+ Meer informatie

Kunst is niet een zijn maar een worden

Overzichtstentoonstelling van het werk van de onbekende modernist Theo van Doesburg

9 minuten leestijd

Bescheidenheid was Stijl-kunstenaar Theo van Doesburg vreemd. Hij zag voor zichzelf een grote taak weggelegd: met zijn werk wilde hij de wereld verbeteren en de kunst veranderen. Vol vuur heeft hij zijn leven lang aan de realisatie van dit ideaal gewerkt. Lof en verguizing waren zijn deel. Maar blijvende roem heeft het deze onbekende modernist niet opgeleverd. Wellicht haalt de overzichtstentoonstelling van zijn werk Van Doesburg definitief uit de schaduw van zijn wél zeer succesvolle collega en voormalige vriend Piet Mondriaan.

Theo van Doesburg (1883-1931) was een artistieke duizendpoot. Hij schilderde, dichtte, werkte als architect, hield voordrachten en gaf tijdschriften uit. Het blad De Stijl, behorend bij de gelijknamige kunstenaarsgroep, is daarvan het bekendste voorbeeld. Van Doesburg was de drijvende kracht binnen deze beweging, die een universele kunst propageerde waardoor de wereld zou veranderen. Nog altijd bekende personen als Mondriaan, Rietveld en Oud waren ook een tijdlang lid van deze groep.

Een idealist en een modernist, dat was Theo van Doesburg. Hij wilde door middel van de kunst de wereld verbeteren en vond dus ook dat een kunstenaar een actieve rol in de maatschappij had. Zijn doel was het bevorderen van het welbevinden van de mens. Van politiek engagement in de kunst moest hij overigens niets hebben, het ging hem louter om het creëren van een aangename leefomgeving.

Zijn werk laat zien hoe hij de moderne kunst ontdekte en daarin zelf steeds radicaler werd. Hij begint met traditionele portretten in de stijl van Rembrandt en eindigt met strakke vlakverdelingen in primaire kleuren en zwart, grijs en wit.

Twee musea

Van Doesburg staat dit jaar in het middelpunt van de belangstelling. Begin april verschijnt een catalogus waarin voor het eerst in chronologische volgorde zijn hele oeuvre wordt gepubliceerd. De samenstellers kwamen uit op in totaal zo'n 3000 werken. Een respectabele hoeveelheid, zeker als je bedenkt dat de kunstenaar maar betrekkelijk kort actief is geweest. Theo van Doesburg overleed toen hij 48 was als gevolg van een hartaanval.

Bovendien zijn op dit moment bijna 500 werken van Van Doesburg bij elkaar gebracht in een grote overzichtstentoonstelling verspreid over twee musea. De werken uit de begintijd van de kunstenaar hangen in het Centraal Museum in Utrecht. De latere jaren worden getoond in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

Wie geïnteresseerd is in typografie kan tot 21 mei in het Scryption in Tilburg terecht om een indruk te krijgen van deze kant van De Stijl. Een kleine tentoonstelling laat typografisch en literair werk zien van Van Doesburg (onder het pseudoniem I. K. Bonset) en zijn Stijl-vriend Antony Kok. Het gaat onder andere om zogenaamde klankdichten, abstracte poëzie waarbij het niet zozeer om de inhoud als wel om de vorm en het lettergebruik gaat. Paul van Ostaijen experimenteerde indertijd met vergelijkbare projecten.

Lastig mens

Van Doesburg liep over van de ideeën, wat hem tot een gehaaste kunstenaar maakte. Hij schreef veel en enthousiast over zijn theorieën en zijn werk. In zijn tijd had hij mede daardoor veel invloed, ook internationaal. En nog altijd geldt hij voor vele kunstenaars en architecten als een lichtend voorbeeld.

Van Doesburg was echter ook een lastig en tegenstrijdig mens. Hij was heel grillig en soms zelfs inconsequent, ook in zijn ideeën. De ene dag verdedigde hij te vuur en te zwaard een bepaald standpunt, een dag later kon hij echter in een ander gezelschap gerust het tegenovergestelde beweren.

"Van Doesburg was uiterst ongemakkelijk. Niet alleen in de omgang, maar ook in de kunst. Hij is moeilijk grijpbaar, hij duikt steeds weer ergens anders op dan waar je hem verwacht en hij deed ook alles door elkaar", zegt E. van Straaten, conservator van het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Dat is naar zijn mening een van de redenen waarom Van Doesburg altijd een beetje in de schaduw van Mondriaan is blijven staan. Hij is gewoon moeilijk te plaatsen.

Slordig

Een ander punt is dat er altijd kritisch naar de kwaliteit van het werk van Van Doesburg is gekeken. Een vergelijking met het werk van Mondriaan is vaak in zijn nadeel uitgevallen. Van Doesburg geldt voor sommigen als een slordige en haastige schilder. Voor Van Straaten is het nog maar de vraag of zo'n vergelijking wel reëel is. Beide kunstenaars gingen, alhoewel ze een tijdlang binnen De Stijl nauw samenwerkten, op een geheel eigen manier te werk.

"Van Doesburg werkte heel procesgericht. Er kwamen wel producten uit zijn handen, maar het ging hem vooral om het realiseren van een hoger doel.

Mondriaan was heel productgericht en precies. Hij werkte eigenlijk op een heel klassieke manier aan een samenhangend oeuvre en is daardoor goed te volgen. Mondriaan was schilder, dat was zijn ambacht. Hij is in zekere zin het eindpunt van een ontwikkeling. Hij houdt vast aan de horizontale en verticale lijnen en de primaire kleuren."

Van Doesburg gaat verder. Hij gebruikt diagonalen en andere kleuren en gaat zijn ideeën ook in gebouwen toepassen. Van Straaten ziet hem in die zin als het beginpunt van een ontwikkeling. "Elk werk staat geheel op zichzelf. Hij herhaalt zichzelf nooit en gaat in zijn ontwikkeling steeds door." "Kunst is niet een zijn maar een worden", is dan ook een van de veelzeggende motto's van Van Doesburg.

Ook de originaliteit van de kunstenaar ligt onder kritiek. Men verwijt het Van Doesburg wel dat hij te veel de ideeën van anderen overnam. "Er wordt wel gezegd dat hij altijd leentjebuur speelde", aldus S. Ex, conservator van het Centraal Museum in Utrecht. "Maar dat is ook een consequentie als je dingen in een groep doet", vindt hij. En het wil volgens hem zeker niet zeggen dat Van Doesburg geen getalenteerde kunstenaar was. "Hij heeft echt heel sterke schilderijen gemaakt."

Doorbeelding

Bezoekers van de overzichtstentoonstelling in Utrecht en Otterlo kunnen stap voor stap de ontwikkeling van de schilder en architect Theo van Doesburg volgen. Het Centraal Museum begint met zijn vroegste werken, die de kunstenaar in latere correspondentie zijn "gebraden" periode noemde. Het gaat om portretten in bruinige tinten die onmiskenbaar een reflectie zijn van zijn bewondering voor Rembrandt.

De omslag naar de abstractie is een schilderij uit 1914 met de titel "Meisje met ranonkels". Volgens Ex liet Van Doesburg zich hierbij inspireren door het werk van de Rus Kandinsky. De ogen en de blosjes zijn nog herkenbaar, maar er is ook een onmiskenbare impressionistische invloed aanwezig.

Al spoedig besluit Van Doesburg dat dit toch niet de weg is die hij moet inslaan. Hij vindt het intuïtieve impressionisme veel te zweverig en wordt later een fanatieke bestrijder van deze stroming. Hij ontdekt dat het ook mogelijk is om als kunstenaar tot abstractie te besluiten. Aanvankelijk gaat dat stapsgewijs, waarvoor Van Doesburg en de zijnen de term "doorbeelding" bedachten.

In de eerste fase is er dan nog sprake van een herkenbare afbeelding. Langzaamaan wordt dat steeds abstracter, totdat uiteindelijk een werk met alleen geometrische vormen overblijft. Van Doesburg deed dit niet alleen met schilderijen, maar ook met glas-in-loodramen, waarvan er een aantal in Utrecht aanwezig zijn.

Die ramen zijn een soort illustratie van de ongrijpbaarheid van Van Doesburg. "Hij wilde heel modern zijn, maar werkte tegelijkertijd heel veel met glas in lood. En dat is natuurlijk zo ouderwets als het maar kan", zegt Ex. "Van Doesburg heeft dan ook heel wat bladzijden volgeschreven om dat te rechtvaardigen. Zijn argument was dat het een middel was om gekleurd licht in gebouwen toe te laten."

Kleuroplossing

Al vroeg in zijn carrière is Van Doesburg betrokken bij het ontwerpen van gebouwen. Hij bedenkt bijvoorbeeld het kleurontwerp voor de tegelvloer in het vakantiehuis De Vonk in Noordwijkerhout (1918), een mozaïek in geel, zwart en wit. Een tekening daarvan is in Utrecht aanwezig.

Het was het ideaal van Van Doesburg om te bouwen met kleur. Hij was ervan overtuigd dat de wereld daar beter van zou worden, anders gezegd: dat dat het welbevinden van de mensen zou bevorderen. Hij wist een aantal architecten voor deze utopische overtuiging te winnen. Zo maakte hij onder andere een zogenaamde kleuroplossing voor een blok middenstandswoningen en een landbouwschool in het Friese Drachten. Het in- en het exterieur van de huizen werd uitgevoerd in primaire kleuren en zwart, grijs en wit. De school aan de overkant van de straat zou moeten worden beschilderd in de secundaire kleuren paars, groen en oranje.

De woningen werden in 1921 ook daadwerkelijk in de kleuren van De Stijl opgeleverd, maar binnen de kortste keren overgeschilderd. De radicale ideeën van Van Doesburg gingen de bevolking veel te ver. Papegaaienbuurt, heet het wijkje sindsdien. Het plan voor de school werd toentertijd vanwege te verwachten verzet in het geheel niet uitgevoerd.

Tijden veranderen. In 1988 werd het initiatief genomen de kleuroplossingen van Van Doesburg voor de woningen en de school daadwerkelijk uit te voeren. En dit keer bleef de verf gewoon zitten.

Zwaartekracht

In het Kröller-Müller Museum ligt de nadruk op de periode na 1922, waarin Van Doesburg zich vooral richt op de architectuur. Er hangen tal van tekeningen en er staan bijvoorbeeld een paar maquettes van woningen volgens de principes van de kunstenaar. Het zijn asymmetrische panden, opgebouwd uit louter rechte vlakken die ten opzichte van elkaar verspringen. Van Doesburg wilde de huizen losmaken van de zwaartekracht, ze moesten de indruk wekken dat de ruimtes zweven. Ze zijn nooit uitgevoerd, ook omdat ze naar algemeen oordeel onbouwbaar waren.

"Van Doesburg wilde zijn idealen heel extreem door voeren. Hij vindt dat een ruimte zo spannend moet zijn dat het niet meer louter functioneel is", licht Van Straaten toe. Zijn nogal extreme standpunten hebben niet echt meegewerkt aan de realisatie van zijn plannen. "Hij probeerde zich zo veel mogelijk aan de gangbare praktijk te onttrekken. Maar daarmee zette hij zichzelf ook in de marginale hoek."

Om de bezoeker een indruk te geven van de manier waarop Van Doesburg naar ruimtes keek, zijn in Otterlo een paar grote maquettes te zien van twee zalen die de kunstenaar in 1926 in het Straatburgse amusementscomplex Aubette naar zijn inzichten mocht inrichten. Grote kleurvlakken zijn dominant aanwezig. Al het andere is daaraan ondergeschikt. Vandaar ook dat de kunstenaar de hele inrichting voor zijn rekening nam, tot en met ontwerpen voor meubilair en asbakken.

Voor een eigen invulling van de gebruiker blijft dus weinig ruimte over. "Van Doesburg was nogal overtuigd van zijn eigen denkbeelden, wat hem ook heel dwingend maakte", bevestigt Van Straaten. Erg lang heeft de Aubette in de door Van Doesburg doorgevoerde staat dan ook niet bestaan. Al snel werd besloten tot een ingrijpende verbouwing. De tragiek van iemand met een visionaire blik: Van Doesburg beschouwde de Aubette zelf als zijn meest geslaagde werk. Overigens is één van de zalen inmiddels weer in oude staat hersteld.

De expositie "Theo van Doesburg; schilder, dichter, architect" is tot 18 juni te zien in het Centraal Museum in Utrecht en het Kröller-Müller Museum in Otterlo. De tentoonstelling "Typografie van De Stijl" in het Scryption in Tilburg duurt tot en met 20 mei.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.