+ Meer informatie

TER OVERWEGING

16 minuten leestijd

Dr. J. de Vuyst, De brief aan de Hebreeën. Een woord van opwekking ingeleid en, voorzien van aantekeningen, vertaald. Uitg. Kok, Kampen. 84 blz. f 19,90.

In het Voorwoord wordt dit boekje een ‘beknopt en eenvoudig verslag’ genoemd ‘van wat ik tot dusver al luisterend hoorde’ (7). Na een korte, zakelijke en duidelijke inleiding waarin de behandelde brief als een ‘herderlijk schrijven van zeer eigen allure’ wordt gekarakteriseerd (11,18), volgt de eigen vertaling met ‘aantekeningen’ die stimuleren tot verdere studie. Wie zich erdoor laat stimuleren, zal ontdekken hoeveel prof. De Vuyst hier biedt, zo zelfs dat je gaat uitzien naar breder commentaar en meditatieve verwerking. Hopelijk wordt dat uitzien binnen afzienbare tijd werkelijkheid!

H.L. van Stegeren-Keizer e.a., Een kerk op zoek naar Israël. Geschiedenis van het deputaatschap voor Kerk en Israël van de Gereformeerde Kerken in Nederland 1875-1995. Uitg. Kok, Kampen. 312 blz. f 40,-.

Nadat in 1992 een brochure onder dezelfde titel was uitgegeven - met ‘bijdragen aan het afscheid van mevrouw H.L. van Stegeren-Keizer als voorzitter van het Deputaatschap voor Kerk en Israël’ - is bij het 120-jarig bestaan van dit deputaatschap dit boek versehenen: een kerk op zoek naar Israël. Het is verleidelijk op allerlei momenten en facetten die in dit boeiende boek aan de orde worden gesteld, te attenderen, maar beperking is nodig. Natuurlijk komt het ‘tijdperk-Kropveld’ (12) ter sprake (1875-1908), waarbij het verschil in visie van afgescheidenen en dolerenden inzake Israël vrij breed wordt behandeld, maar als dan gesproken wordt over ‘het vrome volkje’ waarmee Kropveld in aanraking kwam (15), dan komt in deze benaming niet tot uitdrukking dat de noties van ‘zonde en genade, wet en evangelie’ voor dat ‘volkje’ èn voor Kropveld essentieel bijbelse noties waren die niet naar de achtergrond waren verdrongen zoals ná dit ‘tijdperk’ maar al te vaak het geval is geweest (zou Kropveld daarom onder de schuilnaam Ekatea aan Het Stichtse Wekkertje hebben meegewerkt?). Het hoofdstuk over ‘Gereformeerde opvattingen over joden en jodendom 1910-1960’ stelt dit verschil dat een vruchtbare bodem bleek voor de zgn. vervangingstheologie ook aan de orde. Een ander interessant punt is de naam die aan het deputaatschap in deze 120 jaar is gegeven: van ‘Zending onder de Joden’ (in 1875) naar ‘onopgeefbare verbondenheid’ (de “confessie” inzake Israël die kerkordelijk op dit moment fungeert). Dat ‘verbondenheid’ twee partners onderstelt die zich met elkaar “verbonden” weten en ervan gediend zijn, wordt echter niet duidelijk juist inzake Israël en de kerk. Of is deze ontwikkeling een soort theologische zelfbediening met assistentie van het zgn. historisch-kritisch Bijbelonderzoek met z’n èigen, nièt verwoorde dogmatische vooronderstellingen (271 vv.)? Wat is de kerk buiten het Evangelie om, buiten de verkóndiging van het Evangelie van de ‘Gezondene’ om die ‘zendt’ in ontmoeting, gesprek, dialoog enz. enz.? Een ‘verbondenheid’ die dat negeert en uitsluit, berooft kerk én Israël van zichzelf. Dat we hier met een boeiend boek te maken hebben dat alle aandacht verdient, moge met deze opmerkingen duidelijk zijn.

W.B. van Halsema e.a. (red.), De zending voorbij. Terugblik op de relatie tussen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Christelijke Kerk van Sumba. Uitg. Kok, Kampen. 276 blz. f 29,50.

De ‘terugblik’ heeft hoofdzakelijk betrekking op de periode 1942-1992 zonder daarbij de periode sinds 1881 - toen de eerste zendeling op Sumba arriveerde - te negeren. Tevens bedoelt deze bundel de ‘herdenking van honderd jaar gereformeerde kerkelijke zending’, nl. sinds 1896 (synode van Middelburg). De vraag komt onwillekeurig op of de zending van de afgescheiden kerken sinds 1851 (‘1881’ inbegrepen) daarmee als nietkerkelijk wordt gediskwalificeerd. AI hebben deze kerken Kuypers constructie van 1896 dan niet uitgevonden, het besef dat kerk en zending op de een of andere wijze bij elkaar behoren, kan hun m.i. niet ontzegd worden. Afgedacht hiervan, de ontwikkeling van het zendingswerk in al z’n veelzijdigheid wordt voortreffelijk weergegeven: van pioniersfase tot gelijkwaardige relatie. Natuurlijk blijven er vragen. Is er bijv. iets verschoven wanneer over de kerk (ekklesia) gesproken wordt als ‘eruit weg geroepen’ en een paar regels verder als ‘er bij geroepen’ (97)? Speelt “ergens” zo’n verschuiving een rol bij het zoeken van een weg door alle problemen die er rijzen, wanneer het Evangelie van het Koninkrijk grijpt naar en grip krijgt op leven en samenleven in hun totale context? Hoe dan ook, deze bundel geeft inzicht in deze problemen. Duidelijk is in elk geval dat van zending in vrijblijvendheid, ook als ze ‘voorbij’ is, geen sprake kan zijn, zal de kerk waar ook ter wereld een ‘leesbare brief zijn en blijven.

Lezing van déze bundel doet uitzien naar een overeenkomstige bundel over onze zending! Over anderhalf jaar…?

Dr. J.J.C. Dee, K. Schilder - oecumenicus. K. Schilder over “Het kerkelijk vraagstuk”. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1995. 288 blz. f 42,50.

Dit boek biedt wat de titel belooft: een overzicht van Schilders publicaties over het kerkelijk vraagstuk, met in het centrum zijn (gedrukte) redevoeringen in verband met het eeuwfeest van de Afscheiding (1934). De inhoud - Ons aller moeder - wordt breedvoerig weergegeven. Ook readies daarop in hervormde en in Schilders eigen kring komen ter sprake. Daarnaast de polemiek tussen Schilder en Hepp over de pluriformiteitsleer (van A. Kuyper). In een slothoofdstuk gaat de schrijver systematisch in op Schilders kerkleer. Het is het langste hoofdstuk en telt de meeste noten. Daarnaast zijn er nog vier bijlagen en een register van persoonsnamen.

Het is een voornaam boek, wat inhoud, presentatie en uitgave betreff. Veel respect voor de schrijver. Hij neemt eigenlijk nergens afstand van Schilder. Hij weerlegt kritiek die op Schilder, ook in eigen kring is uitgebracht, bijvoorbeeld door ds. H.J.B. Smit.

Het boek is, ook in de weergave van Schilder en van anderen, erg breed. Anderzijds is het zo opgezet, dat de lezer gemakkelijk zijn weg erin vindt. Men zoeke zijn weg in dit waardevolle boek.

A.A. Spijkerboer, Een gehoorzame Rebel. Martin Niemöller op de kansel en het podium. Uitg. Kok, Kampen 1996. 190 blz. f 29,50.

Dr. Spijkerboor is altijd geïnteresseerd geweest in de kerkstrijd in Duitsland, in Barth en Niemöller. Nu heeft hij na zijn emeritaat een boek over Niemöller geschreven, een soort ecclesiologisch-theologische biografie. Hij citeert grote gedeelten uit preken en toespraken van Niemöller uit de jaren voor en na de oorlog. Daardoor komt de boodschap die Niemöller bracht dichter bij de lezer. De persoon van Niemöller blijft voor mij met vraagtekens omringd. Hij heeft alleen gestaan, ging soms (eigenzinnig) zijn weg, als nonconformist. Dat raadsel is voor mij niet opgelost. Toch heeft dr. Spijkerboer met het schrijven van dit boek de lezers een dienst bewezen. We begrijpen iets meer van deze voor mij lang ongrijpbare figuur.

Benno van den Toren en Reinhard van Eideren, Het geloofsleven van de theoloog. In tekst en toelichting voor predikanten en studenten. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995. 159 blz. f 24,90.

In dit boek worden fragmenten van bekende auteurs (in vertaling) weergegeven. Ze handelen over de roeping, de moeiten, de vreugden van het predikant-zijn. Ook over de studie van de theologie. Iwand en Hans Wallenhoff, D. Chantepie de la Saussaye, Martin Lloyd-Jones en Leslie Newbegin leveren hun bijdrage. Het meest heeft mij toegesproken het stuk van W. à Brakel (uit De Redelijke Godsdienst). Prof. Graafland schrijft een mooie inleiding op à Brakel.

ledere auteur wordt door een hedendaagse schrijver geïntroduceerd. zijn biografie en zijn publicaties worden beschreven. Aan het slot een Manifest over de vernieuwing van evangelicaal theologisch onderwijs, ingeleid door ds. Pieter Boomsma.

Het ene stuk boeit meer dan het andere stuk. Als geheel vind ik het een mooi en bemoedigend boek.

Kernthema is de spiritualiteit van de pastor. Het trof mij dat er in Amerika hoogleraren zijn (met bijdragen in dit boek) die speciaal spiritualiteit onderwijzen. Ik heb daar in 1989 voor gepleit. In Nederland is daar geen belangstelling voor. Ik ben blij dat Amerika die behoefte onderkent en vervult. Hoe lang duurt het nog voordat Nederlandse faculteiten volgen?

Dr. Benno van den Toren, Breuk en brug. In gesprek met Karl Barth en postmoderne theologie over geloofsverantwoording. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995. 397 blz. f 49,50.

Dit proefschrift is in Kampen (Oudestraat) verdedigd. Het is een knap werkstuk. Het behandelt Barths denken over apologetiek. Daartoe wordt heel wat van Barths theologie besproken. En dat in relatie tot het postmoderne denken. De schrijver neemt het op voor het goed recht van de apologetiek. Hij heeft over de verschillende onderdelen ervan een eigen opvatting. Ik zou die meer bij elkaar willen houden. Een inzicht gevende studie, die hier en daar nogal breedvoerig is.

Rijn van Kooij, Speien met vuur. Een onderzoek naar de relatie tussen de charismatische beweging en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995. 314 blz. f 49,50.

Een interessante studie over het aangegeven thema. De Gereformeerde Kerken kunnen leren van leden die tot de charismatische beweging behoren. Omgekeerd zullen die leden zich wel binnen deze Kerken moeten voegen. Dan is speien met vuur niet gevaarlijk. Op het gevaar van het thema wordt gewezen. Het boek biedt veel onderzoeksmateriaal en bespreekt heel wat literatuur. Voor wie in het thema geïnteresseerd is, een belangrijk boek.

Dr. W. Aalders, De Kerk, het hart van de wereldgeschiedenis. Uitg. Groen, Leiden 1995.175 blz. f 29,50.

Dit is een echt Aalders-boek. Het is geschreven in een prachtige stijl, treffend en meeslepend woordgebruik, puttend uit veel Franse literatuur, die aan velen onbekend is.

Bovendien opent het boek nieuwe gezichten op het thema. Het gaat over de kerk in het Nieuwe Testament, in de tijd van de kerkvaders, de Middeleeuwen, de Reformatie en daarna. Mijn indruk is wel, dat het beeld van de kerk in de vroege eeuwen en ook in de Middeleeuwen wat te gunstig is getekend. Er is meer verval geweest dan dit boek ons laat zien. Wel is het goed dat de grote figuren naar voren worden gehaald.

Het is opmerkelijk dat de ecclesiologie (kerkleer) van Luther en Calvijn op de achtergrond blijft, terwijl het verzamelwerk over de kerk, onder redactie van prof. Van ’t Spijker, niet wordt genoemd. Dat wijst op een eenzijdigheid in de benadering.

Het boek heeft iets van een visioen waarin de kerk de eeuwen door centraal staat. Het is een genoegen om het boek te lezen.

Dr. J. Stolk (red.), Het schoolkind van dichtbij. 6-12 jaar. Serie Christelijke opvoeding. Uitg. Groen, Leiden 1995. 206 blz. f 26,95.

Dit is het zevende deel in deze serie. Dit is het tweede deel dat gaat over kinderen van 6-12 jaar. Het vorige deel behandelt het kind op school. Dit gaat over de ontwikkeling van het kind, problemen die het heeft en geeft, over seksuele opvoeding en ‘van basisschool naar basisvorming’. Ook vreugde en verdriet worden behandeld. Er is aandacht voor rouw en rouwverwerking, voor feestvieren en verjaardagspartijtjes.

Dit boek heeft mij zeer geboeid. Het is praktisch van opzet, zoals heel de sehe. Steeds worden er situaties uit het kinderleven beschreven. Er wordt goede raad gegeven.

De dames drs. J. Wessels, drs. OH. Versteeg-Corba, P.A.J. van Dijke-Reynoudt, A. Tjeerds-Gertenbach, dr. P.P. van Dorp-Stolk, en de heren drs. A. de Muynck en dr. J. Stolk hebben de zes hoofdstukken verzorgd. Een waardevol boek voor ouders en voor allen die met kinderen van deze leeftijd omgaan.

Hijme Stoffels, Als een briesende leeuw. Orthodox-protestanten in de slag met de tijdgeest. Uitg. Kok, Kampen 1995. 207 blz. f 39,90. In de sehe Interacties van de VU.

Hoe reageren orthodox-protestanten op de secularisatie? Dat is het onderwerp van deze studie. De titel laat zien, hoe de auteur hun reactie waardeert. Dit boek geeft cijfermateriaal (van enquêtes) en informatie over standpunten, geput uit publicaties.

De schrijver gaat uit van drie soorten orthodox-protestanten. Hij wijst hun onderlinge verschillen aan. Zo is er nuancering in hun portret.

Mijn moeite met dit boek is, dat de schrijver niet ingaat op wat de besproken groep beweegt. Daardoor is het een afstandelijk portret, waarin de beschreven groepen zich niet van binnenuit zullen herkennen. Niettemin een interessante beschrijving.

Dr. J.L Koole, Jesaja III. Jesaja 55-66, vertaald en verklaard. Uitg. Kok, Kampen 1995. 484 blz. f 72,50.

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat zo’n standaardwerk voor deze prijs wordt aangeboden. Het commentaar is gedegen werk. Na de vertaling volgt ‘Hoofdlijnen en Perspectieven’, daarna ‘Inleiding tot de exegese’ en tenslotte ‘Exegese van vers tot vers’. Men kan op kleinere en grotere onderdelen van mening verschillen en toch dankbaar zijn voor dit commentaar. Het is bestemd voor hen die Hebreeuws kennen. Een gelukwens aan de auteur dat hij deze triologie mocht voltooien.

Dr. H.F. Kohlbrugge, Gesprek over het zondvloedgebed. In de Kohlbrugge-reeks, nieuwe serie nr. 1. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995. 80 blz. f 15,-.

Kohlbrugge heeft dit boekje in 1855 anoniem gepubliceerd. Het geeft in de vorm van een samenspraak een toelichting op het zondvloedgebed dat in het doopformulier voorkomt. Prof. Balke heeft een inleiding geschreven, zeer verhelderend. Het blijkt dat in ons formulier een passage over de Jordaan ontbreekt. Men vindt deze verwijzing wel bij Luther. Wie in Kohlbrugge en in de historische tekst van liturgische geschritten is geïnteresseerd, moet zich dit boekje niet laten ontgaan. Het heeft iets weg van een historisch juweeltje.

K.A. Schippers, Kerk. Waar is dat goed voor? Ontwerp van een jeugdpastoraat. In de serie Pastoraat en Gemeente-opbouw. Uitg. Kok, Kampen 1995. 91 blz. f 19,90.

Prof. Schippers schrijft bewogen, zich inlevend in denk- en gevoelswereld van jongeren.

Hij schrijft kritisch naar de kerk en roept op tot zorg voor de jeugd. Hij wil de jeugd aan het woord en aan het werk laten komen.

Hij zoekt de oplossing niet primair in organisatieverandering, maar in spiritualiteit. Heeft de kerk de jeugd echt iets te bieden? Het gaat om het Evangelie. Er komen vragen aan de orde waar ook wij niet omheen kunnen. Het is een boek dat om bespreking en doordenking vraagt.

Ds. A. Kool (red.), Homoseksualiteit en kerk. Om de voortgang van het gesprek. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1995. 115 blz. f 22,90.

Dit boek komt uit de rechterflank van de Nederlandse Hervormde Kerk. De schrijvers (een vrouw en vijf mannen) stellen het probleem opnieuw aan de orde. Dr. Hoek ziet anders tegen de Schriftgegevens aan dan drs. H. de Leede. Prof. Van der Velden en ds. A. Kool staan tussen beiden in. De theoloog-psychiater schrijft over de zelfaanvaarding van de homoseksueel. Dit is een verhelderend en instructief hoofdstuk. Maaike van Hamert (pseudoniem) vertelt van haar ervaringen en eenzaamheid.

Het boek laat nogal wat herhalingen zien. Deze stimuleren het nadenken. Men kan echter niet spreken van een gezamenlijk standpunt.

Coert H. Lindijer, Tasten naar schaamte. Uitg., Kok, Kampen 1995. 167 blz. f 29,90.

Over schaamte is in het Engels meer geschreven dan in onze taal. De aanpak getuigt van een zekere moed en originaliteit. Van zeer verschillende kanten wordt over schaamte geschreven. Nietzsche, een film en Primo Levi worden als auteurs of uitbeeldingen behandeld!

Wat schaamte is (overigens nogal verschillend omschreven), hoe zij beleefd wordt en welke gevolgen zij heeft, wordt aan de hand van literatuur beschreven. Dat is kenmerkend voor het boek! Visies en verschijnselen worden beschreven (fenomenologisch), zonder dat er een duidelijke waardering vanuit de Schrift plaatsvindt. Als ik de auteur goed begrijp, vraagt hij aandacht voor schaamte, omdat het begrip zonde versleten raakt. Er vindt een verschuiving van aandacht plaats zonder dat de auteur duidelijk maakt hoe ver die reikt.

Het is een boek dat ik zou willen typeren als tastenderwijs schrijven over schaamte.

Dr. B.J. Oosterhoff, Jeremia (1994). 268 blz. f 45,-. Dr. M. de Jonge, Johannes (1996). 250 blz. f 45,-. Uitg. Kok, Kampen.

Prof. Oosterhoff heeft zijn grote commentaar op Jeremia voor de gewone lezer bewerkt. Het boek heeft dezelfde kwaliteiten als genoemde commentaar. Het is voor ieder toegankelijk. Met dankbaarheid gedenken wij het werk van prof. Oosterhoff.

In dezelfde serie een toelichting op het evangelie naar Johannes van de hand van de Leidse emeritus prof. M. de Jonge. Gedegen werk. Wat betreft de proloog zou ik een duidelijker standpunt willen innemen over het goddelijk Zoonschap van Jezus.

Deze beide delen zijn belangrijke hulpmiddelen voor het bestuderen van de Bijbel.

Dr. G. Manenschijn (red.), Christelijke ethiek in een democratie. Kamper Cahiers 82. Uitg. Kok en Theologische Unitersiteit, Kampen 1995. 93 blz. f 19,90.

Dit Kamper Cahier is gewijd aan het veelbesproken boek van prof. De Kruijf “Waakzaam en nuchter. Over christelijke ethiek in een democratie” (1994).

De Lutherkenner dr. Zwanepol, de ethici Van den Beld en Musschenga geven commentaar. De Kruijf schrijft het slothoofdstuk. Het geheel is niet eenvoudig, al geeft prof. Manenschijn een aardige introductie.

Eigenlijk houdt iedere auteur zijn eigen betoog, zonder dat men tot een gemeenschappelijke, verder brengende conclusie komt. Wellicht hoort dat bij de democratie.

Dr. F. van der Poil, Een bedelaar vindt rust. Maarten Luther 1546-1996, 450e sterfdag. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1996. 192 blz. f 28,-.

Dit is een prachtig boek over Luther. De schrijver behandelt: De kunst van het sterven, Leven uit de Schrift (geloofsleven), Het broodvraagstuk (sociale ethiek), Luther en de Nederlanden (verrassende belangstelling van Luthers kant) en Luther als inspirerend voorbeeld. Zo is het boek zelf ook te typeren: inspirerend voor hen die zich in de lijn van Calvijn weten om Luther niet te vergeten.

Dr. C. van Leeuwen, Habakuk. Een praktische Bijbelverklaring. Serie Tekst en toelichting. Uitg. Kok, Kampen 1996. 73 blz. f 25,-.

In de bekende sehe is dit een waardevol deel. Prof. Van Leeuwen gaat in de verklaring een eigen weg. Ook wie hem daarop niet helemaal volgt, zal toch van deze commentaar profijt hebben. De sehe is wetenschappelijk verantwoord, maar niet opgezet speciaal voor predikanten. Uit de literatuurlijst blijkt de brede belezenheid van de schrijver.

Studie-Bijbel 7A (Romeinen). Drukkerij/Uitgeverij In de Ruimte, Soest.

Opnieuw werd ons een deel van deze uit zeventien boeken bestaande Studie-Bijbelserie toegezonden. Men vindt op de linker pagina de Griekse tekst (ook in Nederlandse lettertekens) met vertaling en de belangrijkste varianten. Op de rechter bladzijde vindt men soms zelfs zeven vertalingen van de Statenvertaling tot de nieuwste editie van de Franse Jeruzalembijbel (1979). En daarnaast een kolom met verklaring. Deze is gebaseerd op kennis (en vertaling) van de oorspronkelijke Griekse tekst. Evenals voor een vorig deel heb ik waardering en respect voor deze uitgave. Zij biedt een belangrijk hulpmiddel voor wie echt met de tekst (vanuit voorlichting over de grondtaal) bezig wil zijn.

Wel moet ik zeggen dat ik een aantal bezwaren heb. Als voorbeeld noem ik de exegese van Romeinen 7. Hier zou Paulus over zijn tweestrijd in zijn joodse verleden schrijven. Een dergelijke exegese is de eeuwen door een signaal geweest van een bepaalde visie op de wedergeboren mens. Ook de plaats van Israël in Romeinen 11 wordt op een bepaalde manier belicht. De lezer moet kritisch bedacht zijn op deze eigen standpunten van de verklaarders. Wie hiermee rekent kan heel wat van de uitleg opsteken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.