+ Meer informatie

De Klok

1 minuut leestijd

Wanneer gaan we nu? vraagt Geert-Jan. Nog even wachten, zegt mama. Ga nog maar even spelen. Geert-Jan gaat weer spelen. Even maar. Dan staat hij weer op. Gaan we nu naar opa en oma? vraagt hij. Mama zucht. Nee nog niet. Over een halfuur. Kom maar mee. Mama loopt naar de klok. De klok hangt aan de muur. Zie je die grote wijzer? Geert-Jan knikt. Als die grote wijzer boven staat, dan gaan we. Geert-Jan knikt. Hij begrijpt het. Hij pakt een stoeltje en gaat recht voor de klok zitten. Hij kijkt naar de grote wijzer. Tik-tik doet de klok. Maar de wijzer gaat niet vooruit. Geert-Jan kijkt de kamer rond en dan weer naar de klok. De wijzer staat hetzelfde. Geert-Jan telt tot tien en kijkt weer naar de klok. De wijzer staat nog hetzelfde. De wijzer gaat helemaal niet vooruit. De wijzer staat stil. De klok is vast kapot. Geert-Jan weet wat. Hij zal de klok maken. Met een sleutel. Dat doet mama ook altijd. Geert-Jan loopt naar de kast. Daar ligt de sleutel Geert-Jan pakt de sleutel en loopt weer naar de klok.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.