+ Meer informatie

NIEUWE INZICHTEN

8 minuten leestijd

(4)

In het vorig artikel wees ik er op, dat Kuitert ontkent, dat Adam en Eva historische figuren zijn. Ik mag daarop nog wel even terugkomen, want ik meen, dat hiermee Gods Woord in het hart wordt getroffen. Weer zeg ik, dat ik zeer wel weet, dat Kuitert dit ten sterkste ontkent. Hij wil de Bijbel als Gods Woord aanvaarden. Het gaat, zoals ik al eerder opgemerkt heb, volgens hem alleen om een bepaalde uitlegging van de Bijbel of in elk geval van zekere Bijbelplaatsen. De waarheid van de Bijbel staat of valt niet, volgens hem met de aanvaarding of ontkenning van de historiciteit van de eerste hoofdstukken van Genesis.

Ik meen echter dat met de ontkenning van het feit, dat Adam een historisch figuur is (en dat impliceert, dat de paradijsgeschiedenis niet „echt gebeurd” is) in feite heel de heilsopenbaring Gods in Christus in het Oude en Nieuwe Testament geen werkelijke waarde heeft.

Als Adam niet werkelijk geleefd heeft en dus ook niet ongehoorzaam is geweest (in de zin als de Bijbel er van spreekt) en wij in Adam niet gevallen zijn (weer in de zin als Gods Woord er van getuigt), wat betekenis heeft dan het werk van Christus, Die in de Bijbel de tweede Adam wordt genoemd en Die gehoorzaam is geweest? Hoe kan men er toe komen om, terwijl Paulus duidelijk in Rom. 5 Adam en Christus tegenover elkaar stelt, te ontkennen dat Adam heeft bestaan en dat hij ongehoorzaam is geweest, en wel te aanvaarden, dat Christus een historisch persoon is en dat Hij in alles de Vader gehoorzaam is geweest?

Kuitert beweert dat een dergelijke redenering geen steek houdt. Hij stelt het voor alsof men bij een redenering als hierboven de waarheid van Christus en zijn werk hangt aan de waarheid over Adam als de eerste mens. Even later zegt hij: niet om Adam, niet om een bijbelbeschouwing, maar om de boodschap van Jezus zijn de christenen christenen geworden. Daarom verandert er aan het geloof ook niets als Adam niet een historische persoon blijkt te zijn. De werkelijkheid van Jezus wordt niet gedragen door wat de Bijbel over Adam zegt, maar staat voor zichzelf, (blz. 28: Verstaat gij wat gij leest?).

Ik zou hierbij op willen merken, dat het inderdaad juist is, dat een mens (en nu gebruik ik maar de woorden van Kuitert hoewel ik ze erg zwak vind) christen is als hij de boodschap van Jezus aanvaardt. Maar… ik vraag terstond: is dat alles? Is dat zelfs het eerste?

Ik meen, dat Gods Woord ons dan nog wel wat anders laat zien en dat elk, die inderdaad christen (gezalfde met de Heilige Geest) is geworden het voor zijn eigen leven ook anders kent.

De Bijbel spreekt ook van de zonde, die ons leven is binnengekomen, van de ongehoorzaamheid die er in ons is, van de schuld en de verdorvenheid van het hart. Kuitert ontkent dit natuurlijk niet, maar als de paradijsgeschiedenis niet waar is, hoe is dan de zonde in de wereld en in het menselijk hart gekomen? Onze Catechismus wijst er in het begin al op. Op de vraag: vanwaar komt dan zulk een verdorven aard des mensen? luidt het antwoord: uit de val en ongehoorzaamheid onzer eerste voorouders Adam en Eva in het paradijs, waar onze natuur alzo verdorven is geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.

Met de ontkenning van dit alles wordt in feite Christus’ werk ook de doodsteek gegeven. We moeten dit goed zien en scherp blijven onderscheiden. We kunnen niet het ene loslaten en tegelijk het andere vasthouden. De ontkenning van het ene houdt onherroepelijk, of ik het wil of niet, of ik het bedoel of niet, ten slotte de ontkenning van het andere in.

Kuitert is in flagrante tegenspraak met de Catechismus, een belijdenisschrift van de kerken waartoe hij behoort. Hij geeft er blijk van die niet meer te onderschrijven.

Ik zou wel eens willen weten hoe hij over die bewuste zondag van de Catechismus preekt. Hij zal, als hij eerlijk is, moeten zeggen, dat onze vaderen mis geweest zijn; dat de opstellers van de Catechismus het niet bij het rechte eind hadden; zij zaten nog vastgeroest in allerlei onwetenschappelijke voorstellingen, die we nu, gelukkig, te boven gekomen zijn. We denken nu niet meer in de termen van „eerste voorouders, paradijs, verleiding, zondeval”, maar in termen van evolutie, atomen, cellen, astronauten, enz.

In mijn vorig artikel heb ik er ook op gewezen, dat Kuitert zo gemakkelijk bepaalde konklusies trekt. In het hierboven gegeven citaat zegt hij b.v., dat Adam niet een historische persoon blijkt te zijn (blz. 28 van zijn boek). En op blz. 76 schrijft hij: „zo is het in onze tijd een onmogelijkheid geworden om in het licht van allerlei gegevens, die van wetenschappelijk onderzoek afkomstig zijn, vast te houden aan wat men dan een letterlijkhistorische uitleg van de eerste hoofdstukken van Genesis noemt. Wat deze bijbelhoofdstukken ons verder ook willen zeggen, in ieder geval niet (onderstreping van Kuitert, T.), dat de wereld ongeveer zesduizend jaar oud is en dat in die prille, reeds op maat gemaakte wereld, een eerste mensenpaar woonde. Het moet mogelijk zijn, dat ook in het orthodox-protestantisme van deze voorstelling van zaken afscheid wordt genomen, o.a. omdat zij strijdt met normale, langs wettige weg verkregen gegevens. Dat wil zeggen: zo min het geloof van ons vraagt tegen heug en meug wit zwart te noemen, evenmin vraagt het ons tegen alle wetenschappelijke klaarblijkelijkheid in vast te houden aan het eerste ouderpaar uit Genesis als historische figuren”. (Verstaat gij wat gij leest, blz. 76).

Adam blijkt niet een historisch persoon te zijn. Waaruit blijkt dat? Uit allerlei gegevens die van wetenschappelijk onderzoek afkomstig zijn, zegt Kuitert. Als dit geen bewijs is, dat hij de wetenschap hoger aanslaat dan dc Bijbel, dan weet ik het niet meer. Dit is je uitgesproken intellektualisme. Het is ook, ik kan er moeilijk een ander woord voor vinden, hoogmoedig. Men stelt zich met zijn wetenschappelijke vondsten en gegevens boven de Bijbel en weet het beter dan wat de Heere ons in Zijn Woord geopenbaard heeft. Hoe kan men nu langs wetenschappelijke weg bewijzen, dat Adam nimmer bestaan heeft? Dat de schepping niet tot stand is gekomen zoals Gods Woord het ons zegt? Dat het paradijs een gedachtenspinsel van mensen is? Waarom aanvaardt men eerder en gemakkelijker, dat onze voorouders hordewezens waren dan dat het het eerste mensenpaar was, dat God in het paradijs plaatste?

Kuitert zegt toch wel heel duidelijk, dat in die prille, reeds op maat gemaakte wereld, niet een eerste mensenpaar woonde. Hij wil trouwens evenmin weten van een „op maat gemaakte wereld”, dat is, van een rechtstreeks geschapen wereld. Ik acht dit te zijn niet maar een andere uitlegging van wat we in Genesis lezen, maar een pertinente ontkenning en daarom een aanranding van het Woord Gods. Men moge het draaien en keren zoals men wil, maar we hebben hier in feite te doen met wat we honderden malen gehoord en gelezen hebben van modernisten, die van het ene euvel in het andere vielen en bladzijde na bladzijde uit de Bijbel gescheurd hebben. We zien hier niets anders. Daarom acht ik die „nieuwe”” inzichten dodelijk voor de kerk. Men moge nog de naam Gereformeerd dragen, maar men is het niet meer.

Adam wordt toch niet alleen genoemd in de eerste hoofdstukken van Genesis. Vele malen spreekt de Schrift over hem en wat er in en met hem gebeurde. In 1 Kron. 1 : 1 wordt hij aangeduid als de eerste mens. In Job. 31 : 33 wordt over hem gesproken als degene, die zondigde en zijn zonde trachtte te bedekken. In Lukas 3 : 38 wordt hij weer aangewezen als de eerste mens, de zoon van God. In Kor. 15 : 22, 45 zien we hem evenals in Rom. 5 geplaatst tegenover Christus.

Naar het oordeel van Kuitert is dit een vrucht van het onderwijs der rabbijnen bij Paulus. Omdat de rabbijnen in hun theologisch onderwijs een plaats aan Adam ingeruimd hebben, heeft Paulus dat ook gedaan.

Ik kan ook verwijzen naar Judas 14, waar Henoch genoemd wordt de zevende van Adam.

Tenslotte: laten wij op onze hoede zijn, en de wacht betrekken bij de zuivere uitlegging en verkondiging van het Woord Gods. Laten we ook hier in Amerika en Canada de ogen wijd open hebben voor de grote gevaren, die hier dreigen. Zodra we beginnen ook maar één stap te zetten op die glibberige weg, zijn we verloren. Ik weet, dat de Heere zal zorgen voor Zijn zaak, maar ik weet ook, dat de duivel rondgaat als een engel des lichts en dat daarom velen gemakkelijk verleid zullen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.