+ Meer informatie

Een Antwoord op Reacties

4 minuten leestijd

Bezwaren

Naar aanleiding van mijn artikel over het begraven van kinderen die vlak voor of vlak na de geboorte zijn gestorven, heb ik verschillende brieven ontvangen. De schrijvers waren blij dat dit onderwerp aan de orde was gesteld. Sommigen schreven vanuit een ervaring van lang geleden, waaronder zij nog steeds gebukt gingen. Anderen vanuit recentere ervaringen.

Niet iedereen kon zich in mijn standpunt vinden, al hadden alien waardering voor de toon van het artikel.

Graag wil ik op de reacties ingaan. Dat betekent niet dat ik elk bezwaar zal noemen en mijn antwoord daarop zal geven. Het onderwerp is te teer dan dat het een zaak van argumenteren over en weer wordt.

Ik ben getroffen door twee gedachten die in de brieven naar voren kwamen.

Allereerst het feit dat ook dit kleine kindje als verbondskind een kind van de gemeente is. Daarom dient de gemeente erbij betrokken te worden. Sommige briefschrijvers vinden het wat willekeurig om een streep te trekken bij het verzenden van een kaartje en dankzegging in de gemeente. Ook zonder dat dit heeft plaatsgevonden, is het een gebeuren waar de gemeente bij betrokken is.

Vervolgens wordt gezegd, dat de rouwverwerking minder moeilijk zal zijn, als er een bijeenkomst in de kerk is geweest. Het samen afscheid nemen en loslaten wordt vergemakkelijkt. Bovendien wordt aan de ouders het isolement bespaard. ledereen kan hun de hand geven. Gemeenteleden kunnen er later ook gemakkelijker over praten; afscheid nemen zonder gelegenheid te ontvangen om de begrafenis mee te maken, laat iets onbevredigends achter.

Een antwoord

Mijn vrouw en ik hebben zelf dit verdriet niet meegemaakt. Daarom past mij grote terughoudendheid. Wat zal ik zeggen, als mensen betuigen dat ze in dagen van grote droefheid door een rouwdienst en het daarin betoonde meeleven van (zeer) velen gesterkt zijn? Ik kan er alleen maar dankbaar voor zijn, als zulke zware en zwarte dagen verlicht worden door de gemeenschapsbeleving met elkaar en met God. Het is om deze reden, dat ik niet nog wat tegen een rouwdienst in de kerk wil inbrengen. Als ouders daaraan behoefte hebben, dan moet daar plaats voor zijn. Dan is het aan de predikant om met de ouders en de gemeente samen het verdriet bij God te brengen en om om Zijn hulp te bidden. Dat mag van de predikant worden verwacht.

Ik acht het denkbaar - het blijkt ook uit brieven - dat ouders de begrafenis meer zien als een gezinsgebeuren. Deze ouders kunnen van het beleggen van een rouwdienst afzien.

Het lijkt me wel nodig dat de kerkeraad zich op gebeurtenissen en handelwijzen bezint. Gezien de intensiteit van de readies zou ik zeggen: Laat de beslissing aan de ouders. De kerkeraad besluite aan de wens van de ouders te voldoen. Deze mogelijkheid heb ik in het eerste artikel duidelijk opengelaten. Nu zou ik met iets meer nadruk op die mogelijkheid willen wijzen. In de gemeente hoeft de een niet aan de ander voor te schrijven hoe hij of zij het verdriet moet verwerken. Wat door de ouders als het meest gepast en als net meest dienstbaar aan de rouwverwerking wordt aangevoeld, dat geschiede. Men legge elkaar niets op en men respectere elkaars verlangen in zulke moeilijke dagen.

Men zal het mij niet kwalijk nemen dat ik de nadruk blijf leggen op deze begrafenis als een gezinsgebeuren.

Meeleven

Wel ben ik getroffen door de behoefte aan meeleven van rouwdragende ouders.

Ook is mij duidelijk geworden dat sommige mensen, gemeente-, familieleden of vrienden, niet zwaar tillen aan het verdriet om het verlies van een kindje dat bij de geboorte sterft. De dood van een schoonzuster van dertig jaar is veel erger, zo kregen ouders te horen. Dat snijdt door het hart.

Ook al zouden anderen het verdriet niet kunnen aanvoelen, dan nog moeten ze luisteren naar de ouders. Zij moeten hun gevoelens kwijt kunnen.

Ik kan niet nagaan of gebrek aan meeleven en invoelen in de kerken overal voorkomt. Waar het voorkomt, moeten mensen zichzelf onderzoeken. Laten wij anderen zo veel mogelijk met liefde en zorg omringen. Wie zelf dit verdriet niet kent, zij voorzichtig om kritisch of vermanend te spreken tot hen die het wel kennen. Soms is een stevige handdruk of een hartelijke blik of de opmerking dat in ons gebed aan dat echtpaar (gezin) wordt gedacht, meer waard dan de bestbedoelde woorden. We beseffen niet, hoe we mensen pijn kunnen doen met woorden die als troost bedoeld zijn, maar die het verdriet vermeerderen. Nodig is het gebed om fijngevoeligheid (Filippenzen 1:9), opdat we de juiste woorden vinden in dagen van diep verdriet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.