+ Meer informatie

Ter overweging

4 minuten leestijd

Dr. W. H. Velema, Aangepaste theologie. Ichthusreeks nr. 2. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1971. Prijs ƒ 10,—.

Gaarne vestig ik de aandacht op de belangrijke studie van prof. Velema, die enkele maanden geleden verscheen. Waar het in dit boek over gaat, is intussen bekend genoeg mede door de publiciteit waarvoor dr. J. J. Buskes en anderen gezorgd hebben. Het is een bespreking en beoordeling van de theologie van prof. dr. H. M. Kuitert.

Kuitert is een veelbesproken figuur. De verontrusting in de Gereformeerde Kerken in Nederland is niet het minst door zijn geschriften ontstaan en versterkt. Velen lazen iets van Kuitert of over Kuitert — het bekendst is wel zijn Cahier voor de gemeente: Verstaat gij wat gij leest? Maar de weergave en bestrijding van zijn standpunt bleef tot nu toe min of meer fragmentarisch. Prof. dr. W. H. Velema heeft zich nu gewaagd aan een beschrijving van de theologie van Kuitert in haar innerlijke samenhang en de consequenties van haar ontwikkeling. Het is meer dan een samenvatting van zijn gedachten, het is een schets van zijn theologische ontwikkeling gedurende bijna tien jaar: van de dissertatie over De mens-vormigheid Gods (1962) tot de „verzameling theologische opstellen voor de welwillende lezer” Anders gezegd (1970).

De titel van de studie van dr. W. H. Velema is een vondst. Er is in de leer van God waarop de dissertatie van Kuitert in de hoofdzaak betrekking heeft, een aanpassing voltrokken die in alles doorwerkt. „Zij leidt ertoe, dat zijn theologie geworden is tot een aanpassing aan het moderne denken en voelen”.

Deze uitspraak maakt de auteur waar in een grondige analyse waarbij tal van thema’s aan de orde komen. Hij is er in geslaagd een goed leesbaar boek te schrijven, dat de een niet afschrikt door een overvloed van details en de ander niet teleurstelt door het bewijs achterwege te laten.

Men moet niet denken dat Velema geen begrip heeft voor wat Kuitert bezielt. Hij merkt al meteen op, dat het Kuitert gaat om de plaats van het evangelie in onze samenleving, om zijn betekenis voor de moderne mens. Maar daarmee is zijn aangepaste theologie nog niet gerechtvaardigd. Zeer centraal staat bij Kuitert de gedachte dat God de Bondgenoot van de mens is. „De verhouding tot de mens hoort wezenlijk bij het God-zijn van God”. Dat betekent ook dat het zijn van God niet te denken is zonder het zijn van de mens. De mens is zonder God niet denkbaar en God is zonder de mens niet denkbaar. Velema zegt: „Kuitert heeft het aandeel van de mens via de constructie van God als de Bondgenoot-God veilig gesteld. Dit is wat wij als fundamenteel bezwaar tegen het uitgangspunt van zijn theologie hebben. Het tragische is, dat hij een oer-gereformeerde categorie als die van het verbond gebruikt als de wissel waarover zijn denken ontspoort” (blz. 48).

De zaak waarom het in de Bijbel gaat, is dan de bondgenootschappelijke omgang. Er is echter onderscheid tussen zaak en verpakking. De bijbelschrijvers hebben de heilsboodschap als kinderen van hun .’tijd vertolkt. Maar de latere bewoordingen van de zaak behoren evenzeer tot de openbaring als de vroegere bewoordingen. Nu moet het anders gezegd worden!

Velema geeft verschillende voorbeelden van de herinterpretaties van Kuitert: diverse visies op de opstanding, „herwaardering van de dood”, horizontalisering van het christelijk geloof, theologie van de revolutie enz. Eerst een theologie van de revolutie — m.n. in haar weigering om bestaande macht te legitimeren omdat zij bestaat — zou ernst maken met het kruis van Jezus als het gericht over onze oude wereld en met Zijn opstanding als een belofte voor vernieuwing van het leven (Anders gezegd, blz. 104/105).

Het is zonneklaar, dat Kuitert zich afkeert van de reformatorische theologie, die naar zijn oordeel geen recht doet aan de subjectiviteit en de historiciteit van de mens. Maar hij verwijdert zich ook steeds meer van de Heilige Schrift. Dat is ook velen duidelijk geworden die bij zijn eerste publikaties nog niet zagen, waarop het zou uitlopen.

Met het oog op een artikel in de tweede jaargang van Voorlopig (1970) aarzelt Velema niet te zeggen, dat Kuitert aan de \ rijzinnige opvattingen over Pasen een legitieme plaats in de christelijke kerk toekent. Ik kan het ook niet anders zien.

Het oordeel over het werk van Kuitert is scherp, maar daar heeft deze hoogleraar het met zijn ondermijning van de fundamenten van de gereformeerde theologie ook naar gemaakt. Als hij ten onrechte in staat van beschuldiging gesteld wordt, moet hij het zelf maar zeggen. En wie het voor hem wil opnemen, is verplicht serieus in te gaan op Aangepaste theologie!

Het is verleidelijk om veel aan te halen uit dit boek. Maar het is het beste dat onze ambtsdragers het zelf ter hand nemen Theologen mogen het zeker niet ongelezen laten. Hartelijk aanbevolen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.