+ Meer informatie

Herdenking van de Reformatie in 1967

6 minuten leestijd

Op en rondom de 3le oktober van dit jaar zal de Reformatie op allerlei wijze worden herdacht.

De Hervormingsdag is een goede gelegenheid om ons te bezinnen op wat ons in de Reformatie geschonken is. Er is zeker aanleiding om daarbij stil te staan, nu het 450 jaar geleden is dat Luthers moedige optreden de stoot gaf tot de geestelijke beweging, die wij nog dagelijks als een zegen mogen zien.

De herdenkingssamenkomsten dragen in de regel geen specifiek kerkelijk karakter en op tal van plaatsen wordt de medewerking van ambtsdragers en leden van onze kerken op prijs gesteld.

Als het de bedoeling is om op de Hervormingsdag het getuigenis der Reformatie te laten horen, zullen wij ons niet gaarne afzijdig houden. Enerzijds betreuren wij de verdeeldheid, die ons kerkelijk gescheiden doet optrekken, anderzijds is er ook een besef van verbondenheid. Er gaat iets uit van een samenzijn, waarin wij de daden des Heren mogen gedenken en met elkaar het lied van Luther aanheffen: Een vaste burcht is onze God.

Wij juichen niet elke viering van de Hervormingsdag toe. Als men de reformatorische belijdenis bestrijdt op fundamentele punten, zoals de vrijzinnigen dat doen, kan men de kerkhervorming nog wel beschouwen als een streven naar geestelijke vrijheid, maar in het wezen van de zaak verloochent men haar.

Tot voor kort scheen de herdenking van de Reformatie een zuiver protestantse zaak te zijn. De laatste jaren komt het echter voor, dat ook rooms-katholieken eraan deelnemen. Soms voeren ook roomse theologen het woord.

Tot mijn verwondering las ik in een dagblad („Trouw” van 15 september 1967) dat de gereformeerde deputaten „Reformatie-Rome” van mening zijn, dat de herdenking van de Reformatie verdiept kan worden door er rooms-katholieken bij te betrekken. In een samenkomst zouden dan naast de r.k. visie op de Reformatie ook de dankbaarheid voor het wonder van de Reformatie en de reformatorische vragen aan de Rooms-Katholieke Kerk hun plaats hebben. Er zou voor gewaakt moeten worden, dat noch een ongenuanceerde en onbijbelse bestrijding van Rome, noch een veronachtzaming van de vaak diepgaande verschillen tussen Rome en de Reformatie deze herdenking ontsiert.

Het persverslag zegt, dat de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken zich hierin wel kon vinden, al waren er enkele synodeleden, die er enigszins aarzelend tegenover stonden.

Maar is het mogelijk om samen met Rome de Reformatie te herdenken zonder water in de wijn te doen? En kan men als rooms-katholiek christen op 31 oktober danken voor de kerkhervorming en op 1 november het feest van Allerheiligen vieren?

Er kan bij Rome veel!

Er is meer openheid ten opzichte van andersdenkenden dan vroeger. Velen zijn van oordeel dat alle christelijke waarden moeten worden opgenomen in het geheel van de „katholieke Kerk”.

De Nieuwe Katechismus zegt, dat de (R.K.) kerk Luther als haar kerkleraar en profeet in de zestiende eeuw niet heeft kunnen missen, en dat zij er de sporen van draagt, dat zij de waarheden van de Reformatie gemist heeft. Omgekeerd zou het de Reformatie smartelijk aan te zien zijn, dat zij de waarheid van de katholieke kerk gemist heeft. „Samen moeten wij groeien naar een nieuwe katholieke, dat is algemene kerk” (blz. 382, 383).

Wij van onze kant kunnen echter niet inzien, dat de kerk der Reformatie er de sporen van draagt, dat zij de waarheden van Rome gemist heeft.

Nog altijd staat ja tegenover neen. Of Rome heeft gelijk met haar leer van Schrift en traditie, van een onfeilbaar leergezag, van medewerking met de genade en van verering van Maria en de heiligen, 䟤e Reformatie die dit alles radicaal afwees. Va tweeën één!

Of moet het nu zijn: Uit tweeën één?

Dat is de mening van de gereformeerde theoloog dr. H.M. Kuitert en de rooms-katholieke theoloog dr. H.A.M. Fiolet, die in 1966 een tussentijdse balans opmaakten van het gesprek Rome-Reformatie.

Met het oog op een eindbalans gaan zij ervan uit, dat men de reeds aanwezige. eenheid in Christus gezamenlijk moet bevrijden van verarmende eenzijdigheden in de verschillende geloofsgemeenschappen: bedoeld zijn de Rooms-Katholieke Kerk en de kerken der Reformatie.

De huidige situatie zou de Rooms-Katholieke Kerk èn de reformatorische christenheid tot een provincialistische aangelegenheid — en bij tijden erger dan dat! — hebben gemaakt. De verbreking van de dialoog zou de oorzaak zijn. En van de hervatting van de dialoog — het elkaar wederzijds corrigeren en verrijken — worden wonderen verwacht.

Kuitert en Fiolet verdedigen de stelling: Wij dienen het welzijn van onze eigen kerk óók, door ieder voor zijn deel haar klaar te maken voor éénwording(vgl. Uit tweeën één, blz. 7-18).

Als men dit standpunt inneemt, is een gemeenschappelijke viering van de Hervormingsdag natuurlijk geen probleem. Maar zo wordt de reformatorische houding tegenover Rome wel tot een probleem gemaakt!

Het is wel een feit, dat de herdenking van de Reformatie in 1967 niet zonder meer gelijk is aan die van honderd of vijftig jaar geleden.

Wij willen onze ogen niet sluiten voor de veranderingen, die zich in de Rooms-Katholieke Kerk voltrekken. Wat de leer betreft is Rome sinds 1517 nog verder afgedwaald van Gods Woord. Wij denken met name aan de beslissingen van het Concilie van Trente, aan het dogma van de onfeilbaarheid van de paus en aan de mariologie.

Daar staat tegenover, dat er juist de laatste twintig jaar een meer bijbelse oriꬭtering begint te komen — al zijn er tegelijk tendensen in een andere richting. Het laatste Concilie spoorde geestelijken en leken aan om de Heilige Schrift te lezen en te bestuderen. Daarover verblijden wij ons, omdat wij geloven dat het Woord van God levend en krachtig is.

Wij hopen dat het ook in de Rooms-Katholieke Kerk vernieuwend zal werken. Het voornaamste thema bij een herdenking van de Reformatie is voor ons niet, hoe wij tegenover Rome staan maar hoe wij — persoonlijk en kerkelijk — tegenover Gods Woord staan.

Wij kunnen ons niet beroemen op 450 jaar protestantisme. Wij moeten erkennen dat het in de kerken der Hervorming maar al te veel ontbreekt aan echt reformatorisch leven. Wat in de theologie voor reformatorisch doorgaat, is het soms in het minst niet. In deze tijd worden allerlei zekerheden ondermijnd en vele verworvenheden prijsgegeven,

Dat is een reden te meer om bij de herdenking van de Hervorming centraal te stellen waar het eigenlijk om gaat. Een van de 95 stellingen van Luther luidt: De ware schat der kerk is het hoogheilig evangelie van Gods heerlijkheid en genade. Dat is het evangelie, waardoor hij persoonlijk in de ruimte werd gezet, toen hij er de bevrijdende kracht van ging verstaan.

Wij mogen ons reformatorische christenen noemen, wanneer dat evangelie ook voor ons een kracht tot zaligheid is (Romeinen 1 : 16, 17).

Zoals vorige generaties in hun tijd hebben wij in onze tijd het erfgoed der Hervorming te bewaren. Het komt in het bijzonder aan op een leven bij de Bijbel en op trouw aan de belijdenis!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.