+ Meer informatie

Een zondaarvan honderd jaar

3 minuten leestijd

In „De Bron der zaligheid” van Robert Murray M’Cheyne komt een preek voor over 1 Samuel 3 : 19: Samuel nuwerdgroot en de Heere was met hem en liet niet een van al Zijn woorden op de aarde vallen. Boven de preek staan deze woorden: God laat niet e6n van al Zijn woorden op de aarde vallen. Daarin zegt MCheyne, dat het woord soms op later tijd werkt. Hij spreekt hierover zeer treffend. Daarom willen we dat hieropnemen. Het is te vinden op de biz. 92-93 van de uitgave van J. P. van den Tol. Wij geven dus het woord aan M’Cheyne:

Evenwel werkt het Woord in sommige gevallen ook in latere tijd. Een getrouw man Gods arbeidde menig jaar in zijn gemeente, en hoewel hij elders grotelijks gezegend werd, stierf hij nochtans zonder dat hij, geloof ik, wist dat iemand van zijn gemeente tot de kennis des Zaligmakers gekomen was. Een ander dienaar staat nu in zijn plaats enzielen zijn in menigte gewonnen geworden, terwijl ieder verklaart, dat het door het woord is van hun overleden leraar, dat nu opkomt in hun harten en hen doet ontvlieden. Ach! God is een getrouwe God. Hij zal niet één van Zijn woorden laten vallen op de aarde.

Dan vertelt hij een geval, waar het ons eigenlijk om gaat:

De uitnemende John Flavel was predikant te Dartmouth in Engeland. Op zekere dag predikte hij over deze woorden: „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha!” (1 Kor. 16:22). De prediking was buitengewoon plechtig, vooral de verklaring van de vloek. Aan het einde, toen Ds. Flavel opstond om de zegen uit te spreken, hield hij op en zeide: "Hoe zal ik deze ganse vergadering zegenen, daar ieder onder ons, die de Heere Jezus niet liefheeft, een vervloeking is?” De plechtigheid dezer woorden maakte een diepe indrukopde toehoorders.

Er was in de vergadering een knaap, Lukas Short genaamd, ongeveer vijftien jaar oud, een inwoner van Dartmouth. Kort hierna ging hij op zee en zeilde naar Amerika, waar hij de overige tijd zijns levens doorbracht. Zijn leven werd verre boven de gewone levenstijd verlengd. Toen hij honderd jaar oud was, kon hij nog op zijn hoeve werken en zijn verstand was in het geheel niet gekrenkt. Hij had al die tijd in zorgeloosheid en zonde doorgebracht; hij was een zondaar van honderd jaren en op het punt met een vloek in het graf te gaan.

Op zekere dag, terwijl hij op het veld was, hield hij zich bezig met over zijn doorgebracht leven na te denken. Hij dacht aan de dagen zijner jeugd. Zijn herinnering bepaalde zich bij de preek van Ds. Flavel, waarvan hij zich nog veel te binnen bracht. De ernst van de predikant, de gesproken woorden, de uitwerking op de hoorders, dit alles kwam vers voor zijn gemoed. Hij erkende dat hij de Heere Jezus niet had liefgehad; hij duchtte de vreselijke vloek; hij werd diep overtuigd van zonde, werd geleid tot het bloed der besprenging. Hij leefde tot zijn honderdzestiende jaar en gaf alle blijken, dat hij wedergeboren was. Ach! hoe getrouw is God aan Zijn Woord. Hij laat niet een woord vallen op de aarde. M’Cheyne voegt hier aan nog het volgende toe: Hebt goede moed, christelijke moeders, die weent over uw onbekeerde kinderen. Zij mogen verre van u gaan, misschien over de zee, en gij siddert om hun zielen. Bedenkt dat God ze overal bereiken kan. Een gelovige moeder bad nooit tevergeefs. Houdt aan in hetgebed. God zal nooit Zijn Woord vergeten. Hij zal nooit 6en woord op de aarde laten vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.