+ Meer informatie

E. DEPUTAATSCHAPPEN EN COMMISSIES

25 minuten leestijd

1. EMERITIKAS

De synode besloot:

deputaten op te dragen een PR-deskundige in te schakelen voor een regelmatige en heldere communicatie naar de kerken.

2. DE THEOLOGISCHE UNIVERSITEIT

2.1 het curatorium

De synode besloot:

1. goedkeuring te hechten aan de wijziging in de AIO-regeling, nl. dat voortaan niet alleen admissiale studenten in aanmerking komen voor een AIO-plaats;

2. het curatorium toestemming te verlenen om bij het afnemen van de M2-examens te volstaan met de aanwezigheid van een delegatie, volgens de in het rapport gedane voorstellen;

3. goedkeuring te hechten aan de voortgang van de contacten met de Theologische Universiteit van de Geref. Kerken (vrijg.);

4. de formele relatie tussen het curatorium en de redactie van ‘De Wekker’ te beëindigen door een nieuwe instructie voor de redactie vast te stellen;

5. een generaal-synodale beroepsinstantie in te stellen ten behoeve van het werk van de klachtencommissie van deTheologische Universiteit Apeldoorn en de klachtencommissie inzake misbruik van pastorale en andere kerkelijke gezagsrelaties.

2.2 curatorium en deputaten-financieel

De synode besloot:

1. de wenselijkheid uit te spreken dat het curatorium en deputaten-financieel voor de Theologische Universiteit worden samengevoegd tot één deputaatschap;

2. het curatorium en deputaten-financieel voor de Theologische Universiteit de consequenties daarvan te laten onderzoeken en daartoe voorbereidingen te treffen;

3. het curatorium en deputaten-financieel voor de Theologische Universiteit op te dragen een nieuw reglement voor te bereiden ter vervanging van het reglement voor de Theologische Universiteit (bijl. 8 K.O.) en de instructie voor deputaten-financieel voor de Theologische Universiteit (bijl. 9 K.O.);

4. het curatorium en deputaten-financieel voor de Theologische Universiteit te verzoeken hun rapporten voor de generale synode van 2007 zoveel mogelijk met elkaar in verband te brengen en gezamenlijk te rapporteren over de opdrachten genoemd onder 2 en 3.

2.2 studiefonds

De synode besloot:

1. uit te spreken dat het volledige vermogen van het studiefonds gereserveerd dient te blijven voor ondersteuning van oudere studenten die predikant wensen te worden;

2. goedkeuring te verlenen aan de samenvoeging van het studiefonds en het stimuleringsfonds tot één deputaatschap dat het financieel steunen van oudere admissiale studenten en studerende/promoverende predikanten aan de TUA behartigt, waarbij beide fondsen gescheiden worden beheerd;

3. de naam van het deputaatschap te wijzigen in: ‘deputaten studie- en stimuleringsfonds’;

4. deputaten opdracht te geven onderzoek te doen naar de reden waarom er weinig gebruik van het studiefonds wordt gemaakt, daarover te rapporteren aan de volgende generale synode en zonodig daarover voorstellen tot wijziging aan deze synode te doen;

5. deputaten opdracht te geven een regeling op te stellen voor de uitvoering van het stimuleringsfonds, met als uitgangspunt het besluit tot instellen van een stimuleringsfonds, Acta generale synode 1995, art. 141 (pagina 72) en voorstellen hiervoor te doen aan de volgende generale synode.

3. KERK EN ISRAËL

De synode besloot:

1. deputaten op te dragen in overleg met de kerken van Groningen en Zierikzee tot een oplossing te komen ten aanzien van het nog langer fungeren als zendende kerken; wat Groningen betreft zal drs. H.M. van der Vegt daarbij betrokken dienen te worden;

2. deputaten op te dragen zich te bezinnen op de band van drs. C. J. Rodenburg aan een gemeente, mogelijk conform de relatie van dr. B. van den Toren en de gemeente te Gorinchem;

3. de goedkeuring ‘in principe’ voor de samenwerking in de CIS om te zetten in een definitieve goedkeuring.

4. DE BUITENLANDSE ZENDING

De synode besloot:

1. de benoeming van de tweede parttimesecretaris, ds. G. Drayer, goed te keuren. Deze functie vervalt wanneer een nieuwe algemeen secretaris wordt benoemd;

2. deputaten op te dragen alsnog uitvoering te geven aan besluit 27 van de generale synode 2001 inzake de buitenlandse zending (Acta 2001 art. 138);

3. deputaten toestemming te geven lid te worden van de Nederlandse Zendingsraad en van de activiteiten van de NZR op de komende synode uitvoerig verslag te doen;

4. goedkeuring te verlenen aan de repatriëring van ds. en zr. G. Huisman;

5. goedkeuring te verlenen aan de repatriëring van drs. en zr. W. van ‘t Spijker per 1 januari 2005;

6. goedkeuring te verlenen aan de repatriëring van drs. en zr. J. van ‘t Sprjker per 1 januari 2005;

7. goedkeuring te verlenen aan de benoeming van ds. en zr. G. Vos tot zendingsechtpaar voor het werk in Mozambique;

8. goedkeuring te geven aan het beëindigen van de status van zendende gemeente van de kerk van Enschede-O;

9. goedkeuring te geven aan het beëindigen van de status van zendende gemeente van de kerk van Zwijndrecht na repatriëring van de fam. J. van ‘t Spijker;

10. goedkeuring te geven aan het beëindigen van de status van zendende gemeente van de kerk van Stadskanaal na beëindigen van de werkzaamheden van drs. W. van ‘t Spijker;

11. goedkeuring te geven aan het verlenen van de status van zendende gemeente aan de kerk van Assen;

12. goedkeuring te verlenen aan de benoeming van alle in dit rapport genoemde nieuwe bijzondere zendingswerkers;

13. het ‘Kemitraan’ goed te keuren;

14. het beleid van deputaten ten aanzien van de studie van ds. Abialtar Pappalan goed te keuren;

15. in te stemmen met verdere steun aan de Gereja Toraja Mamasa op basis van gezamenlijk vastgestelde projecten op het terrein van zending en toerusting;

16. het instellen van de Commissie NEVEFMA binnen de Vendakerken goed te keuren;

17. ruimte te geven aan deputaten om op behoedzame wijze ook contacten te leggen met andere kerken binnen de Synode Soutpansberg en op de volgende generale synode daarover met voorstellen te komen;

18. goedkeuring te hechten aan het sluiten van een overeenkomst met de GKK per 1 januari 2005 over de periode na de repatriëring van de laatste zendingswerker;

19. goedkeuring te hechten aan het — in overleg met deputaten HBB — verlenen van steun aan het project MCDC;

20. de financiële ondersteuning van de Gereformeerde Kerk van D’kar ten aanzien van ds. H.J.M. du Plessis niet te continueren;

21. de plannen tot het opzetten van een eenvoudige bijbelschool binnen de Reformed Church of Botswana te ondersteunen;

22. subsidie te blijven geven voor het verstrekken van bijbels en lesmateriaal;

23. goedkeuring te verlenen aan het besluit de container op het woonerf van drs. Van ‘t Spijker geheel in eigendom te nemen;

24. goedkeuring te verlenen aan het besluit pastor Mala gelegenheid te geven zijn theologische studie te continueren;

25. goedkeuring te verlenen aan het voorstel een tweede-niveau-opleiding in Mocuba op te starten, onder meer inhoudende de exploitatie van de nieuw te bouwen school en daarvoor de benodigde middelen te genereren;

26. goedkeuring te verlenen aan het besluit de ondersteuning van dit project te continueren vanwege de moeizame start ervan;

27. goedkeuring te verlenen aan het besluit om de fam. Van den Toren gelegenheid te geven zomer 2005 te repatriëren;

28. goedkeuring te verlenen aan het voorstel dr. Van den Toren parttime ter beschikking te blijven stellen aan de FATEB met het oog op het promotieprogramma;

29. goedkeuring te verlenen aan de benoeming van zr. Van den Toren-Lekkerkerker tot zendingswerker;

30. het werk dat ds. A. van der Maarl via de IFES doet, te steunen;

31. goedkeuring te verlenen aan het voorstel de vaste kosten van het werk in Siberië uit de algemene middelen te betalen;

32. deputaten de mogelijkheid te geven een langdurige verbintenis aan te gaan met zendingswerkers op voorwaarde dat binnen de begroting daarvoor ruimte gevonden wordt.

5. DE EVANGELISATIE

De synode besloot:

1. het lidmaatschap van de Evangelische Alliantie te wijzigen. Voortaan zal het evangelisatieadviescentrum lid zijn van de Evangelische Alliantie;

2. deputaten op te dragen zich te bezinnen op de wezenlijke plaats van de prediking in het kader van het missionaire werk in het algemeen en in het kader van de visieomschrijving in het bijzonder en het resultaat hiervan op te nemen in het visiedocument. Daarna kan het visiedocument onder de kerken verspreid worden;

3. deputaten op te dragen door middel van een algemene brief de kerken te wijzen op evangelisatiemateriaal dat vanuit andere kerken verschijnt en dat naar inhoud en werkwijze bruikbaar is in onze kerken;

4. deputaten evangelisatie op te dragen met betrekking tot evangelische stromingen een inventarisatie, rubricering naar onderwerp en bundeling van bijbels verantwoord studiemateriaal, dat binnen de gereformeerde gezindte beschikbaar is, te maken en die de kerken aan te bieden met het verzoek over de invloed van de evangelische stromingen in de gemeente te spreken;

5. deputaten op te dragen de generale synode van 2007 te dienen met een evaluatie aangaande de regeling van de zendingsgemeenten en de evangelist naar artikel 4 K.O.;

6. deputaten op te dragen het rapport “Gelijkschakelen of inschakelen” aan de kerken ter beschikking te stellen, met inachtneming van de wijzigingen die voortvloeien uit de besluitvorming van de synode;

7. deputaten opdracht te geven, afhankelijk van een positieve evaluatie van diens werkzaamheden, dr. S. Paas ingaande per 1 september 2005, na een eerste diensttijd van 6 jaar, voor onbepaalde tijd te benoemen en br. A. Dingemanse ingaande 1 oktober 2005, na een eerste diensttijd van 3 jaar, voor een periode van opnieuw drie jaar te benoemen.

6. RADIO- EN TELEVISIEDIENSTEN

De synode besloot:

1. deputaten op te dragen de volgende synode een voorstel tot instructie ter goedkeuring aan te bieden;

2. deputaten op te dragen de kerken te informeren over de mogelijkheden om via de lokale omroep en internet het evangelie uit te dragen.

7. DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN DE VARENDEN

De synode besloot:

1. deputaten op te dragen de volgende generale synode een overzicht aan te bieden waardoor inzicht gegeven wordt in de ontwikkeling dat schippers een huis aan de wal kopen;

2. deputaten op te dragen in de kerken aandacht te vragen voor de speciale zorg die schipperskinderen in het pastoraat, zowel op jongere als op latere leeftijd (huwelijk), dienen te ontvangen door middel van het geven van voorlichting over de specifieke moeilijkheden die deze kinderen kunnen hebben.

8. DE GEESTELIJKE VERZORGING VAN DE MILITAIREN

De synode besloot:

1. deputaten te verzoeken zich te oriënteren op de mogelijkheden om bredere contacten te oefenen dan alleen met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken, waaronder met het deputaatschap voor militairen binnen de Gereformeerde Gemeenten;

2. deputaten toestemming te verlenen om, indien mogelijk, aan de Theologische Universiteit Apeldoorn eens per jaar een niet-facultatief uur voorlichting te geven inzake deze vorm van categoriaal pastoraat.

9. KERKJEUGD EN ONDERWIJS

De synode besloot:

1. deputaten opdracht te geven tot het bevorderen van het gesprek tussen de beide jeugdwerkorganisaties over de visie op het jeugdwerk;

2. deputaten op te dragen zich samen met de jeugdwerkorganisaties te bezinnen op het werk van deze organisaties, hun eigenlijke taak, een eventuele uitbreiding daarvan en de daaraan verbonden financiële consequenties. Bij eventuele uitbreiding van de taak moet de verhouding tussen deputaten en de jeugdwerkorganisaties opnieuw worden vastgesteld;

3. opdracht te geven aan deputaten tot het doen van voorstellen aan de volgende generale synode met betrekking tot objectieve criteria voor het vaststellen van de bijdragen aan de CGJO en het LCJ;

4. opdracht te geven aan deputaten tot het ontwikkelen van initiatieven om te komen tot regionale bijeenkomsten voor kerkleden die betrokken zijn bij het onderwijs;

5. deputaten op te dragen een inhoudelijk leerplan voor opvoeding en vorming te maken wanneer na een gehouden onderzoek de wenselijkheid en haalbaarheid van het opstellen van een dergelijk leerplan is gebleken;

6. deputaten op te dragen de visie op het jeugdwerk zoals neergelegd in hun werkdocument ‘Jeugdwerk binnen de Christelijke Gereformeerde kerken’ verder uit te werken, waar nodig te herzien en aan te bieden aan de kerken.

10. HET PASTORAAT IN DE GEZONDHEIDSZORG

De synode besloot:

1. deputaten op te dragen het overzicht catechesemateriaal voor verstandelijk gehandicapten verder gereed te maken voor publicatie, zowel digitaal als door middel van een folder en er zorg voor te dragen dat de kerken hiervan in kennis gesteld worden;

2. deputaten op te dragen in contact te treden met deputaten diaconaat inzake de ontwikkelingen die de WMO met zich mee zal brengen, omdat na eventuele invoering van deze wet er taken nadrukkelijk bij de kerken komen te liggen;

3. deputaten te verzoeken blijvend een actief beleid te voeren ter vervulling van vacatures in de gezondheidszorg vanuit de reformatorische kerken en de plaatselijke kerkenraden er op te wijzen dat hier juist voor hen een taak ligt;

4. deputaten op te dragen voort te gaan met de bezinningsavonden en themadagen, omdat deze in een duidelijke behoefte blijken te voorzien en op die wijze ook blijvende aandacht gegeven wordt aan de veelomvattende problematiek die werken in de gezondheidszorg met zich meebrengt.

11. ALGEMEEN DIACONALE EN MAATSCHAPPELIJKE AANGELEGENHEDEN/HULPVERLENING IN BINNEN-EN BUITENLAND

De synode besloot:

1. de deputaatschappen ADMA en hulpverlening binnen- en buitenland samen te voegen tot een nieuw deputaatschap diaconaat;

2. gelet op de uitkomst van de evaluatie van de besluitvorming van de classes ten aanzien van de afvaardiging van de diakenen naar een classisvergadering, uit te spreken dat elke classis er zorg voor zal dragen dat er op haar vergaderingen minimaal drie diakenen aanwezig zijn;

3. deputaten op te dragen zo veel mogelijk terughoudendheid te betrachten met het adviseren van gemeenten om bijdragen rechtstreeks aan goede doelen over te maken, teneinde het zicht op de gemaakte kosten en de binnengekomen giften niet uit het oog te verliezen;

4. deputaten op te dragen voort te gaan met het onderhouden van contacten met het generaal diaconaal deputaatschap van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

12. KERKORDE EN KERKRECHT

De synode besloot:

1. a. deputaten op te dragen een handleiding voor de kerkelijke tuchtprocedure samen te stellen;

b. deputaten op te dragen m.b.t. de appèlprocedure duidelijk(er) aan te geven waar een appèl aan moet voldoen en welke termijn in acht genomen moet worden;

c. deputaten op te dragen te bevorderen dat bij kerkelijke besluiten wordt aangegeven binnen welke termijn in appèl kan worden gegaan, dan wel dat in een openbare bekendmaking in de kerkelijke pers deze termijn wordt gepubliceerd;

2. deputaten op te dragen de volgende generale synode te dienen met een voorstel hoe kerkenraden dienen te handelen als samenwonenden kerkelijke bevestiging van hun huwelijk aanvragen;

3. deputaten opnieuw op te dragen zich te bezinnen op de rechtspositie van predikanten;

4. deputaten een studieopdracht te verlenen inzake de kerkrechtelijke positie van repatriërende predikanten die niet binnen redelijke tijd een beroep ontvangen;

5. deputaten onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid, dat losgemaakte predikanten voor een bepaalde periode aan een gemeente verbonden kunnen worden;

6. deputaten op te dragen aan de hand van bestaande regelingen een definitieve kerkrechtelijke regeling te ontwerpen voor gemeenten die overwegen samen te gaan of samen het beroepingswerk ter hand zullen nemen;

7. deputaten op te dragen een nieuwe uitgave van de K.O. voor te bereiden en te doen uitgeven, eventueel in tijdelijke vorm op zo kort mogelijke termijn;

8. deputaten op te dragen zich te bezinnen op de tekst van art. 31 K.O., voorzover dat artikel spreekt over het indienen van een revisieverzoek, toegespitst op de vraag wanneer iemand kennis kan nemen van het besluit;

9. deputaten opdracht te geven duidelijkheid te verschaffen over de positie van de diakenen op de meerdere vergaderingen met name waar het zaken van opzicht en tucht betreft;

10. deputaten een studieopdracht te verlenen om na te gaan of het mogelijk is een predikant in deeltijd te beroepen die tevens een werkkring heeft die niet direct verbonden is aan het predikantschap.

13. HET CONTACT MET DE OVERHEID

De synode besloot:

1. deputaten op te dragen opnieuw de brochure ‘Het huwelijk nader bekeken’ uit te geven, waarbij ook de ‘Handreiking voor het omgaan met het verschijnsel samenwonen’ is gevoegd;

2. deputaten op te dragen het overzicht inzake huwelijk en seksualiteit aan alle kerkenraden toe te zenden en er voor zorg te dragen dat dit overzicht bij het dienstenbureau te Veenendaal beschikbaar is voor belangstellenden.

14. DE VERTEGENWOORDIGING VAN DE KERKEN

De synode besloot:

- t.a.v. het werk van de generale synode:

1. de opstart van de synode te verbeteren door:

a. de roepende kerk te vragen direct na het bekend worden van de samenstelling van de generale synode de afgevaardigden er op te wijzen dat ze de hele maand september beschikbaar dienen te zijn voor commissiewerk;

b. de roepende kerk te vragen in de eerste twee weken na de opening van de synode 3 of 4 dagen te plannen voor commissievergaderingen, deze data tijdig door te geven aan de afgevaardigden en tevens een locatie voor deze vergaderingen vast te leggen;

c. in de eerste zittingsweek de bespreking van een aantal ‘grote’ rapporten te plannen en dat tijdig door te geven aan de betrokken commissies;

2. de omvang van de stukken, die de synode worden aangeboden, te doen beperken door deputaatschappen en commissies beknopter, zakelijker en meer op hoofdlijnen te laten rapporteren. De roepende kerk kan op verzoek van deputaten vertegenwoordiging een jaar voor de opening van de generale synode alle deputaatschappen vragen vooral beknopt, zakelijk en op hoofdlijnen te rapporteren en zich te beperken in het aantal bijlagen;

3. het eerste voorlopige overleg tussen moderamen en samenroepers/rapporteurs van de commissies, dat plaatsvindt op de openingsdag van de synode, te laten volgen door een nader overleg op de eerste dag van de commissievergaderingen. Op dat moment hebben commissies meer zicht op de taak die hen te wachten staat en kan het moderamen beter sturing geven aan een planning voor het synodewerk; in dit overleg zal benadrukt worden dat de rapporten grondig bestudeerd en besproken worden en dat er zorgvuldig met de deputaatschappen wordt gecommuniceerd;

4. de voortgang van de plenaire vergadering te dienen door:

a. eerder aan te dringen op overleg tussen commissie en deputaten (of commissies onderling), als uit de voorstellen en/of de bespreking duidelijk verschil van mening blijkt;

b. enige terughoudendheid te betrachten in het doen van toezeggingen aan deputaatschappen en/of bonden om aan hun wensen inzake planning van de agenda tegemoet te komen.

- t.a.v. de positie van de preadviseurs:

1. de hoogleraren zijn als adviseurs zo mogelijk voltallig aanwezig bij de eerste zitting van de synode;

2. na deze zitting nemen zij met het moderamen deel aan de vaststelling van de agenda;

3. hoogleraren nemen als adviseur deel aan het werk van de commissies; in overleg met de samenroeper wordt bepaald op welke wijze de hoogleraar de commissie van advies dient en welke commissievergadering hij bijwoont;

4. voorafgaand aan elke zittingsweek bepaalt het moderamen bij welke agendapunten de aanwezigheid van een hoogleraar gewenst is; het moderamen geeft dit door aan het college van hoogleraren dat vervolgens de aanwezigheid van een hoogleraar regelt, zo mogelijk rekening houdend met het vakgebied van de hoogleraren;

5. de hoogleraar die conform 4 aanwezig is neemt plaats achter de moderamentafel; hij dient de vergadering op verzoek van de preses van advies.

6. wanneer een rapport aan de orde komt waaraan een hoogleraar op een of andere wijze zijn medewerking heeft verleend, zal deze hoogleraar worden uitgenodigd om achter de moderamentafel plaats te nemen;

7. in alle andere gevallen kunnen hoogleraren aanwezig zijn, maar zij nemen niet plaats achter de moderamentafel. Om de schijn van meeregeren te vermijden nemen zij plaats achter een speciale tafel voor de hoogleraren. Zij worden niet meer om advies gevraagd, al houden ze wel het recht daartoe. Ze zullen daar evenwel terughoudend gebruik van maken;

8. bij de vergaderingen van het moderamen zijn de hoogleraren niet aanwezig, tenzij op verzoek van het moderamen omdat er een zaak aan de orde is die de inbreng van één of meerdere hoogleraren wenselijk maakt.

- algemeen:

1. deputaten op te dragen de voorbereiding en werkwijze van de synode van 2004 te evalueren, te bezien of het huishoudelijk reglement aangepast moet worden en daarover evt. voorstellen te doen aan de synode van 2007;

2. deputaten op te dragen aan deputaten kerkorde en kerkrecht aan te geven welke besluiten van de generale synode van 2004 in de kerkorde dienen te worden opgenomen;

3. deputaten op te dragen om samen met het college van hoogleraren de afspraken over de plaats van de hoogleraren ter synode te evalueren, te bezien of het huishoudelijk reglement moet worden aangepast en daarover evt. voorstellen te doen aan de synode van 2007;

4. deputaten op te dragen om zich nader te bezinnen op de regels die tot nu toe gelden voor het indienen van voordrachten voor vacatures in synodale commissies en deputaatschappen, daarover aan de generale synode van 2007 te rapporteren en eventueel voorstellen te doen.

15. HET LANDELIJK KERKELIJK BUREAU

De synode besloot:

1. het deputaatschap LKB als volgt samen te stellen:

a. een door de generale synode in functie benoemde voorzitter;

b. een door de generale synode in functie benoemde secretaris;

c. een door de generale synode in functie benoemde penningmeester;

d. de generale synode benoemt uit de deputaten van ieder op het landelijk kerkelijk bureau kantoorhoudend deputaatschap een deputaat LKB, niet zijnde de voorzitter, de secretaris, de penningmeester of een op het bureau werkzame medewerker van het betreffende deputaatschap;

e. de directeur van het bureau is ambtshalve aanwezig bij de vergaderingen van deputaten LKB;

2. deputaten op te dragen hun instructie zonodig aan te passen en deze ter goedkeuring aan de generale synode van 2007 aan te bieden. Uitgangspunten bij deze activiteit zijn:

• de gehele dienstenorganisatie -betrokken deputaatschappen en het dienstenbureau-is één organisatie ten dienste van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland;

• ieder deputaatschap heeft zijn eigen verantwoordelijkheid bij het opstellen, uitwerken en uitvoeren van het eigen beleids- en activiteitenplan;

• de te maken afspraken inzake uit te voeren activiteiten zullen niet strijdig zijn met de organisatie als geheel;

3. het besluit van de synode 2001 inzake deputaten LKB met betrekking tot de website nogmaals onder de aandacht van deputaten te brengen en hen met klem te verzoeken dit besluit voor de synode van 2007 uit te voeren en daarover te rapporteren;

4. deputaten op te dragen bijlage 38 K.O. te herzien en te zorgen voor een regelmatige actualisering en daarover te rapporteren aan de komende synode;

5. de bureauhoudende deputaatschappen geen onderzoek te laten doen naar eventuele samenvoeging van die deputaatschappen;

6. de Acta van de synode op internet te plaatsen, mits de kosten binnen het budget voor het onderhouden van de website vallen;

7. de bestuurscommissie op te heffen.

16. DE KERKELIJKE ARCHIEVEN

De synode besloot:

1. de kerk van Rotterdam-Centrum hartelijk te bedanken voor haar functie van archiefbewarende kerk gedurende vele jaren;

2. aan de diverse deputaatschappen op te dragen hun archiefstukken die betrekking hebben op hun arbeid vóór de synode van 1998 voor 1 september 2006 aan het synodale archief over te dragen;

3. deputaten toestemming te geven om toekomstig beleid inzake dienstverlening, huisvesting, website en public relations te onderzoeken;

4. akkoord te gaan met het Streekarchief Rijnstreek in Woerden als verantwoorde archiefbewaarplaats voor het archief na 1980;

5. deputaten op te dragen de volgende synode een meerjarenplan voor de inventarisatie van het archief ter goedkeuring voor te leggen.

17. EREDIENST

De synode besloot:

1. de twee concept-doopformulieren en het concept-huwelijksformulier als zodanig vast te stellen (met inachtneming van alle voorgestelde wijzigingen zoals aangegeven in de commissierapporten van de synode);

2. deputaten op te dragen:

a. deze concept-formulieren in de vorm van een ‘proeve’ toe te zenden aan de kerkenraden;

b. de kerkenraden te verzoeken om hun reactie te geven op deze formulieren;

c. in hun rapportage aan de generale synode 2007 van deze reacties verslag te doen;

3. deputaten op te dragen overeenkomstig het besluit van de generale synode 2001 (Acta art. 254) verder te werken aan het opstellen van nieuwe formulieren;

4. deputaten op te dragen alle zaken die samenhangen met de bundel Schriftberijmingen te behartigen;

5. deputaten op te dragen de studie naar de samenhang tussen de huidige cultuur en de liturgie voort te zetten in samenwerking met andere daartoe geëigende deputaatschappen en/of commissies binnen het geheel van de gereformeerde gezindte (waaronder in ieder geval het deputaatschap eredienst van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt);

6. inzake art. 69 K.O. het volgende besluit te nemen:

De generale synode,

kennis genomen hebbend van

1. het rapport van deputaten eredienst alsmede het corresponderende rapport van de synodale commissie;

2. de eerder genomen besluiten en de daaraan ten grondslag liggende rapporten vanaf de generale synode van 1980 inzake het kerkelijk lied;

constaterend

1. dat alle voor 1998 genomen besluiten inzake het kerkelijk lied niet die eenheid hebben gebracht waarop men gehoopt had;

2. dat de besluiten van de synoden van 1998 en 2001 inzake het kerkelijk lied werden genomen met de intentie een laatste poging te doen om een uitweg te zoeken in de onbevredigende situatie rondom het functioneren van art. 69 K.O.;

3. dat uit de enquête van deputaten blijkt dat inzake het kerklied de meerderheid van de kerken zich niet houdt aan de synodale bepalingen, met name vanuit de overtuiging dat de liedkeus behoort tot de vrijheid van de plaatselijke kerken;

overwegend

1. dat op de generale synode van 1980 inzake het kerkelijk lied uitgesproken is dat de Heilige Schrift het zingen van liederen die niet rechtstreeks berijmde Schriftgedeelten zijn niet verbiedt, noch gebiedt;

2. dat het de roeping van de kerken is om ook in het kerkelijk lied de kerken bij het Woord te bewaren;

3. dat de Psalmen een geheel unieke plaats innemen, zoals ook blijkt uit de vele citaten uit het boek der Psalmen in het Nieuwe Testament;

4. dat de geschiedenis van de kerken laat zien dat ook via zogenaamde vrije liederen allerlei dwaalleer de kerken is binnen gekomen;

5. dat het calvinistisch beginsel is dat in het kerklied de Schrift zelf aan het woord komt;

6. dat al heel lang eenparigheid inzake het kerkelijk lied ontbreekt;

7. dat weliswaar van het huidige standpunt ten aanzien van het kerkelijk lied, zoals dat verwoord wordt in art. 69 K.O, nog nooit is aangetoond dat dit tegen de Schrift of de confessie ingaat en dat dit daarom als hoofdlijn gehandhaafd kan blijven;

8. dat echter in de gereformeerde traditie er ook een zijlijn is waaruit blijkt dat wel een plaats werd gegeven aan het vrije lied, vanuit de overtuiging dat schriftuurlijke gezangen de mogelijkheid bieden het heil dat God in Jezus Christus heeft geschonken te bezingen in woorden geput uit héél de Schrift;

van oordeel

1. dat in het licht van het rapport van deputaten eredienst het aanbieden van een selectie liederen geen uitkomst kan bieden in de ontstane situatie;

2. dat het zondermeer vrijgeven van het vrije lied binnen onze kerken een breuk betekent met onze eigen kerkgeschiedenis en gevaren in zich bergt voor het geestelijk welzijn van de kerken;

3. dat prediking en kerklied niet los van elkaar staan en dat daarom de keuze van kerkliederen in de praktijk ook iets blijkt te zeggen over de inhoud van de prediking;

4. dat elke oplossing in de impasse waarin onze kerken inzake het kerklied terecht is gekomen een schijnoplossing is zonder de erkenning dat het om een geestelijk probleem gaat:

5. dat de generale synode geroepen is om geestelijke leiding te geven om uit deze impasse te geraken;

spreekt uit

1. dat de Psalmen van onschatbare waarde zijn.

2. dat de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland het ‘vrije lied’ weliswaar toestaan (de Schrift verbiedt het niet), maar niet voorstaan (de Schrift gebiedt het niet);

3. dat het te betreuren is dat:

a. kerkenraden zich niet hebben gehouden aan het gestelde in art. 69 K.O.

b. het besluit van 1983 om de voorgestelde bundel niet vrij te geven geen recht blijkt te hebben gedaan aan wat beoogd werd, namelijk de eenheid der kerken;

4. Dat kerkenraden die andere geestelijke liederen laten zingen dan berijmde schriftgedeelten erop hebben toe te zien dat die liederen in overeenstemming zijn met Schrift en belijdenis;

besluit

1. De tekst van art. 69 K.O. als volgt te wijzigen:

In de eredienst zullen in principe de Psalmen gezongen worden, alsmede de berijmde schriftgedeelten door de generale synode vastgesteld.

a. Onder eenberijmd schriftgedeelte wordt verstaan de berijming van een aaneengesloten passage uit de Heilige Schrift. Tot de bedoelde berijmde schriftgedeelten behoren de door de synoden van 1959, 1974 en 1989 vastgestelde liederen:

1. De Lofzang der engelen (1959);

2. Uit het Liedboek voor de kerken de nummers: 8, 13b, 14, 21, 25: 1–8, 26, 27, 43, 65, 66, 67, 68, 78, 89, 90, 96, 107, 114 en 115 (1974);

3. De liederen in de bundel “Schriftberijmingen. Proefbundel voor de Christelijke Gereformeerde Kerken”, Buijten & Schipperheijn 1987 (1989);

4. De door deputaten aangeboden nieuwe liederen naar Genesis 17:7 en Lucas 22:15–20 (1989).

b. Voor andere liederen gelden de volgende criteria:

1. de liederen moeten het heilshandelen van God zodanig vertolken dat zij met het geheel van Gods heilsopenbaring in overeenstemming zijn en van de Geest der Schriften doordrenkt zijn;

2. de liederen moeten confessioneel verantwoord zijn;

3. de liederen moeten liturgisch verantwoord zijn;

4. de liederen moeten literair en muzikaal op niveau zijn. (vgl. Acta 1983, bijlage 46, p. 211);

2. deputaten op te dragen zich — met behulp van het gestelde in punt 7 bijlage 46 Acta 1983 en m.b.v. de door de synodale commissie gegeven aanzet — verder te bezinnen op nadere concretisering van criteria waaraan een kerkelijk lied in het licht van Schrift en belijdenis dient te voldoen om zo een handreiking te bieden ter beoordeling van liederen, en daarvan verslag te doen aan de generale synode 2007;

3. in het reglement voor de kerkvisitatie (bijlage 25 K.O, onder I vraag 13) op te nemen dat ook over het kerklied gesproken dient te worden in het licht van de onder 1. en 2. genoemde besluiten, en wel als volgt:

a. Indien u in de eredienst andere liederen zingt dan alleen Psalmen en berijmde schriftgedeelten,vindt er dan regelmatig toetsing plaats van bestaande en nieuwe liederen aan de hand van de in art. 69 K.O. genoemde criteria.

b. Hoe waakt u erover dat in de eredienst het principe tot uitdrukking komt dat de Psalmen en berijmde Schriftgedeelten prioriteit hebben boven andere liederen?

18. KLACHTENCOMMISSIE INZAKE MISBRUIK VAN PASTORALE EN ANDERE KERKELIJKE GEZAGSRELATIES

De synode besloot:

1. de commissie enige taakverlichting te geven door:

a. haar uit te breiden met twee leden, zo mogelijk uit de particuliere synoden van het Noorden en Zuiden, met specifieke deskundigheid (jurist met zittingservaring, deskundige op het gebied van seksueel misbruik);

b. aan haar toestemming te verlenen zich door enkele secretariële medewerkers te laten ondersteunen;

2. toestemming te verlenen om via deputaten ADMA financieel bij te dragen in het fonds van de stichting die het Meldpunt officieel en onafhankelijk maakt;

3. een generaal-synodale beroepsinstantie in te stellen ten behoeve van het werk van de klachtencommissie van deTheologische Universiteit Apeldoorn endeklachtencommissie inzake misbruik van pastorale en andere kerkelijke gezagsrelaties.

19. VERTROUWENSCOMMISSIE PREDIKANTEN

De synode besloot:

1. de vertrouwenscommissie op te dragen:

a. predikanten en/of kerkenraden op hun verzoek pastorale bijstand en advies te verlenen;

b. vertrouwelijk verslag te doen van haar werkzaamheden aan de generale synode;

2. de commissie toe te staan deskundigen ter advisering in te schakelen indien zij zulks nodig acht.

3. uit te spreken dat de vertrouwenscommissie uitsluitend verantwoording schuldig is aan de generale synode en niet aan andere kerkelijke vergaderingen, waarbij — indien nodig — vertrouwelijke informatie uitsluitend gegeven wordt aan het moderamen;

4. de commissie op te dragen:

a. zich verder te bezinnen op mogelijke oorzaken van problemen in de verhouding tussen gemeente, kerkenraad en predikant en die oorzaken te inventariseren;

b. zich verder te bezinnen op de vraag hoe genoemde problemen kunnen worden voorkomen;

c. de generale synode 2007 voorstellen te doen of en zo ja, hoe de kerken met deze bezinning gediend kunnen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.