+ Meer informatie

KERK OF GROEP

14 minuten leestijd

Cijfers

Op bladzijde 131 van onze kerkelijk jaarboekje is te lezen hoe het zit met overkomst uit en vertrek naar andere kerken door leden van onze kerken. In het rijtje van kerkgenootschappen waaruit en waarnaar leden komen en gaan, staat nu voor het eerst ook ‘evangelische groeperingen’. Ik vermoed dat we met die aanduiding moeten denken in de richting van evangelische gemeenten. Het cijfer dat erachter staat, springt eruit: in totaal 44, doop- en belijdende leden samen genomen. Bij Pinkstergemeenten staat ook een wat opvallend cijfer: in totaal 38. Bij andere kleine gemeenten c.q. groepen staan cijfers die niet boven de 4 uitkomen.

De eerste conclusie is: Pinkstergemeenten en evangelische groeperingen hebben kennelijk aantrekkingskracht op leden van onze kerken. Dat valt vooral op omdat uit die kringen nauwelijks mensen overgekomen zijn naar onze kerken. Je moet vaststellen dat hier sprake is van eenrichtingsverkeer.

De mutaties uit en naar de traditionele kerken is veel evenwichtiger: er kwamen leden uit die kerken over naar onze kerken en omgekeerd gingen er leden van onze kerken over naar die kerken. Wie de cijfers precies wil weten, kan die vinden op die bewuste pagina 131 van ons jaarboekje.

De tweede conclusie is dat de aantrekkingskracht van deze evangelische groeperingen niet onderschat moet worden omdat in het jaarboekje bij een eerste vermelding van deze groeperingen gefallen worden genoemd die in vergelijking met de andere er nogal uitspringen. Het is trouwens niet duidelijk waar de grens ligt tussen enerzijds Pinkstergemeenten, Vergadering der Gelovigen, Parousiegemeenten, Bereagemeenten en anderzijds Evangelische groeperingen. De cijfers overziend wordt in ieder geval duidelijk dat evangelische gemeenten in de breedste zin van het woord kennelijk aantrekkingskracht hebben op leden onzer kerken.

Toenemende contacten

Het is bekend dat de invloed van en belangstelling voor evangelische gemeenten en groepen veel groter is dan in bovenstaande cijfers tot uitdrukking komt. Contacten en ontmoetingen tussen evangelischen en leden onzer kerken nemen toe; samenwerkingsvormen vooral op het terrein van evangelisatie bevorderen dat en niet zelden bezoeken leden uit onze kerken samenkomsten van evangelische groeperingen. Lang niet altijd leiden die contacten meteen tot overgangen al kunnen ze daar wel een eerste aanzet toe geven. Ouderen maar ook jongeren houden bewust de band met eigen kerk aan maar veroorloven zieh regelmatig de vrijheid om in plaats van eigen diensten de bijeenkomsten van de plaatselijke evangelische gemeente te bezoeken.

De toename van contacten tussen evangelische en reformatorischen is iets van vooral de laatste jaren. Daar heeft uiteraard de EO een belangrijke rol in gespeeld. Maar ook de Evangelische Alliantie heeft daar een niet onbelangrijke bijdrage aan geleverd. Tal van organisames waaraan ook vanuit onze kerken velen deelnemen, hebben een evangelische achtergrond of een grote inbreng van evangelische zijde.

Die toenadering zal ongetwijfeld samenhangen met het feit dat er veel is dat reformatorischen en evangelischen bindt, en met het gevoel dat je samen sterker bent in je afwijzing van ontwikkelingen in theologie en samenleving waar Schriftgetrouwe christenen de grootste moeite mee hebben. We hebben elkaar nodig om sterk te staan tegenover allerlei aanvallen op de inhoud van Schrift en geloof. Bovendien wint de overtuiging veld dat evangelischen en reformatorischen in hun gezamenlijke gebondenheid aan de bijbel als Gods Woord en aan Christus als de enige Verlosser en Zaligmaker veel voor elkaar kunnen betekenen en elkaar ook bijzonder kunnen verrijken.

Ontmoetingen in organisaties en op conferenties leveren niet alleen herkenning op maar ook in toenemende mate begrip en verbondenheid.

Het is moeilijk om de begrippen exact te bepalen en precies aan te geven wat we onder evangelischen en reformatorischen moeten verstaan, maar in dit verband doel ik toch wel op hen die zieh in hun gebondenheid aan de Schrift en hun verbondenheid met Christus een diepgaande eenheid ervaren.

Er zijn er ook die die verbondenheid niet kennen en dan - naar de woorden van de godsdienstsocioloog Stoffels in een artikel in het Geref. Theol. Tijdschrift van augustus jl. - ‘knarsetandend’ de conclusie trekken dat het christelijk geloof zelfs in Nederland niet weg te krijgen is. Stoffels doelt dan op dr. Kranenborg die in “In stukken en brokken’ onder redactie van H.M. Kuitert geschreven had over ‘Revitalisering en de kerken’. Wat je - vooral in de grote Steden - ook doet aan vernieuwing en aanpassing, het lukt maar niet om de kerken weer vol te krijgen en nieuw leven in te blazen, terwijl de inmiddels door evangelische christenen opgekochte lege kerken weer volstromen en bruisen van activiteit. Stoffels die in dit verband zegt dat Kranenborg dit ‘knarsetandend’ constateert, voegt eraantoe dat het evangelische geloof beslist niet Kranenborgs favoriete vorm van Christendom is. Want deze vorm van Christendom roept allerlei associaties op met fundamentalistische bijbeluitleg, ethisch conservatisme en intolerantie jegens andersdenkenden.

Tot deze conclusie wil ik beslist niet komen. Ik heb best wel mijn bezwaren tegen bepaalde opvattingen en vormen van geloofsbeleving in evangelische kring en de wijze van omgang met en uitleg van de bijbel die in evangelische kring nogal eens gehanteerd wordt, is ook de mijne niet, maar de verbondenheid vanwege de aanvaarding van de bijbel als Woord van God en de erkenning van Christus als de enige Middelaar en de accenten op wedergeboorte, bekering en geloof ervaar ik als zeer positief. Ik moet hier trouwens wel bij aantekenen dat ik tamelijk generaliserend spreek; onderling is er tussen evangelische groeperingen nogal verschil en een enorme verscheidenheid.

Daarom wijs ik de kritische, cynische en soms bijna smalende manier van spreken over evangelischen radicaal af en ik stel vast dat die manier van spreken vaak meer van de sprekers zegt dan van degene over wie zij het hebben.

Aantrekkingskracht

Toch kan er ondanks die verbondenheid best wel enige zorg zijn over een toenemende aantrekkingskracht van evangelische groeperingen op leden onzer kerken. Waarom?

Allereerst om de simpele reden dat het altijd Jammer is dat leden afhaken en het eiders gaan zoeken, in dit geval in een evangelische gemeente. Een dergelijke overgang betekent toch op z’n minst een waardeoordeel dat negatief is ten aanzien van de gemeente die men verlaat, en positief ten opzichte van de gemeente die men verkiest. Daar zit altijd iets pijnlijks in.

Daarnaast is het heel vaak zo dat men bij een wat genuanceerder beeld van eigen gemeente en een wat minder geïdealiseerd beeld van de evangelische gemeente wellicht niet tot deze stap zou komen en van harte datgene wat men zoekt en voorstaat, probeert te verwerkelijken in eigen gemeente.

Er zijn echter voorbeelden te over van gemeenteleden die besloten hebben om over te gaan naar een evangelische groepering gewoon omdat men het niet meer eens is met de kerk en meent dat de volle waarheid alleen ginds gevonden en geleerd wordt.

Het gebeurt dan ook niet zelden dat men na overgang naar een evangelische gemeente een Sterke antihouding koestert richting kerk en theologie.

Dat roept dan weer nieuwe readies op en zelfs soms een soort vijandsbeeld dat niet bevorderlijk is voor het naar elkaar luisteren en contactbeoefening.

Het is in ieder geval goed om voor een evenwichtige en tactvolle benadering van hen die kiezen voor een evangelische groepering, vooraf in kaart te brengen wat daar zoals de motieven toe kunnen zijn.

Waarom

Waarom hebben evangelische groepringen aantrekkingskracht op leden van onze kerken?

Ik probeer wat redenen te noemen. De opsomming heeft niet de pretentie volledig te zijn. Ik beperk me tot hoofdzaken.

Er zijn motieven die te maken hebben met leer en specifieke opvattingen al speien die lang niet altijd een beslissende rol. Regelmatig kun je evenwel vernemen dat men ter verklaring van de overgang naar een evangelische groepering aangeeft dat in onze kerken het werk van de Heilige Geest en dan met name de vrucht en de gaven van de Geest voor heiliging en toerusting veel te weinig aan de orde komen. Men heeft de overtuiging dat het charismatisch gehalte van evangelische groeperingen vele malen hoger is dan dat in onze kerken. Doorgaans vindt men zelfs dat het in onze kerken zo goed als helemaal ontbreekt.

Daarnaast kunnen ook opvattingen inzake verbond en doop en de wederkomst met daaraan gekoppeld een uitgesproken chiliasme de reden zijn om met eigen kerk te breken. Soms spelen ook visies die met ethische onderwerpen te maken hebben, een rol. Men vindt de kerk dan te tolerant en te weinig actief in het bestrijden van opvattingen die in strijd zijn met Gods geboden. Daarom een voorkeur voor duidelijkheid inzake ethische kwesties juist in evangelische kring.

Minstens zo vaak, zo niet vaker, speien bij overgang naar evangelische groeperingen motieven een rol die meer van emotionele en subjectieve aard zijn. De samenkomsten daar zijn warmer, levendiger, blijer. De gemeenschap onderling is veel sterker. De mogelijkheid om te participeren in het gemeentelijk leven en de samenkomsten is veel groter. De aandacht voor kinderen en jongeren overtreft die in de kerken vele malen. De aandacht voor een persoonlijke geloofsbeleving en het accent daarbij op wat men voelt en ervaart van de Heilige Geest, is voor velen de doorslaggevende reden om zich thuis te voelen in een evangelische gemeente en daar aansluiting bij te zoeken.

Velen ervaren het ook als een pluspunt dat men in deze kringen elke vorm van vrijblijvendheid afwijst en nogal wat eisen stelt aan het lidmaatschap. Een dergelijke trouw aan de gemeente wordt rijk beloond in een reeks van zegeningen die men vanwege die partieipatie aan de gemeente mag ontvangen.

Reactie

We hebben al gauw de neiging om heel kritisch te reageren op dergelijke beweegredenen voor keuze voor een evangelische groepering. En heel vaak zijn deze motieven ook minder steekhoudend dan ze lijken.

Als het gaat over opvattingen over verbond en doop, verwachting van de wederkomst en eenzijdigheden in betrekking tot het werk en de gaven van de Geest, kan er ingegaan worden op de zaken zelf. Het is belangrijk om dan in alle rust en vriendelijkheid duidelijk te maken hoe we in de kerk op grond van Schrift en belijdenis hierover denken. Ik heb het echter nog nooit meegemaakt dat het echt hielp zo’n gesprek en dat de ander ingewonnen werd voor datgene wat in de kerk verstaan en geleerd wordt. Vaak wreekt zich hier niet alleen een stuk vooroordeel tegen en afkeer van kerk en theologie maar ook een manier van bijbellezen en bijbeluitleg die ons veel moeite geeft. Meestal blijken dan subjectieve gevoelens en meningen de doorslag te geven. Niettemin zijn we verplicht om verkeerde gedachten en opvattingen te weerleggen met het woord van God.

De wat meer gevoelsmatig bepaalde motieven over aantrekkelijkere samenkomsten en hechtere gemeenschap zijn moeilijk te weerleggen. Ook hier is het nodig om een en ander rustig te bespreken en caricaturen te bestrijden. Het komt meer dan eens voor dat iemand die kiest voor een evangelische groepering, voorheen helemaal niet zo betrokken was bij het gemeentelijk leven en nauwelijks meeleefde en nu bij de overgang de kerk lauwheid en matheid verwijt. De in dit kader gehanteerde motieven komen soms wat oneigenlijk, gezocht of overdreven over. Daar kun je dan in het gesprek op wijzen maar doorgaans zal ook dat weinig helpen.

Daarnaast blijkt ook vaak dat er weinig oog is voor wat er wel aan geloofsbeleving en gemeenschap in de kerk gevonden mag worden.

Een pastoraal gesprek hierover - voor zover daar gelegenheid toe is - dient de onrede-lijkheid van sommige motieven aan te tonen en de subjectieve beeldvorming over de kerk te bestrijden.

Belangrijk is het om daarbij duidelijk te maken dat de verhouding tussen kerk en groep ook te maken heeft met een doorgaans grote afkeer van wat met een instituut geassocieerd wordt en een sterke idealisering van de vrijheid die met een groep is gegeven. Deze beeldvorming klopt vaak helemaat niet en gaat terug op onzuivere vertekeningen, maar dat is men zich vaak niet bewust.

Bezinning

Het wordt een stuk moeilijker als bepaalde bezwaren tegen de kerk niet helemaal ten onrechte zijn. De aan de kerk verweten matheid, gezapigheid, starheid, onverdraagzaamheid, somberheid, geesteloosheid en oppervlakkigheid kan niet altijd zo maar weersproken worden. Kerkleden kunnen vandaag veel gemakkelijker kennis nemen van evangelische kerkdiensten, die toch heel anders getoonzet zijn. Denk b.v. ook aan de door ZvK (Zendtijd voor Kerken) verzorgde diensten van evangelische gemeenten voor de televisie. Die kennisname zal de moeite die men in eigen kring heeft met gebrek aan vernieuwing en blij enthousiasme, versterken.

Wat dat aangaat, houden evangelische gemeenten ons soms een spiegel voor die duidelijk maakt dat het in de kerk ook lang niet altijd is zoals het naar de norm van Gods Woord zou moeten zijn.

Wanneer we in de toekomst steeds meer te maken krijgen met overgangen naar evangelische groepringen en Pinkstergemeenten, dienen we ons diepgaand te bezinnen op de motieven daartoe en op de vraag hoe we in eigen kring daarop kunnen anticiperen. Dat betekent niet dat we een reeks van veranderingen en vernieuwingen op gang moeten brengen waarvan het eindresultaat niet anders is dan een heilloze onrust, en met slechts één doel: zoveel mogelijk aan de uitgesproken bezwaren tegemoet komen. Het is ook niet nodig om onder dwang van de aantrekkingskracht van evangelische groeperingen aanpassingen en bijstellingen na te streven die verder niet of nauwelijks functioneel zijn in de kerk. De oplossing zit niet in het zingen van een paar opwekkingsliederen (voor de dienst) of een aantal liturgische vernieuwingen.

Het zit dieper en breder. Het gaat erom dat Woord en Geest beslag leggen op de gemeente en de verhoudingen beslissend stempelen. Het gaat erom dat de liefde als hoogste gave de sfeer geheel bepaalt. Het gaat erom dat Christus als Hoofd van Zijn kerk gevolgd, gediend en gehoorzaamd wordt. Het gaat erom dat we ons inspannen om gemeente te zijn zoals met name het Nieuwe Testament dat aangeeft. Het gaat erom dat we missionair zijn in de volle brede betekenis van het woord en dat we daarbij dienstbaar zijn ten opzichte van elkaar en naar de wereld toe.

Daarbij zal veel energie gestoken dienen te worden in bijbels verantwoorde gemeenteopbouw met maar één wens: dat het woord groeit en de gemeente opwast in de kennis en genade van de Here Jezus Christus.

Ik ben ervan overtuigd dat bezinning hierover in de kring van ambtsdragers en in kerkelijke vergaderingen, gepaard met verootmoediging en gebed om doorwerking van de Geest, veel van wat ik oprecht onbehagen zou willen noemen, wegneemt maar het ook aantrekkelijk maakt om deel uit te maken van een kerk die die visie heeft en daaraan werkt.

We zijn het aan het evangelie verplicht, we zijn het aan Christus verplicht om er aan te werken dat de kracht en de gaven van de Geest tot hun recht komen.

Of anders gezegd: we zijn veel rijker dan we doorgaans beseffen. En kerken met een reformatorische traditie moeten er zich van bewust zijn dat ze veel meer in huis hebben dan ze tot uitdrukking brengen.

Ten diepste is de schijnbare tegenstelling kerk-groep een vais dilemma. Ik ben trouwens ook niet weg van het woord ‘groep’. Bijbels is het om van gemeente te spreken in het beeld van het lichaam onder gezag van Hem die het Hoofd is. Die gemeente behoeft uiteraard een bepaalde structuur en opbouw. Dat is gegeven met de aanduiding kerk. Maar die gemeente kan ook niet zonder de kracht van geloof, hoop en liefde en de dynamiek van de Heilige Geest.

Laten cijfers in statistieken over overgang naar evangelische groeperingen ons niet ontmoedigen of de afwijzing van deze groepen versterken. De vraag of we wellicht meer gemeen hebben dan dat we verschillen, moet op z’n minst aan de orde komen.

Veel beter is het om bij een open bijbel en met gevouwen handen ons te bezinnen op vragen van opbouw en toerusting van de gemeente. Ambtsdragers die daar tijd en energie in steken, zullen ervaren dat hun werk op een wonderlijke manier gezegend wordt, waarbij elk gevoel van concurrentie met welke andere groep dan ook wegblijft. Wij hebben op de plaats waar wij gesteld zijn, trouw te zijn in onze dienst.

Waar dat gebeurt en waar zo gewerkt wordt, daar wordt niet alleen zegen ervaren maar daar wordt ook de eer en verheerlijking van de Koning der kerk bevorderd.

Drs. Van Mulligen is predikant van ’s-Gravenhage Zuid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.