeken. Haal je de eigen publicaties van dr. Tukker ertussenuit, dan valt er een aantal gaten. Ook zijn vrouw, Vera, hanteerde de pen. Zij schreef bijvoorbeeld over de vrouw in reformatorisch perspectief.

Het portaal, de toegang tot de kerk, heeft altijd sterk tot de verbeelding gesproken, zegt dr. Tukker. "In het Nieuwe Testament wordt over de Hoeksteen gesproken. De hoeksteen had vanouds een plaats in het portaal. Hij hield de boel bij elkaar. Geestelijk betekent dit dat Jezus Christus de Hoeksteen is die het gehele lichaam, de kerk, bijeenhoudt."

Wie oog krijgt voor de symboliek van eeuwenoude kerkgebouwen ontdekt een kosmos van symbolen en tekentaal. De theologische en liturgische ideeën van de gemeente worden erin weerspiegeld. Dat geldt voor zowel rooms-katholieke, protestantse als anglicaanse bedehuizen. De middeleeuwse kerk omvatte de hele maatschappij en had daarom vele functies, zegt dr. Tukker. "Het plein voor het kerkportaal was de ontmoetingsplaats van de gemeenteleden. Hier werden publieke mededelingen gedaan over de prijs van varkens of over aanstaande bruiloften."

De mensen waren in die tijd verdeeld in drie standen, legt dr. Tukker uit. "De geestelijke stand vormden de priesters en monniken. Zij stonden het dichtst bij God, dacht men. Dan had je de overheid: de koningen en de magistraat. En in de derde plaats was er Jan met de pet, de gewone man, die niets had in te brengen. Zij werden dom gehouden. Hun 'boeken' waren de talrijke beelden om en in de kerk."

De middeleeuwse portalen hadden daarom een sterk communicatieve functie. "Ga maar eens kijken bij al die grote Franse kathedralen. De vele fresco's en het houtsnijwerk op de deuren van bijbelse figuren hadden een liturgische betekenis. David, Jona, Noach en vele anderen kwamen terug in de lezingen en perikopen."

Als voorbeeld van een prachtig kerkportaal noemt dr. Tukker de Delftse Nieuwe Kerk. "Een heel hoog portaal met een mooie entree, een hoog dak en dubbele deurpartijen. Ik vind dit portaal ook fraai vanwege het grote plein ervoor, en het feit dat recht tegenover de toren het stadhuis ligt."

De toren vormde in middeleeuwse kerken de toegang tot het heiligdom. Gewelven in de portalen werden bepaald door een zekere constructie, zegt dr. Tukker, die vooral tongewelven erg mooi vindt. "Bij hoge tongewelven vallen de klokkentoren en het portaal in feite samen."

Het kwam trouwens ook voor dat de toren geen portaalfunctie had. "De middeleeuwse kerk van 't Zandt, hier vlakbij, heeft een losstaande zadeldaktoren. Deze werd dus alleen gebruikt voor het luiden van de klokken en het opsluiten van boeven."

Reformatie

De Reformatie bracht veranderingen op theologisch en liturgisch terrein. Deze weerspiegelden zich in het gebruik van het kerkgebouw. De ontmoetingsplaats, voordien het plein, kwam niet langer buiten de kerk maar in de kerk te liggen, vertelt dr. Tukker. "Protestanten wisten geen raad meer met de vrijgekomen lege plek waar het hoogaltaar stond. Een deel van het openbare leven ging die leemte opvullen. Dat kon nu in de kerk, want voor protestanten was het gebouw niet heilig."

Wie de zijgevels van het transept -de dwarsbalk van de kruisvorm van de kerk- wel eens heeft bestudeerd, ziet aan beide zijden steevast een deur zitten. Dat heeft te maken met de veranderende functie van het kerkgebouw in de zestiende eeuw. "In het transept kreeg je een looppad van de ene kant van de stad naar de andere kant", vervolgt dr. Tukker. "Zo hoefden de mensen niet om het hele kerkgebouw heen te lopen. De deuren stonden de hele week open. Het transept werd de ontmoetingsplek van de burgerij, en daarmee de plaats waar nieuwtjes werden uitgewisseld. Je kreeg toen opnieuw de vraag: Wat is een kerkgebouw nu eigenlijk? Is het de woning van God, of ook een onderdeel van de samenleving? Over die vragen is voortdurend strijd gevoerd. Vandaar dat men bijvoorbeeld een hondenslager in de kerk had. Mensen luisteren nog wel eens naar het gebod dat je de dienst niet mag verstoren. Aan honden is dat moeilijker duidelijk te maken. Bij overlast werden ze de kerk uitgeslagen."

De overgang van rooms-katholiek naar protestant kon tot vreemde situaties leiden. "Het gebeurde dat aan de ene kant van de deur een diaken stond te collecteren, en aan de andere kant een heiligegeestmeester (een rooms-katholieke diaken, JCK). Beiden probeerden natuurlijk zo veel mogelijk offeranden binnen te halen en waren dus elkaars concurrent. Aan deze strijd is een einde gekomen met de confiscatie van de openbare armengoederen en de toewijzing daarvan aan de diakenen."

Heeft de zogeheten beeldenstorm in de zestiende eeuw niet veel moois weggevaagd?

"Het heeft inderdaad weinig gescheeld of we waren door de beeldenstorm hele stukken cultuur kwijt geweest. Aan de andere kant vormt de beeldenstorm ook een cesuur in onze Nederlandse godsdienstgeschiedenis. De Heidelbergse Catechismus zegt dat God niet door stomme beelden maar door de verkondiging van Zijn Woord wil gediend worden. De voorrede tot de apocriefe boeken geeft duidelijk aan waarom deze sanering noodzakelijk is geweest.

Ik ben me ervan bewust dat de tegenstelling tussen dogma en beeld theologisch niet houdbaar is. Maar je moet ook weten wat je wilt afbeelden. De waarheid van het Evangelie is niet volledig in beeld te brengen. Afbeeldingen moeten liturgisch passen en bijbels verantwoord zijn. Ook moet je rekening houden met het feit dat mensen de neiging hebben af te wijken en zijpaadjes te bewandelen."

Vindt u dat kerkportalen tegenwoordig voldoende uitnodigend zijn voor niet-kerkelijk publiek?

"Of een kerk uitnodigend is, heeft niet te maken met de portalen, het zit in de houding van de kerkgangers. Er moet een openheid zijn naar anderen toe. "Ze groeten ons niet eens", kreeg ik in Epe als herder over mijn schapen eens te horen. Dat is een ernstige zaak, waarvan je dan werk moet maken.

Ik ben er erg voor dat een kerkgebouw de hele week door geopend is. Maar wegens diefstal kan dat tegenwoordig niet meer. Ik betreur dat. Als wijkpredikant liep ik nog wel eens ergens binnen om een gebed uit te spreken.

Zelf heeft Tukker in zijn pastorale loopbaan tijdens de diensten weinig ongeregeldheden meegemaakt rond het portaal. Wel weet hij uit zijn jeugd zich te herinneren dat in hervormd Garderen de wet twee keer werd gelezen. "Een aantal boeren had zo de gewoonte buiten te blijven staan totdat de wet was gelezen. Dan stommelden ze op hun klompen het voorportaal binnen. Om hun de spiegel Gods niet te onthouden, liet de voorganger de wet nogmaals lezen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.