+ Meer informatie

VERMANEN EN VERTROOSTEN BIJBELSE KERNWOORDEN MET BETREKKING TOT HET AMBT

6 minuten leestijd

Twee in één

Het is opmerkelijk dat er een Grieks werkwoord is, dat zowel vermanen als vertroosten kan betekenen. Welke van de beide betekenissen gekozen moet worden, wordt door het tekstverband bepaald. Het is veelzeggend dat dit ene werkwoord beide aspecten aan zich heeft.

We wijzen op enkele teksten. Dan zien we tegelijk scherp het verband waarbinnen dit werkwoord past.

In II Kor. 5 : 20 schrijft Paulus dat Christus door Zijn mond de Korinthiërs vermaant, om zich met God te laten verzoenen. Het vermaan betreft hier het gehoor geven aan het evangelie van de verzoening in Jezus Christus. Ook in 1 Thess. 2 : 3 spreekt Paulus over de vermaning aan de gemeente. Dan heeft hij eveneens het oog op de prediking van het evangelie. Dit vermaan is de getuigende en wervende prediking van het heil, dat aan de hoorders wordt voorgehouden. De vermaning richt zich erop dat de hoorders tot geloof komen. Laat de boodschap niet aan u voorbijgaan. Nader geconcretiseerd betekent deze vermaning de oproep om een christelijke levenswandel te leiden. „Ik vermaan u dan, broeders, met een beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer” (Rom. 12 :1). Opvallend is de motivering voor deze vermaning: de barmhartigheden Gods. In II Kor. 10:1 voert Paulus de zachtmoedigheid en de vriendelijkheid van Christus als motief. In 1 Thess. 4 :1 gaat het om een vermanen in de Here: „Voorts broeders vragen en vermanen wij u in de Here Jezus, dat gij, zoals gij van ons vernomen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, zoals gij ook inderdaad wandelt, dat nog meer doet.” Een dergelijke vermaning treffen we ook aan in Ef. 4 :1 en in 1 Thess. 2:11. De gelovigen worden vermaand als bijwoners en vreemdelingen, zich te onthouden van de vleselijke begeerten en een goede wandel te leiden onder de heidenen, 1 Petrus2 :11, 12. Timotheüs mag niet heftig worden tegen een oude man. Hij moet hem als een vader vermanen (1 Tim. 5:1). Timotheüs moet leren en vermanen, zoals hem is opgedragen (1 Tim. 6: 3, zo ook II Tim.4:2 enTitus 2: 6, 15).

In Rom. 12 : 8 wordt het vermaan genoemd onder de gaven die de Heilige Geest schenkt. In 1 Kor. 14 : 3 is het vermanen onderdeel van de gave der profetie.

Belofte èn eis

In 1 Petrus 5:12 gebruikt Petrus dit werkwoord. Het kan hier betekenen bemoediging (vertroosting) èn bestraffing. Wij kiezen voor de eerste betekenis, maar vergeten niet dat deze eerste brief tegelijk ook een vermanend karakter draagt. Datzelfde geldt van II Kor. 13:11. In dit geval kiezen wij voor de vertaling vermanen. In Hebr. 12:5 wordt over de vermaning gesproken die de Here Zijn zonen doet toekomen. De grond voor de vermaning ligt echter in de bemoediging en vertroosting. In Hebr. 6 :18 wordt gesproken over een krachtige aansporing. Men merke op dat deze aansporing rust in vertroosting en bemoediging. Als laatste tekst waarin beide betekenissen meespreken, noemen we 1 Thess. 4:18, direct volgend op de aankondiging van de komst des Heren: „Vermaant elkander dus met deze woorden.” Men zou hier ook kunnen lezen: bemoedigt elkaar.

Hoe is het mogelijk dat beide betekenissen aan een woord verbonden kunnen worden? Dat hangt samen met het evangelie zelf. Dat is een belofte met een eis. Er wordt iets in toegezegd, tegelijk wordt er iets van de hoorder gevraagd.

Doorwerking van de genade

We concluderen dat de vermaning niet kan zonder de bemoediging, en de aansporing niet zonder de vertroosting. Dit is uitermate belangrijk voor de manier waarop wij vermanen. Dat Jezus’ offer de grond van alle vermaning is, wil ook zeggen dat we in liefde en bewogenheid moeten vermanen. Het gaat in elk vermaan om de doorwerking van Gods genade in ons leven. Het gaat niet om heerschappij van ambtsdragers, maar om de overwinning van Gods genade in Christus. Deze komt als troost en als vermaan, als bemoediging en als dringende aansporing tot ons. In 1 Thess. 4:1 schrijft Paulus zelfs: Wij vragen en vermanen u in de Here Jezus.

Dikwijls gebruikt Paulus het werkwoord verzoeken, waar even goed had kunnen staan: vermanen; 1 Thess. 5 :12, 2 Thess. 2 :1, Fil. 4 :3 en 2 Joh. 5. Het gaat om het evangelisch appel, om de dringende oproep die uit bewogenheid wordt gedaan.

Nog een werkwoord met dezelfde twee betekenissen

Er is nog een ander (werk)woord, dat ongeveer dezelfde betekenis heeft als het zojuist genoemde. Ook dit werkwoord heeft dezelfde twee betekenissen. In 1 Kor. 14 : 3 komen de beide werkwoorden voor. De woorden vertaald met: vermanend en bemoedigend. Men had ook de omgekeerde volgorde kunnen kiezen. In Fil. 2 :1 komen we dezelfde woorden tegen. Daar worden ze vertaald met beroep en bemoediging, dat op de lezers wordt gedaan. Zie ook 1 Thess. 2:11.

In de zojuist genoemde tekst herinnert Paulus eraan dat hij heel persoonlijk is te werk gegaan. Als een moeder heeft hij de gelovigen gekoesterd, als een vader hen vermaand en aangemoedigd. Blijkens 1 Thess. 5:14 zijn er ongeregelden, kleinmoedigen en zwakken. Paulus gebruikt juist voor de pastorale zorg aan deze gemeente de twee besproken werkwoorden. Deze hebben beide aspecten - bemoedigen en vermanen.

Evangelisch gemotiveerd

Samenvattend kunnen we zeggen dat de besproken werkwoorden betrekking hebben op het aanvaarden van het evangelie en op de doorwerking van het evangelie in ons leven. Dat geldt de leer èn het leven. Met deze werkwoorden worden we ertoe uitgenodigd èn ertoe vermaand het evangelie zijn plaats in ons leven te geven.

We sluiten af met de conclusie dat deze tweeheid geen dubbelhartigheid is, en evenmin slapheid. We horen erin dat de vermaning evangelisch gemotiveerd moet zijn. Ze moet altijd een verwijzing naar Jezus Christus bevatten. Juist dan moet de vermaning praktisch en persoonlijk gericht zijn. Het pastorale gaat niet ten koste van de duidelijkheid. De scherpte mag de bemoediging en de troost niet verdringen. Dat geldt nog steeds, ook in onze situatie.

Aan het eind van dit overzicht noemen we de besproken werkwoorden met de Griekse naam: parakalein en paramutheisthai.

Er zijn nog andere werkwoorden voor deze zielzorgelijke taak. Die willen we een volgende keer bespreken. De terzake kundige lezer zal bemerkt hebben dat ik dankbaar gebruik heb gemaakt van het boekje „Zielzorg in het Nieuwe Testament” (Delft 1964) waarin dr. M.H. Bolkestein waardevol materiaal (uit verschillende bronnen) bij elkaar heeft gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.