+ Meer informatie

Rondkijk

7 minuten leestijd

In memoriam Ds Fraanje

Met grote ontroering is Zaterdag 3 September jl. de droeve mare door ons land gegaan, dat Ds J. Fraanje te Barneveld het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.

Een grote slag heeft hiermede wederom onze gemeenten getroffen. In ruim één jaar tijd heeft de Heere drie predikanten en een candidaat uit ons midden weggenomen, eerst Ds Visser te Scherpenisse, daarna Ds Kersten van Rotterdam, toen candidaat van Dijke te Tholen en nu de overal in het land beminde Ds Fraanje.

Hoe ligt het ons nog vers in het geheugen, dat de nu ontslapene Leraar precies een jaar geleden de rouwdienst van zijn geliefde ambtsbroeder Ds Kersten in de Boezemsingelkerk leidde, daarbij sprekende over de woorden uit 1 Thess. 4 : 13—18. Wat mocht hij toen de heerlijkheid ontvouwen die weggelegd is voor al het volk van God en een vergezicht openen op de volzalige rust, Gods uitverkorenen bereid. Nu is hij zelf die rust ingegaan, van de strijdende in de triumpherende Kerk, de palmtakken der overwinning werpend voor de voeten van het Lam.

En toch werd zijn aardse tabernakel toen reeds ondermijnd door knagende ziekten, zodat hij in de loop van dit jaar enige tijd in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Wel mocht hij omstreeks April naar huis terugkeren, maar de oude is hij niet meer geworden. Gepredikt heeft hij niet meer, al bezocht hij af en toe de kerk en de zieken in zijn gemeente.

De laatste drie weken was zijn toestand zeer achteruit gegaan en al lag hij niet steeds op bed, kwam hij toch niet verder dan zijn kamer. Vrijdag jl. werd het erger en geraakte hij buiten kennis, en zo is 'hij Zaterdagmorgen omstreeks 10 uur de eeuwige rust ingegaan.

Naar men ons meedeelde had hij daags te voren in de donkerte waarin hij voor zijn eigen zieleleven verkeerde, nog een opklaring gehad, maar al ware dit niet zo geweest, kan toch van hem gezegd worden: zijn leven was Christus, zijn sterven gewin. Daarvan heeft èn zijn veertig-jarige prediking èn zijn gehele leven getuigenis afgelegd.

Wij citeren hier een gedeelte uit een van zijn laatst geschreven brieven, gezonden aan de Amerikaanse gemeente van Rock Valley (d.d. 6 April 1949) waaruit duidelijk blijkt, dat de Heere hem over de dood heen had laten zien en hem de hemelse gordijnen wijd had open gedaan. Hij schreef in die brief o.m.:

„O mijn ziel! Als ik sterf is mijn dood geen betaling van mijn zonden, maar een afsterven der zonden en een doorgang tot het eeuwige leven. En dat leven van de ziel, onmiddellijk na den dood opgenomen tot Christus haar Hoofd en tot den jongsten dag, komt! Dat zieleleven in den hemel is me zo duidelijk, zo groot, zo volmaakt, zo heerlijk geworden door het geloof hier; maar hier wil ik liever zwijgen en aanbidden; want geen oog heeft het gezien en geen oor heeft het gehoord! Doch er kan in den winter wel eens een zomersen dag zijn en een vogel in de kooi kan wel eens door liet venster naar buiten zien, zo mag de strijdende Kerk wel eens met Johannes een kijkje op de grote Bruiloft krijgen en niet alleen op die-heerlijke plaats, maar ook een kijkje op de Bruid (zie Openb. 21 vers 9) en de Majesteit Gods in het zieleleven in den hemel, straks met lichaam en ziel beide. God alles in allen vervullende! Dat ene, eeuwige onbegrijpelijke Wezen, waarvan straks de Kerk zal uitroepen: „De zaligheid zij onzen Gode en het Lam!"

Daar zwemt en laaft en zingt die Kerk eeuwig: Doch zullen de vromen verblijd, Heer, Uwen Naam zingen altijd." (Ps. 68 : 2 oude rijm.)

Tot zover. Wat Ds Fraanje hier schreef is nu aan hem vervuld. Meerdere malen had hij er een voorsmaak van wat het eenmaal hiernamaals zijn zal. In een predikatie (bij het jubileum van zijn 40-jarige ambtsbediening) ziende op die heerlijkheid, riep hij uit: „do blijdste dag van mijn leven zal mijn sterfdag zijn en de jongste dag mijn bruiloftsdag!" Op die merkwaardige gedenkdag stond hij zich te verheugen dat hij een keer sterven ging en dat zijn hoop in vervulling zou gaan. De beginselen der eeuwige vreugde waren hem dus hier niet vreemd — eeuwige blijdschap mag nu op zijn hoofd wezen!

Biografie

We laten hier nu een korte levensbeschrijving van Ds Fraanje volgen. Jozias Fraanje werd 20 October 1878 in Zeeland te Kapelle-Biezelinge geboren. Wonderlijk was des Heeren weg met hem. Levende midden in de wereld tot zijn 22ste jaar, was hij op zekere Zondag uit louter nieuwsgierigheid naar de Ger. Gemeente te Goes gegaan, waar Ds Kersten preekte over de 4e Zondag. Daar greep de Heere hem in het hart. Hij verbond zich aan deze gemeente en werd kort daarop ouderling en door Ds H. Roelofsen in dit ambt bevestigd. Er openbaarde zich bij hem een onwederstandelijke roeping tot het predikambt; voor het eerst trad hij op als oefenaar in de gemeente Goes. Dit was in Sept. 1908. Hij arbeidde aldaar tot 21 Jan. 1912, waarna hij zich als voorganger verbond aan de gemeente Terneuzen. Tijdens zijn verblijf aldaar werd hij tot de volle bediening des Woords geordend en bevestigd door Ds J. van Oordt te Middelburg. Bij zijn intrede sprak hij over 2 Corinthe 4 : 6. Een jaar daarna nam hij een beroep aan naar Rotterdam, om in 1916 voor de tweede maal zijn intrede te Goes te doen. Uit tal van beroepen nam hij in 1918 de roeping naar Barneveld aan, aan welke gemeente hij tot zijn dood toe verbonden bleef. Zijn intreetekst was 2 Cor. 5 : 18.

Op Woensdag 20 October 1948 herdacht de overledene onder buitengewoon grote belangstelling zijn 40jarige ambtsbediening, waarbij hij een gedachtenisrede uitsprak over de woorden uit Titus 1 vers 2: „In de hoop des eeuwigen levens, welke God, die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd."

Tegelijkertijd herdacht hij toen dat hij 30 jaren lang

& an de gemeente Barneveld was verbonden en vierde op die datum ook zijn 70ste verjaardag.

Tijdens zijn ambtsperiode heeft Ds Fraanje vele beroepen ontvangen, ook uit Amerika. Tal van deputaatschappen werden door hem waargenomen en bij herhaling nam hij deel aan de Generale Synode. Ook was hij jarenlang Voorzitter van het Curatorium der Theologische School.

Meerdere geschriften zijn van zijn hand verschenen: zeer bekend is b.v. zijn „Aantekeningen uit de Catechisatie" (op het vragenboekje van Ds Hellenbroek.) Voorts zijn prekenbundels van hem verscheenen o.a.: „De hemelvaart Christi en de uitstorting van den H. Geest"; „Het wonder van Jezus' menswording; " „Het verbrijzelde broodkoren en de roem van het kruisevangelie", alsook tal van preken waarvan we noemen: „Een vermanend woord." „God boven alles te prijzen in der eeuwigheid", „Het heden beleven" enz.

In zijn 40-jarige ambtsbediening zijn meerdere gemeenten door hem gesticht en geïnstitueerd.

Voor onze Ger. Gemeenten is hij tot grote zegen geweest. Met rijke geestesgaven was hij van den Heere begiftigd. Het middelpunt van zijn prediking was altijd en altijd weer: Jezus Christus en Dien gekruisigd.. Onvermoeid was hij bezig in de dienst des He'eren, ook in betrekking tot onze jeugd. Van hem kan gezegd worden naar het woord van de profeet Daniël: „De leraars nu zullen blinken als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk."

De begrafenis heeft plaats gehad op Woensdag 7 September jl., juist op de dag dat „Daniël" gedrukt werd, zodat we daar nog geen verslag over konden geven. Vooraf werd er in de Geref. Gemeente een rouwdienst gehouden. De leiding van de begrafenis berustte bij Ds Stuivenberg en Ds Rijksen. D.V. de volgende maal hopen wij daarop terug te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.