+ Meer informatie

450 jaar Nederlanders op Deens eiland

Beatrix en Claus bezoeken Amager

7 minuten leestijd

Prinses Beatrix en prins Claus brengen vandaag een bezoek aan het Deense eiland Amagar, ten zuiden van Kopenhagen, Het prinselijk paar hoopt een gedeelte van de feestelijkheden bij te wonen ter gelegenheid van het feit dat zich hier 450 jaar geleden op verzoek van koning Christiaan II, tweehonderd Nederlandse boeren vestigden uit de omgeving van Hoorn. Het was de bedoeling dat deze boeren de Deense land- en tuinbouw tot bloei moesten brengen.

In juli 1521 reisde de Deense koning Christian II, die heerser was over de drie Scandinavische landen naar Nederland teneinde zijn zwager keizer Karel V te ontmoeten. Gedurende deze politieke familiebijeenkomst slaagde Christian erin een miljoen Kronen, eenvijfde deel van de bruidsschat van zijn vrouw, Isabella van Oostenrijk, uitbetaald te krijgen. Bovendien kreeg hij het leenrecht over Holstein, met Hamburg en Lübeck. 

Sigbrit Villoms

De koning bezat toen reeds een diepgaande belangstelling voor Nederland, voornamelijk vanwege zijn contacten met een Hollands meisje Duiveke en haar moeder Sigbrit Villoms van Amsterdam. Het was deze laatste die hem veel over Nederland had verteld. Via haar kraam in Bergen (Noorwegen) kwam zij aan het Hof, waar zij met vaste hand, zowel het moeilijke karakter van de koning als zijn ingewikkelde financiën, wist te besturen.' Door haar tussenkomst had men in 1515 reeds gepoogd om Nederlandse boeren van Waterland naar Denemarken te brengen. De eerste kwamen in 1518 en kregen boerderijen in de buurt van Helsinger toegewezen. Twee jaar later kwamen de eerste Hollanders naar Amager en in 1521 kregen 184 Hollanders het privilege voor het gehele eiland, behalve het vissersdorp van de Kroon, Dragar. t Door het toestaan aan deze Hollanders van jurisdictie, werd het eiland, behalve agrarisch, ook administratiefjuridisch een soort proefveld. Een autonome gemeenteraad, bestaande uit zeven schepenen, werd voor een periode van een jaar gekozen door de HoUandse boeren. Aan het hoofd van de raad stond een schout, benoemd door de koning, maar gekozen door de boeren, meestal voor het leven. Deze raad had de autoriteit van een rechter, een privilege dat slechts enigen van de rijkste edellieden genoten op him eigen domeinen.

Deze rechtstoestand was een gedeelte van de pogingen om de koningsmacht te centraliseren, gecombineerd met Sigbrits privé politiek. Als Nederlandse en burgeres was zij vanzelfsprekend een vijand van de adelsmacht en trachtte steeds deze te beperken, o.a. door het invoeren van Nederlandse zelfbestuurswetten. Uitvoerige schema's,, „register van het Nederlands Recht", vormden de voorstudies voor de wet, die het zelfbestuur in alle steden van het Noorden zouden waarborgen. Deze wet werd ingevoerd, doch verdween met het aftreden van de koning. Doch op Amager was deze wet in gebruik gedurende de volgende 300 jaar, tot 1821.

De Hollanders spraken een andere taal en hadden een ander recht dan de Deense boeren. Hun bewerking van de aarde zou voor Denemarken dezelfde betekenis krijgen als de latere „hollaenderier", ingevoerd door Nederlandse emigranten, voor de Deense zuivelindustrie. Terwijl de akkerbouwgemeenschap de Deense boeren genoodzaakten tot een drieslagstelsel, gebruikten de He landers wisselbouw voor het produceren van hun groenten. De leemachtige grond was daar uitstekend geschikt voor en de afzet was gemakkelijk, daar de hoofdstad dichtbij was.

Een groot verschil was ook het eigendomsrecht van de Nederlanders. Ze kregen het hele eiland Amager met dorpen aangewezen ,,als eeuwig erfgoed en bezit". Daarom kregen de Deense pachtboeren boerderijen in andere buurten aangewezen, en dit, te zamen met het feit dat de Nederlanders geen herendienstplicht hadden, droeg ertoe bij, dat de Deense en Nederlandse boeren vreemd voor elkaar bleven.

Met de val van Christian II in 1623 vlamde de onwil voor deze immigranten op, zoals beschreven in het onverstandige smaadschrift van Poul Helgesen gericht tegen Christian II:
Hollanders en schalken begunstigde ik.
Het land tot schade en mij tot schande.
Ik liet vrouwen en mannen verdrijven
Die woonden op Amagerland.
Hollanders liet ik er nederzetten.
Omdat ik Sigbrit niet durfde tegenspreken.
Zij zaaiden slechts erwten en bonen
Waar vroeger het mooie koren groeide.

De dichter zou eens geweten moeten hebben, dat deze Nederlanders in de volgende eeuwen de landbouwhervormers zouden worden en gunstelingen aan het Hof.

Gedurende de regering van Frederik I werd het privilege-document ongeldig verklaard en men beval hun het land te verlaten. De Rijksraad veranderde dit besluit, en de Nederlanders kregen nu het dorp Magleby Sendre aangewezen: zij noemden het Grote Magelbiu.

Het is moeilijk te beoordelen, hoe sterk de reactie tegen de Hollanders is geweest. Merkwaardig is, dat de Deense Amagerbewoners eerst hun privilegebrief bevestigd kregen onder Christian III in 1541, met de zelfde herendienstplicht als voor 1521, hoewel de Hollanders hier 'nog steeds niet verplicht toe waren. Omstreeks 1540 kregen de eerste Nederlanders toestemming om in de Deense gemeenten te gaan wonen. Amagertorv in Kopenhagen, genoemd naar de Deense boeren op Amager, werd gegeven aan de Hollanders en dit plein werd hun marktplaats, terwijl de Amagerdenen naar Vimmelskaftet moesten verhuizen.

In de 17de eeuw was de Deense boerenstand een grauwe troosteloze massa. Dit was echter niet het geval met „Kongens Amagere", de boeren van het Hollanderdorp. Zij genoten de grootste belangstelling van Christian V en speciaal van zijn gemalin. Koningin Sofie Amalie. Het Hof amuseerde zich gedurig met zich te vermommen als Amagerboeren en jongelui uit het dorp werden gevraagd om hun vaardigheid in het ringsteken te vertonen. 

Huidige tijd

De Nederlandse boeren die in 1521 op Amager aankwamen kregen de bijnaam „boeren des konings", een reputatie die hun afstammelingen nog steeds genieten. Hoewel de meesten al lang een ander beroep hebben gevonden. Een kwart van de bevolking van Amager is van Nederlandse afkomst. Amager (thans voor een groot deel in genomen door het vliegveld Kastrup) is door de eeuwen heen een stukje Nederland in Denemarken gebleven. Nederlandse tradities worden er nog steeds in ere gehouden, zoals klederdracht, volksfeesten, kinderspelletjes en dergelijke. Evenals in Volendam en Marken hangt de was op Amager kruiselings over de straat te drogen. Ook de Nederlandse voornamen worden in ere gehouden, maar zijn door de eeuwen heen verbasterd tot Wybrand, Crilles, Aaght, Trein en Grith, Tot de vorige eeuw werden de kerkdiensten in de dorpskerk in het Nederlands gehouden. Nu zijn er nog slechts enkele afstammelingen van de Amager boeren, die de Nederlandse taal beheersen.

Bezoek

Op het programma van het Deens-Nederlandse koninklijke bezoek staan onder meer bezoeken aan de kerk en het Amager museum. (Opening van een expositie zeventiende-eeuwse Nederlandse kust door prinses Beatrix) en een demonstratie ton-slaan, een populair volksvermaak op Amager. Ter gelegenheid van het 450 jaar aanwezig zijn van de „boeren des konings" op Amager heeft de VVV van Amager extra zorg besteed aan het Amager museum in Storemagleby, dat de bijnaam „Hollands museum" kreeg. De inmiddels uitverkochte gids van het museum werd een aantal jaren geleden voorzien van een Nederlandse vertaling van minister Luns, die tijdens een bezoek aan het museum samen met zijn vrouw zo enthousiast was, dat hij het ontbreken van een Nederlandse tekst in de catalogus als een groot gemis beschouwde. Het Amager museum kreeg al twee maal eerder koninklijk bezoek uit Nederland: In september 1922 warfen konirtgirt Wilhelmina erf prins Hendrik er 'en in 1946 kwamen prinses Juliana en prins Bernliard op bezoek.

De middeleeuwse dorpskerk van Store Magleby op Amager, die omstreeks 1611 geheel werd omgebouwd door de Hollanders tot een protestantse Hollandse kerk: het voorbeeld hiervoor was de in 1925 afgebroken kerk in Oterleek, in Waterland, waar de eerste kolonisten vandaan kwamen. De steunpilaren en de driekantige koorgewelf zijn gotisch, wat men vaak ziet in dit renaissance-kerktype. Het zegel van Amager van 1648 heeft deze kerk als afbeelding, doch de gelijkenis moet betwijfeld worden. Een document, gevonden in de windwijzer, beschrijft de grote verbeteringen die bij de verbouwing in 1731 plaatsvonden en waar de toren acht ellen hoger werd. Bij deze laatste verbouwing kreeg de kerk zijn tegenwoordige gestalte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.