+ Meer informatie

Een getrouw woord van rijke inhoud

6 minuten leestijd

Dit is een getrouw woord, en aller aanneming waardig, clat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste hen. (1 Timotheüs 1 : 15)

De koning Salomo leve! Zo riep Israëls volk toen Salomo tot koning gezalfd werd over gans Israël. En al het volk kwam op achter hem en het volk pijpte met pijpen, zodat de aarde van het geluid spleet. Niet minder was de blijdschap van Juda toen de jeugdige Joas als telg uit Davids huis tot koning gekroond werd, want zo lezen wij: „al het volk des lands was blijde en blies met trompetten en de zangers waren er met muzikale instrumenten." Verraad, verraad! roept Athalia de moordenaars van het koninklijke zaad, doch niemand volgt haar na. Heel Juda schaart zich aan de zijde van de afstammeling van het wettige Vorstenhuis. „De Koning leve!" zo riep toen ook gans Juda. Maar lezers, daar is een volk op aarde, dat ook uitroept „de Koning leve". Het is negentien en een halve eeuw geleden, dat de Engelen er van zongen in Bethlehems velden, de herders Hem mochten aanschouwen, de wijzen Hem begroetten, Simeon Hem in de armen nam en Anna mocht verkondigen dat Hij, de Koning, gekomen was.

Die Koning is voorgesteld, is ook gezalfd, niet door een mensenkind maar door God Zijn Vader. „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion cle berg Mijner heiligheid."

Nu aan deze Koning had Paulus ook kennis gekregen. Die had hem aangesproken op cle weg naar Damascus, maar nu mag hij die Koning ook verkondigen. Paulus, die een lasteraar en een verdrukker was geweest, gaat nu spreken van de overvloedige genade aan hem verheerlijkt hem door barmhartigheid geschied. Hij mag nu spreken van geloof en liefde. Het geloof wordt gesteld tegen zijn voorgaande onwetendheid en de liefde tegen zijn lastering en vervolging.

Paulus zegt: „Hij is in de wereld gekomen, die van eeuwigheid reeds was, sprekende voor het aangezicht Zijns Vaders".

Hij kwam op aarde waar Hij als hulpbehoevend Kind in Bethlehems kribbe nederlag. Naar zijn komst was reeds eeuwen uitgezien. God gedenkt aan Zijn genade en Zijn beloften worden vervuld. Ilij in Wien Adam en Eva, Abel en Seth, Hcnoch, Lamech en Noach geloofd hebben, is op de wereld gekomen. Hij is aan Abram, Izak en Jacob verschenen en aan Mozes geopenbaard. Hij is gekomen van Wien cle profeten geprofeteerd hebben, maar ook gekomen om voor Zijn volk aan cle gerechtigheid des Vaders te voldoen. Hij is het Licht dat in cle duisternis zou verschijnen, om Zijn volk uit de duisternis te trekken. De kerk van de Oude dag heeft gezongen: „Hij komt, Hij komt" en de kerk van cle Nieuwe dag mag getuigen: „Hij is gekomen". Maria en Jozef hebben Hem het eerst aanschouwd in het vlees. Maar nu zegt Paulus de reden waarom nu Christus gekomen is, dat is een getrouw woord en aller aanneming waardig enz.

Christus getuigt in Johannes 8 : 42: Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden", n.1. Zijn Vader. Hij is gekomen om aan het Welbehagen des Vaders te voldoen en dat welbehagen was om het volk, dat met de ganse wereld onder de toorn Gods lag en cle rampzaligheid verdiend had, daarvan te verlossen.

Christus is wel gezonden, maar ook vrijwillig gekomen, dus zowel de liefde van de Borg als van de Vader tot Zijn volk deed Hem vlees en bloed aannemen. Nu zegt Paulus: „Dit is een getrouw woord, ja de waarachtige waarheid". Dit is een getrouw woord, dit is de leer die naar cle Godzaligheid leidt, een leer die zeker en vast is, ja van alle twijfel ontbloot. Een leer, die hoeveel ze ook bestreden moge worden, altoos stand zal houden.

Een leer voor des Heeren volk, als schuldige mensen, tot troost en bemoediging. Maar ook een leer waarin de eer van een Drieënig God op het allerheiligst uitblinkt. Hij is gekomen om zondaren zalig te maken. Gij zult Zijn Naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken en van hun zonde verlossen. De Vader heeft Zijn Zoon verordineerd om het middel der behoudenis tot zaligheid te zijn.

Maar wanneer nu Jezus Zaligmaker is, zo is het toch duidelijk genoeg, dat wij van onszelven verloren zijn, onder de toorn Gods liggen en buiten cle staat der zaligheid zijn en dat alleen in Hem de zaligheid is. Wanneer nu Paulus de geboren Koning voorstelt als Zaligmaker

die aan het recht zou voldoen, dan ligt hierin toch duidelijk verklaard, dat wij mensen zijn, die door aangeboren en eigen bedreven onrecht, het recht ten eeuwigen leven hebben verbeurd, en ons de vloek der wet en Gods gramschap hebben waardig gemaakt en zondaren zijn van nature.

Och lezers, hoeveel er gezongen mag worden van de geboren Koning en Kerstfeest gevierd wordt, dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat wij als verloren zondaars moeten zalig worden.

Lezers, hier wordt niet alleen gesproken, dat de zaligheid wordt verkondigd, voorgesteld of aangeboden zoals u dat noemen wilt, maar hier wordt gesproken van zalig maken. Daarom is het zo noodzakelijk, dat wij door die Goddelijke Geest ontdekt worden. Wij zijn rampzalig, vol van rampen, armzalig vol van armoede. Zodat wij hieruit concluderen hoe ellendig de mens is. Hoe zal hij kunnen bestaan voor een Heilig en Rechtvaardig God. Hoe zal hij kunnen verschijnen in het licht van Gods majesteit. Hoe bang wordt het voor zulk een ziel als hij daar iets van krijgt in te leven. Dan roept hij uit: „Wee mij, want ik verga." Dan wordt erkend: „Ik ben Uw gramschap dubbel waardig." Daar hebben wij geen offers meer om te kunnen betalen. Daar wordt ingeleefd, dat door de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd zal worden. Nu, dat zijn de onderwerpen voor het gezegende voorwerp, die leren inleven wat de dichter zong: „Uit vrije goedheid waart Gij haar een vriendelijk beschermer". Dat deed Paulus ook uitroepen: „van welke ik de voornaamste ben, maar barmhartigheid is mij geschied." Dat is de taal van des Heeren volk.

Lezers, God geve dat wij de geboorte van deze Koning zo mogen inleven. Dan zullen wij eenmaal met die Koning verheerlijkt worden, Die niet meer ligt in Bethlehems kribbe, maar nu zit op Zijn troon in heerlijkheid.

ds. H. Ligtenberg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.