+ Meer informatie

Is er bij alle kerkelijke activiteiten ook geloof?

4 minuten leestijd

Kerkelijke activiteiten genoeg tegenwoordig, maar met de kennis van de geloofsleer is het in het algemeen minder goed gesteld. En het ware geloof, wordt dat nog gevonden en beoefend? Er is zo vaak geen echte honger naar het Woord.

Iedereen zal het met me eens zijn dat er in onze tijd heel veel activiteiten zijn in het kerkelijk leven. Alles wordt gedaan aan de vorming van de jeugd, maar aangrijpend is dat de hoeveelheid kennis nog nooit zo gering is geweest. Toch is het goed de vraag te stellen, bij alle kerkelijke opvattingen die er mogen zijn, wat nu de inhoud van het geloof is. Zeker, onze belijdenis kan zuiver zijn, maar daarmee is nog niets gezegd over de inhoud van het geloof. Er zijn mogelijkheden genoeg om meer kennis te bekomen in de hoofdzaken van de Heilige Schrift. Maar aangrijpend is ook dat het geloofsleven in de kerk, ondanks alle verenigingswerk en kadervorming binnen en buiten de gemeente, in het algemeen erg zwak is. Binnen de verschillende reformatorische kerken hebben we alles in huis. Ik ben wel eens bang dat veel avonden meer gevuld worden met Bijbelbabbelarij en vragen die geen nut hebben, dan met de wezenlijke vraag: Hoe leef ik voor de Heere op de rechte wijze? Je hoeft geen avond thuis te zijn, wanneer je alles zou willen meemaken. Maar helaas is er vaak geen echte honger naar het Woord. We proeven even, maar als het ons niet smaakt, dan gooien we het weer weg. Maar is er de ongeveinsde liefde tot het Woord? Dat er weinig kennis is, is ten diepste een gevolg van het feit dat er geen liefde is.

Oppervlakkig geloof
Het volk gaat immers verloren omdat er geen kennis of, letterlijk, liefde is. Wanneer je ter linkerzijde van de kerk komt, dan is er een verondersteld geloof Geloof is verworden tot een vanzelfsprekende zaak. De kennis van de leer is mager, omdat het merg van de leer: Christus in Zijn gezegend verzoeningswerk, de bekering tot en het geloof in Hem, ontbreekt. Kerkewerk is verworden tot een soort hobbyisme, waaraan we moeten deelnemen om niet bij anderen uit de toon te vallen. Je bent er zelf wat mee, omdat je in tegenstelling tot anderen trouw meedoet. Je mag niet te veel vragen stellen over de toeëigening van het geloof Het geloof is verworden tot een vaag gevoel. Men denkt, men voelt en men vindt, dat het zo is. Beseffen we wel dat de duivelen ook geloven en dat ze zelfs sidderen? We doen dat in de kerk amper. Wanneer we spreken over het geloof dan moeten we dicht bij de Bijbel blijven, waarvan we een uitnemende uitleg vinden in de Heidelbergse Catechismus. De leerling van de Catechismus spreekt vanuit een waar geloof en hij belijdt in het stuk der verlossing, dat Hij het oordeel Gods verdiend heeft (Zondag 5). Dat is duidelijk naar de Schrift. De scheidslijn loopt binnen de kerk over dit punt vooral, dat we niet willen onderschrijven het oordeel van God over ons leven. We willen nl. niet als een verloren zondaar, die het oordeel Gods verdiend heeft, zalig worden.

Ethiek en dogmatiek
We hebben ons ook vaak verschanst in allerlei ethische kwesties. Ik zeg niet dat die vragen onbelangrijk zijn, maar het is wel veelzeggend dat we alle dingen die uit het leven op ons afkomen bespreken, maar dat we zo weinig horen van brandende harten. Er is ook een gevaar ter rechterzijde. We kennen de hele dogmatiek uit het hoofd. We denken zelfs met ons gevoel de staat van predikers en van anderen te kunnen beoordelen. We weten precies wat we moeten beleven. We durven zelfs te zeggen dat we het zelf niet bezitten, maar we spreken heel rustig over de beleving, terwijl we vreemd zijn aan het ware geloof We hebben van de dogmatiek een belevingssysteem gemaakt. De punten van bekering kunnen we aanwijzen, maar zelf staan we er buiten. Soms wordt erbij gezegd: „Ik ben eerlijk, ik ben onbekeerd." Maar de hel verschrikt niet en de hemel lokt niet. We zijn nooit eerlijk voor God geworden.

Geloofsverwondering
Wat onbreekt er dan in beide richtingen? De beleving dat zalig worden een wonder is. We hebben in alle richtingen alles op rij staan. Maar verwondering ontbreekt. Als een kind een cadeau krijgt, dan probeert het zo snel mogelijk dat geschenk uit te pakken. Die verpakking is onbelangrijk. Maar ik denk dat we in een tijd zijn beland waar we meer bezig zijn met de verpakking van dan met de eigenlijke schat van het Evangelie. Een kind kan nog wel eens verwonderd zijn over een cadeau, maar in onze tijd zijn de kinderen vaak oververzadigd. Dat zelfde is nu het geval in het kerkelijke leven. Echte verwondering is vrucht van de liefde van Christus door de Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.