+ Meer informatie

COMING OUT…

8 minuten leestijd

Verwarring, ongeloof, verdriet, opluchting, geen woorden weten te vinden, stamelen, teveel willen zeggen, tranen, open armen, medelijden, verlegenheid.

Al die woorden werden werkelijkheid op en na die zondagmiddag in juni 2006. Onze zoon - hij was toen 18 - riep ons vanuit de tuin naar binnen - zichtbaar gespannen. Binnen kwam het eruit: ik moet het jullie toch maar vertellen: ik val op jongens.

DUS TOCH

Hoewel, helemaal een verrassing was het voor ons niet. Veel puzzelstukjes bleken toch te passen. Maar als het er dan toch uit komt, heel ingrijpend! Allereerst voor hem. Wat moet hij zich eenzaam hebben gevoeld voor hij deze stap durfde zetten! Soms was hij er zo dichtbij als een van ons hem vroeg: Zit je ergens mee? Zeg het alsjeblieft. We zijn er voor je. Maar echt, er was niets. Hij was er niet aan toe! Pas nu was het zijn moment.

Wat doe je dan? We hadden samen afgesproken: ALS het er een keer uitkomt, dan ZIJN we er ook voor hem, helemaal. Geen verwijten, geen bezwaren, geen mitsen en maren, maar luisteren met je armen heel wijd open. Zo is het ook gegaan - en het was goed, en God was erbij.

Maar dan…? Want… geen verwijten, bezwaren, mitsen en maren? Want, je wilt onvoorwaardelijke liefde geven. Maar het begon al direct: nu jullie het weten, moet ook iedereen het maar weten. Opa, oma, de gemeente, maakt niet uit. Maar … wacht even - Jij bent wel zover, maar bij ons begint het pas. En weet je je dan wel veilig genoeg - in de familie, in het dorp, in de gemeente? Is die wel heilig èn veilig?

En, hoe onvoorwaardelijk is onvoorwaardelijk als hij graag vrienden thuis wil uitnodigen. Vrienden die ook homo zijn. Vrienden die - dat merk je zo - elkaar niets hoeven uit te leggen. Die elkaar begrijpen en steunen. Maar, die bijvoorbeeld wel zo hun eigen omgangsvormen hebben … En wat, als er een vriend - ZIJN vriend -in beeld komt, die ook wil blijven slapen …?

Onvoorwaardelijke liefde en een open huis, hoe ver gaat dat als er bijvoorbeeld ook aan je Bijbelse kijk op homoseksualiteit getrokken wordt? Want, daar zit je dan - als moeder, en als vader die ook nog eens dominee is … Die heus wel genuanceerd kan denken, die niemand - ook geen homo - ooit zal wegzetten maar van harte wil zien als schepsel van God. Die die er tegelijk (en ook samen) altijd van overtuigd was dat homoseksuele omgang en homos - relaties niet naar Gods bedoeling zijn - zonde zijn.

Maar nu zit je wel met je eigen jongen voor je. Van wie je houdt en die je gelukkig wilt zien worden. Waar blijft je overtuiging dan? Verdwijnt dat allemaal dan ineens als sneeuw voor de zon? Je merkt dat hij daar zelf ondertussen een grote voorsprong op heeft genomen. Want, natuurlijk weet hij - net als alle kerkelijk meelevende homo’s - wat er zoal in de Bijbel staat, en wat ‘de kerk’ daarover denkt en zegt. Maar die het je eerlijk vraagt - of nee, zegt: Ik denk niet dat ik alleen ga blijven, hoor. God heeft me Zelf toch zo gemaakt?

Inderdaad. Wat heeft God jou ontzagwekkend wonderlijk gemaakt … geborduurd in de moederschoot (Ps. 139). Wat een moeder nog sterker voelt dan een vader … Ze heeft hem immers onder haar hart gedragen. God heeft je opgenomen in Zijn verbond van genade en trouw - aan jou verzegeld met Zijn eigen teken. Wat heeft ons DAT trouwens een houvast gegeven, juist in die dagen en ook daarna. Heere God, houd hem vast, ook waar hij niet zou moeten zijn - en waar hij toch vaak was. Denk aan Uw Naam, geschreven op zijn voorhoofd. We hoeven niet alleen. De Heere gaat mee. Met hem, met ons. En Hij hield woord.

Nee, onze Bijbelse kijk op homoseksualiteit verdween niet direct als sneeuw voor de zon. Maar voor ons als ouders begon pas toen wel pas echt het zoeken, denken, lezen, praten, bidden. Lezen we de Bijbel wel goed? Kun je wel volstaan met alleen vast te houden aan Gods bedoeling bij de schepping? Hoeveel geduld heeft God met onze gebrokenheid? Geeft Hij niet toch meer ruimte dan je denkt? Weegt dan toch de liefde het zwaarst - je gunt het je kinderen toch? Kan het gevolg niet een groot stuk eenzaamheid zijn? Weten wij misschien dan toch meer dan Paulus? Allemaal vragen die ook nog eens extra diep door je heengaan als ze allemaal langskomen in een studiecommissie waar je voor gevraagd wordt vanuit je persoonlijke betrokkenheid …

We zijn nu 8 jaar verder. Hoe is het nu? Is voor ons op al die vragen nu een keurig antwoord gekomen? Iets van: nu weten en begrijpen het allemaal? Ten eerste: wie zal het ooit begrijpen als je het zelf niet bent? Bovendien - je komt er nog meer dan anders achter: wij kennen ten dele. Toch - bij alles wat we niet weten en be-grijpen - en nu al onze vragen op de zeef gelegd zijn - heeft God ons één ding des te duidelijker laten zien. Dat Hij ons in de Bijbel de weg wijst van.

JA WAARVAN EIGENLIJK?

Het antwoord daarop gaf ds. Schenau vanmorgen al in zijn bijdrage.

Het is dat Jezus ons allereerst roept om Hem te volgen en dat we - of je nu homo of hetero bent - onszelf leren verloochenen, en ons kruis gaan opnemen ACHTER Jezus aan. Hij vraagt ons ònze meningen (hoe goed bedoeld ook) los te laten. Ja alles los te laten wat in de weg staat om Hem te volgen zoals Hij dat bedoelt - Hij wil ons door Zijn Geest vernieuwen. Zo, dat we niet meer van onszelf zijn, maar van Hem. Zoals Paulus bedoelt: niet meer ik, maar Christus leeft in mij.

Natuurlijk gun je je kinderen liefde en geluk. Maar als er een ding is wat we ervaren hebben is het, dat jij dat je kind niet geven kunt. Zeker nu niet. Dat God dat moet geven. Maar ook WIL geven. Op zijn manier en op Zijn tijd.

Onze zoon gaat niet meer als homo door het leven. O ja, ergens is hij het nog steeds. En toch: hij is het ook weer niet. Want eenmaal op eigen benen, ver van pa en moe, kwam God zijn leven echt binnen - op Zijn manier, Zijn plaats en tijd. Daar kruiste Jezus zijn weg, en hij die van Hem. Deed de Heilige Geest Zijn werk, in stilte. Hij maakte hem, ons kind, van een homo in. Gods kind! Maakte hem tot een volgeling van Jezus, met misschien nog wel honderd vragen als een kruis op zijn rug.

Voor een kind van God maakt niet je hetero of homo - zijn uit wie je bent, maar ligt je identiteit allereerst in Jezus Christus. Niet dat je dat altijd direct ziet en daar rust bij vindt, maar dat wil Hij je wel leren. Dan gaat Hij voorop en is Zijn weg de juiste, ook als die tegen je eigen gevoel en mening ingaat - als dat kruisdragen betekent.

Moet je dan maar alleen door ’t leven? Waar onze zoon zich eerst zeker eenzaam voelde, kreeg hij nu om zich heen wat Jezus zelf zegt in Markus 10:28-30: veel nieuwe “broers, zussen, moeders en kinderen, akkers om zich heen - met ook een kruis - maar in de wereld die komt het eeuwige leven.” In een voor ons weliswaar heel andere, maar - voor hem wel heilige en veilige kerk.

Christus roept ons allemaal tot navolging en kruisdragen - achter Hem aan. Met Hem ga je niet alleen door ’t leven, die last zou je te zwaar zijn. Dat geldt voor ons allemaal. Wat moet ik allemaal afleggen waarmee ik iets meen te zijn? Wat voor mij zo onopgeefbaar lijkt? Wat me pijn doet - uit gehoorzaamheid aan Hem? God wil ons van zondaren maken tot Zijn geliefde kinderen - die net als ieder ander hun strijd te strijden hebben. Met vallen en opstaan, maar gedragen in Gods genade en geduld. En, achter Christus aan mag je in dit leven zelfs al iets merken van Zijn overwinning. Bij Hem waar het heilig EN veilig is.

Er zijn een paar praktische dingen die we als ouders geleerd hebben. Ik wil u er enkele doorgeven:

De eerste lijkt een open deur, maar is het helaas niet altijd. Houd de deur altijd naar je kinderen open, ook als ze een relatie zouden hebben - hoe moeilijk u dat misschien ook vindt! Blijf met elkaar praten en probeer er alles aan te doen om het contact open te houden.

Zie iedereen die je over de vloer krijgt, als je gasten. Maar blijf ook eerlijk naar jezelf. Geef je grenzen aan in wat je in je eigen huis wilt en wat je aankunt en vraag daarvoor respect.

Vraag je kind ook respect en begrip voor jouw houding en mening en het feit dat je zelf ook door vragen heen moet.

Zoek als ouder(s) iemand bij wie je echt van je af kunt praten.

Laat - steeds met je armen om je kind heen -de verantwoordelijkheid voor zijn of haar keuzes altijd waar ze horen: bij hem of haar.

Creëer veiligheid.

Probeer - als je er aan toe bent - open te zijn over je kind naar je omgeving, familie, gemeente. Doorbreek zelf het taboe. Maar, verwacht ook niet direct veel reactie terug, want dat vinden mensen vaak toch moeilijk.

Leg je kind in Gods handen en blijf dit doen. Zeker in tijden van crisis, maar ook de situatie rustiger wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.