+ Meer informatie

ARBEID (EN HET ONTBREKEN ERVAN) IN HET AMBTELIJK BEZOEKWERK

12 minuten leestijd

Pastoraal en diaconaal bezoekwerk

Binnen de kerk bestaat er zorg om mensen, als het goed is. Een belangrijke manier waarop pastoraal en diaconaal handelen binnen en vanuit de kerk gestalte krijgt, is het bezoekwerk van predikanten, ouderlingen en diakenen. Het gaat daarin om het opzoeken van mensen in hun levensituatie, om met hen de Problemen van hun leven onder ogen te zien in het licht van de beloften en de geboden van God. Er is een onderscheid te maken tussen pastoraal en diaconaal bezoekwerk, hoewel ze in elkaar overlopen en in ieder geval niet tegen elkaar moeten worden uitgespeeld.

Bij pastoraal bezoekwerk is als eerste doelstelling te zien samen proberen met mensen het Woord van God te verstaan in hun situatie en omgekeerd hun situatie te verstaan in het licht van het Woord van God. Hoe verwerk je moeilijke en minder moeilijke dingen in je leven, waar moet je keuzen maken, hoe kan en mag het Woord van God doorwerken in jouw situatie?

Diaconaal bezoekwerk kan twee doeleinden dienen. Aan de éne kant gaat het om omzien naar mensen die het moeilijker (lijken te) hebben dan anderen, om samen met hen na te gaan wat hun concrete noden zijn en hoe daarin verlichting zou kunnen worden gebracht. Aan de andere kant is in het diaconale bezoekwerk van belang ‘gaven in te zamelen’. Daarbij hoeft niet in eerste instantie gedacht te worden aan materiële gaven, maar vooral ook aan wat iemand te geven heeft van zichzelf ter ondersteuning van anderen.

In beide vormen van contact (mensen opzoeken) is er sprake van tweepoligheid. Aan de éne kant is er het Woord van God, dat in woord en daad mag worden toegepast op de situatie die aan de orde is. In het ambtelijk bezoekwerk gaat het om een gezonden zijn in pastorale en diaconale bewogenheid vanuit het Woord van God. Aan de andere kant is er de situatie waarin men zich bevindt. Belangrijk in het bezoekwerk is daarom ook het luisteren. Mensen moeten hun verhaal kunnen verteilen. Alleen dan kan wat nodig is, worden ingebracht om licht of soelaas te bieden in moeilijke of onheldere omstandigheden.

Met betrekking tot het pastorale bezoekwerk is in herinnering te roepen wat door dr. W.H. Velema over het ‘huisbezoek’ is geschreven in het boek voor ouderlingen “Uit liefde tot Christus en Zijn gemeente”. Zijn uitgangspunt is, dat het Woord van God centraal Staat, zodat pastoraat niet blijft steken in intermenselijke communicatie. Dit betekent echter niet dat de mens in zijn concrete leven wordt weggedrukt. Integendeel, pastoraat geschiedt (veelal) op de wijze van het gesprek. Omdat het Woord van God het hele leven bestrijkt, raakt ook het pastoraat het hele leven. In luisteren en spreken, mag, ja moet alles wat van belang is voor geloof en leven aan de orde kunnen komen. Geen onderwerp van gesprek is uitgesloten, hoewel het wel zaak is te proberen het aangeroerde onderwerp te plaatsen in het licht van het Woord van God. Een citaat: “Het licht van het Woord laten vallen over levensmoeilijkheden, bestaansbedreiging, psychische en existentiële noden van mensen - is de hoge inzet van het pastoraat. Met deze stellingname hebben we de gedachte afgewezen dat op huisbezoek alleen ‘geestelijke zaken’ aan de orde moeten komen, terwijl de dingen van het dagelijkse leven, de zogenaamde aardse zaken, daar niet zouden thuishoren”. Even verder: “Het gaat erom het aardse leven onder de tucht van het Woord te beleven. Het gewone dagelijkse leven moet geestelijk beleefd worden. Juist dan is er alle reden om alle dingen van het dagelijks leven in het huisbezoek een plaats te geven…”. In de opsomming die volgt wordt ook ‘werk en werkloosheid’ genoemd (p. 109-110 van het genoemde boek).

Met betrekking tot het diaconaal bezoekwerk is te wijzen op hetgeen door dr. T. Brienen naar voren is gebracht in het boek over diaconaat “Zichtbare liefde van Christus”. Het gaat er om dat de diakenen de gemeente kennen, bezoeken afleggen om vertrouwen te Winnen en te ontvangen, zodat ze daadwerkelijk met ‘raad en daad’ steun kunnen verlenen. Daarbij rieht hij de aandacht ook uitgebreid op de problemen rond werkloosheid (p. 163-167 van het genoemde boek).

Wat kan er allemaal boven komen?

Al zijn we er inmiddels wel aan gewend in de kerk, dat allerlei levenssituaties aanleiding kunnen zijn voor pastorale of diaconale aandacht, toch concentreren die zich nog vaak rond ziekte en gezondheid, sterven en rouw, relaties en eenzaamheid, persoonlijke problemen en conflicten. Naast de persoonlijke relatie tot God zijn het hoofdzakelijk zaken die zich afsprelen in de persoonlijke levenssfeer, welke tot onderwerp van gesprek worden. Daar is natuurlijk niets verkeerds aan. Toch is het opmerkelijk, dat problemen die zich voordoen op grond van het functioneren in de maatschappij, minder makkelijk onderwerp van aandacht zijn. Het lijkt wel alsof daarvoor een aparte antenne moet worden ontwikkeld, terwijl toch de arbeidssituatie invloed kan hebben op het Ikeven van individuele mensen en de huishoudens waarin zij verkeren.

Arbeid (betaalde arbeid) is nog steeds ‘een eigenaardig medieijn’ in onze maatschappij. Het geeft een bepaalde zin in het leven, het struetureert tijd, het brengt sociale contacten, het verschaff een inkomen, het verleent identiteit. Allemaal dingen die, als het anders loopt van verwacht, een leven in de problemen kunnen brengen. Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen, dat aandacht daarvoor in het kerkelijk bezoekwerk niet zonder meer vanzelf spreekt. En toch speelt zich op dit vlak veel af dat aandacht verdient. In een reeks punten willen we (in willekeurige volgorde) aanstippen wat er boven kan komen, als er aandacht wordt gegeven aan de situatie zoals die door de ‘arbeid’, of juist door het ontbreken ervan, kan worden bepaald. Het is bedoeld om de gevoeligheid voor deze zaken te verhogen, zodat er meer mee kan gebeuren in het bezoekwerk dan het aan te roeren als ‘opstapje’ tot het eigenlijke werk. Het zijn zaken om bij stil te staan, en om zelf als bezoekend predikant, ouderling of diaken de gedachten over te (aten gaan: wat heeft God in zijn Woord in deze omstandigheden voor deze mensen te zeggen.

1. Vragen naar de zinvolheid van het dagelijkse (betaalde) werk. Dat kan tot een crisis leiden. Moet ik dit nog twintig jaar doen? Is het niet zinloos? Is de zin alleen het geld? Waar doe ik het voor?

2. Frustrates die samenhangen met ondergeschiktheidsgevoelens. Op je werk zeggen anderen wat je moet doen. Soms leuker, soms minder leuk. Maar je kunt in een keurslijf zitten en je afhankelijk voelen. Waar ontlaadt zich dat? Hoe ga je er mee om?

3. Teleurstelling over niet uitgekomen verwachtingen en aspiraties. Dat kan diep gaan. Vastgelopen in de loopbaan. Niet er uitgekomen wat erin zit. Het beel van zichzelf en dat anderen hadden, niet waar hebben kunnen maken.

4. Onzekerheid knaagt het meest van alles aan mensen. Wat zal de toekomst brengen? Is de baan veilig? Wat gaat het bedrijf doen? Hoe zal het met mijn zaak gaan? Komen er nieuwe regels van de overheid? Wordt er opnieuw gereorganiseerd? Veel mensen lijden onder voortdurende of steeds terugkerende onzekerheid die met hun werk samenhangt.

5. Gevoelens van achterop raken. Bij wat oudere mensen bijvoorbeeld. Je kunt het niet meer bij te wonen. Je voet je voorbij gestreefd door anderen. Jongeren (die net komen kijken) zullen het wel eens verteilen.

6. Overbelasting, die kan leiden tot overspanning. Opgelegd door anderen, of door je zelf gekozen (omdat je je zo nodig waar moet maken, of omdat het niet anders kan). Wat betekent dit voor de anderen in het gezin, in je omgeving, in de kerk?

7. Spanningen en conflicten, die samenhangen met de ethiek. Kan het wel wat er gebeurt op mijn werk? Vaak latent, soms loopt het hoog op, maar onderhuids kan het knagen. Zondags in de kerk hoor je de geboden. Eenmaal op het werk lijken andere ‘wetten’ de zaak te dicteren.

8. Onvrede met de verdeling van taken thuis. Hoe hebben man en vrouw (en kinderen) het afgesproken? Hoe is de ontwikkeling geweest? Zijn ideeën en situaties veranderd? Zijn beiden of é én van tweeën er anders tegenaan gaan kijken? Wilden ze iets dat niet mogelijk bleek? Dit kan ook urgent worden als jemand opeens ‘thuis’ komt waardoor een vertrouwd patroon wijzigt (door werkloosheid, afkeuring of pensioen).

9. Schuld- en wraakgevoelens. Als je failliet ging, of arbeidsongeschikt raakte, of werkloos werd, of op een zijspoor werd gerangeerd, kunnen allerlei negatieve gevoelens bovenkomen, die zich richten op je zelf of op anderen. Soms terecht, soms niet. In ieder geval zul je er mee om moeten leren gaan.

10. Minderwaardigheidsgevoelens, apathie, agressie. Mensen die ‘mislukt’ zijn in hun arbeidssituatie, zoals ze dat zelf ervaren of door anderen wordt aangepraat, kunnen daaronder gebukt gaan. Wat ben ik nog waard? Wat stel ik voor? Het kan leiden tot berusting en apathie, of tot opstandigheid en agressie.

11. Inkomensproblemen. Concreet kan een faillissement, een ontslag, een ongeval, of chronische ziekte leiden tot grote financiële moeilijkheden, als het inkomen is weggevallen of als het heel snel dramatisch afneemt. Nog niet zo makkelijk om daarover te praten.

12. Relatieproblemen. Het kan in een opeenstapeling van punten gaan spannen tussen man en vrouw, ouders en kinderen. Zij kijken er verschillend tegen aan, reageren frustraties op elkaar af.

13. Tijdvullingsproblemen. Hangt samen met eerder genoemde punten. Van sommigen wordt er door hun arbeidssituatie zoveel gevraagd, dat ze permanent ‘overbelast’ zijn en altijd haast lijken te hebben. Voor anderen is er zoveel tijd beschikbaar gekomen, dat de structuur gaat ontbreken en men doelloos gaat leven.

Hoe gaan we ermee om in de kerk?

Het zal erom gaan in het contact met mensen punten als bovenstaande niet te negeren, alsof ze minder belangrijk zouden zijn, bijvoorbeeld in ‘geestelijk’ opzicht. Dat is een miskenning van het feit, dat de arbeidssituatie diep kan ingrijpen in een mensenleven. Daardoor kunnen fundamentele vragen op iemand afkomen. Zeker, dat gebeurt dan op een andere manier dan als ziekte, een direct persoonlijk conflict, of de dood van een geliefde binnentreedt in ons leven. Maar het hoeft voor degene in kwestie niet minder ingrijpend te zijn, waardoor vertrouwen in het leven, zieht op God, omgaan met anderen, enorm onder druk kunnen komen te staan. Daarom is het goed als mensen met een pastorale en diaconale roeping in de kerk een antenne ontwikkelen om ook naar aanleiding van dit levensterrein tot de goede gesprekken te komen. Dit wordt nog te veel gemist, naar onze indruk in de gehele breedte van de kerken. Twee artikelen die de afgelopen jaren versehenen over de WAO binnen ons kerkelijk leven, geven getuigenis van dat gemis. We denken aan het artikel ‘Aandacht voor de arbeidsongeschikte’ van br. G. Dijkstra in het boek ‘Spanningsveld en Speelruimte’ (1994) (p. 82-88) en aan het artikel ‘De WAO op de kerkelijke agenda?!’ van br. J.J. de Graaf in Ambtelijk Contact van februari 1995 (p. 486-489).

E én en ander betekent dat er naar twee kanten een sfeer van openheid zou moeten groeien, zodat er zegen kan rusten op de ontmoetingen in de gemeente, en de Heilige Geest kan doorwerken. Dat geldt voor de mensen die ergens mee zitten. Vaak rust er voor henzelf een taboe op hun probleem. Ziek worden kan iedereen overkomen. Omgaan met de dood van een geliefde, dat gaat ook (vroeg of laat) aan niemand voor-bij. Maar overspannen worden, of failliet gaan, of werkloos worden, of een inkomensprobleem hebben, is dat niet iets van je eigen verantwoordelijkheid? Kom je met zulke dingen zo makkelijk voor de dag, ook al zijn ze (misschien onderhuids) nog zo problematisch voor je? Om daarin openheid te betrachten, zal ook van de andere kant (vanuit de kerk, om het zo te zeggen) openheid dienen te bestaan. Het moet duidelijk zijn, dat de genoemde Problemen door de domin ée, de ouderling of de diaken als wezenlijke punten van aandacht gezien worden. Om dat te bereiken is het van belang dat dezen zich van tijd tot tijd laten informeren en zich ook verdiepen in de actuele problemen op het gebied van de arbeid. Via het materiaal van Kerk en bedrijfsleven en andere organisaties (GMV, RMU, CNV, Interkerkelijk Arbeidspastoraat) is er voldoende voorhanden om er in kerkeraadsverband eens een stukje bezinning aan te wijden.

Het gaat erom dat de ambtelijke bezoekwerkers in de kerk (pastoraal en diaconaal) een antenne hebben voor waar mensen echt mee zitten, zodat ze serieus op hun problemen in zullen gaan. Er kan aandacht zijn in directe zin, bijvoorbeeld als zich een ‘catastrofe’ voordoet (ontslag, faillissement). Dan kunnen mensen gewoon benaderd worden met de aandacht die ze in zo’n situatie verdienen. Maar ook kan het geboden zijn een indirecte benadering te kiezen door te zorgen dat de drempel laag is. Bij het vermoeden van een problematische situatie kunnen in een gesprek kansen voor open doel worden gegeven. Men kan laten merken, dat men een open oog heeft voor de arbeidsen inkomenskant van het leven. Als blijkt dat mensen zelf daar dan toch niet op ingaan, is dat hun keuze. In ieder geval moet de mogelijkheid er binnen de kerk bestaan ermee naar voren te komen en er samen met anderen over te praten.

Het is daarom ook goed van tijd tot tijd thema’s die met arbeid samenhangen, in een breder verband aan de orde te laten komen in de kerk: in de eredienst, in prediking en voorbede, in het toerustingswerk in de gemeente, in de catechese enz. Ook dat werkt drempelverlagend. Als bijvoorbeeld uit een preek of een gebed in de kerk blijkt, dat jouw probleem onderkend wordt, durf je er ook eerder mee naar de dominee te stappen of naar een ouderling of diaken.

Namens deputaten Kerk en bedrijfsleven,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.