+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

7 minuten leestijd

In „Opbouw" — weekblad tot opbouw van het gereformeerde leven — gaat het over de dienstdoende ouderling.

„Zo'n vijftien jaar voor de doleantie in Amsterdam (1886) gebeurde het daar meer dan eens, dat de dienstdoende ouderling openlijk zijn afkeuring liet blijken van de preek, die zojuist gehouden was. Het begon met ouderling Ruys, die, zodra de vrijzinnige dominee z'n verhaal een plechtig „amen" besloten had, uitriep: ,,Als ouderling van de Hervormde Gemeente verklaar ik dat de leer, welke die man verkondigd heeft, is een leugenleer, niet uit God, maar uit de duivel". Later in een andere dienst, deed de ouderling Knap iets dergelijks. Eén der predikanten schreef daarom: „Het ruyscht en knapt in Amsterdam", want iedereen had het erover. Maar 't was geen tijd voor grapjes.

De situatie werd tijdens de kerkdiensten zo, dat de mensen wel naar de predikanten keken, maar intussen ook scherp er op letten, hoe de „ouderling van dienst" op de preek reageerde. Er was heel wat aan de hand. De opstanding van de Here Jezus werd duidelijk geloochend. De „verzoening-door-voldoening" werd ontkend. Er waren ook ouderlingen, ik denk met name aan Feringa, die het niet juist vonden om een incident in de kerkdienst in te dragen. Zij schreven een bezwaarschrift aan de kerkeraad. In 1870 gaf de kerkeraad de bezwaarde broeders gelijk. Verder gebeurde er niets. Dat had Feringa ook niet verwacht. In zijn voorstel om de preken van de vrijzinnige dominees af te keuren, stond, dat de kerkeraad dit wel kon doen, doch dat het onmogelijk was, bedoelde prediking te keren, gezien de reglementen en de gehele struktuur van de Hervormde Kerk.

Honderd jaar later heeft de Geref. Bond dat nog niet ingezien. Men zit „in treurnis bij de breuke Sions". Ze hebben hun klaagmuur en dat zal een geruststelling en bevrediging zijn. Tot zulke incidenten als in Amsterdam mag het uiteraard alleen komen in vergelijkbare situaties, doch toen was wel te zien, wat een ouderling wezen mag en moet. Een wachter op de muur."

In „De Bazuin" — opinie weekblad voor kerk en samenleving — gaat het over honger.

„Spanje lijdt al maanden onder een verschrikkelijke droogte. In gebieden die nooit rijk met water gezegend zijn. Rond Valencia viel twee weken geleden voor, het eerst na acht maanden wat regen. Op stofdroge rotsen met dorre bomen, in een gebied waar bijna alle rivierbeddingen maanlandschap zijn. De vele irrigatie-werken zullen misschien toch zorgen voor voldoende sinaasappelen om straks de markten in Nederland weer te vullen. Maar in Andalusië is inmiddels hongersnood uitgebroken. Om daartegen te protesteren is een aantal mensen in hongerstaking gegaan. Niet zo vreemd als je je realiseert dat ook na het Spanje van Franco de privileges doorgaan. Binnen een land waar financiële grootmeesters, regeringsfunctionarissen, ambtenaren en vooral ook nog steeds kerkelijke groeperingen een goed tot zeer goed bestaan hebben, zouden de gevolgen van klimatologische armoede in een bepaalde provincie toch opgevangen moeten kunnen worden. Veel priesters en kloosterlingen kiezen voor de arme bevolking, maar grotendeels behoort de professionele kerkelijke populatie tot het establishment.

Voor deze categorie Spanjaarden is honger geen realiteit. Een van de bisschoppen reageerde dan ook op de hongerstaking met een volgend commentaar: „Er zijn wel problemen in Andalusië, er is veel armoede, want er is veel werkloosheid. Maar dat komt doordat de vrouwen ook werken. Maar echt honger is er niet. Er is geen honger".

Deze man leeft in de kerk en niet op het veld. Hij heeft geen weet van seizoenarbeid: hard werken met man en macht als er geoogst moet worden, als er eens wat regen valt, en verder hopen dat men het met de opbrengst uitzingt tot een volgende oogst.

Kerkelijke prelaten die de vragen rond geloof, bijbel, Jezus van Nazareth alleen beantwoorden vanuit hun visie en hun positie, kunnen blijkbaar ook over problemen als het dagelijks brood, het directe voortbestaan, het worstelen met de barre natuur, alleen spreken vanachter hun welgevulde tafel."

In het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland schrijft B. Florijn te Driebergen over „ouders en kinderen" in verband met de structuur van het gezin.

„We willen een ogenblik letten op de structuur van het gezin. Het is wel duidelijk, dat we bij het gezin kunnen opmerken een fase van afbraak. Nu zouden we kunnen denken, dat de éne fase schoner is dan de andere. Maar de Heilige Schrift zegt: „Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd". Ieder ding. Dus ook deze zaken. Ook de fase van afbraak. En het is voor te stellen, dat een mens zucht: „Het is goed Heere, neem die spotter maar, dan is dat spotten voorbij, dan houdt die vloeker op, dan is die tegenspreker stil. Het is goed, Heere!"

De fase van opbouw:

Misschien heeft de Heere ons iemand doen ontmoeten, met wie wij het leven begeren te delen. Dat zou kunnen zijn, iemand, die net als wij, alles mist. Dan is er toch nog een samenleven mogelijk. Het kan ook zijn, dat de een het Wonder zou mogen hebben leren kennen en de ander niet. Kan die ander het wezenlijk overnemen, ook dan is er samenleven mogelijk. Maar als de een meent het wonder der wonderen te bezitten en de ander kan het niet geloven, laat hij of zij er dan toch nooit verder mee gaan, nooit! Laten we nu stellen, dat we iemand hebben leren kennen, die onze gebeden, zo pover als ze zijn, niet totaal vernietigt, en die niet veroorzaakt dat ons geweten ons gedurig slaat en we komen zo tot een huwelijk, dan is dat wel een grote zaak. Er kan een ogenblik zijn later, dat we samen geknield gaan liggen bij een stervend kind, en als er dan iets tussen zit, is dat toch wel een ontzetting.

De fase van stabilisatie

Ook een wonderlijke fase. Alles blijft dan eender. Alles heeft zo zijn eigen gang gekregen. Een vast gezinspatroon is ontstaan, waar niet van afgeweken wordt. Tenminste als er nog sprake is van een gezin. Tenminste als er nog regulering ingetreden is. Alles blijft eender. Dat wijst toch ook op een zekere volwassenheid. De volwassene beleeft daar eigenlijk zijn vreugde in. Houdt niet van verandering. En nu weet ik ook wel, dat dat gemakzucht kan zijn, maar toch is er ook iets van waar, dat de volwassene zijn levensbestemming gevonden heeft. De man wordt in beslag genomen door zijn werk. Werkloosheid is daarom een verschrikkelijke zaak en betekent veel meer dan het niet hebben van werk. Ouders, die volwassen zijn, of althans die volwassenheid hanteren en pubers, die graag in alle richtingen zoeken, dat moet wel botsen. En dat botsen is ook niet het ergst. Onze kinderen zullen hun eigen leven moeten leiden, maar, dat het een leven in de dienst des Heeren was. Hun eigen leven. Daarom moet er in deze leeftijd afstand komen. Dan moet men met een zekere wijsheid enige ruimte laten. Maar dan moet het kind ook weten, dat er voor vader en moeder grenzen zijn, die ze niet mogen overschrijden. Dat zal het kind niet altijd meevallen. Maar het kind in deze leeftijd heeft recht op een grote dosis wanbegrip. Denk niet, dat als we alles toestemmen en goedkeuren en het met het kind eens zijn in alles, dat we dan het kind geen dienst bewijzen. Integen deel. Een van de ellendigste dingen van nu is, dat vader en moeder geen stand houden.

De fase van de afbraak.

Elk gezin wacht de afbraak. Gelukkig, als men het nog samen mag beleven. Af en toe komen de kinderen thuis. Af en toe. Al te vaak kan ook niet. De vermoeidheid kan daar groot voor zijn. Maar ze komen toch. En soms ziet men dan, dat de ouders nu gaan steunen op hun kinderen. Samen blijven ze achter. Dan kan het gebeuren, dat het leven in hetzelfde patroon zich voortzet, men is bv. gewend altijd vroeg op te staan, toen de kinderen nog thuis waren. Nu blijft men dat doen, terwijl het niet meer nodig is. Tegenwoordig is men daar nogal tegen. Men moet niet voortgaan op dat oude patroon, zo zegt men dan. Men moet een nieuwe periode creëren. Ook van deze laatste fase iets maken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.