+ Meer informatie

Interessant zeg, die dominee!

Psycholoog drs. Maarten KJeijne signaleert onder jongeren een toenemende belangstelling voor religie

9 minuten leestijd

Het ene moment kijken ze familiedrama's op Veronica, het andere naar "God verandert mensen" van de EO. Vijfjaar geleden was religie bij onkerkelijke jongeren volstrekt taboe, tegenwoordig mag erover gepraat worden. „Bidden? Af en toe zit ik stil te zitten. Dan is het net of ik in gesprek ben met iemand. Misschien kun je dat bidden noemen, waarom niet?" Onderzoeker drs. Maarten Kleijne over „de reli-trend onder jongeren". „Er is een opleving van religieus besef", constateert psycholoog Kleijne in de ontvangstruimte van SARV International in Hilversum, een marktonderzoeksbureau dat in opdracht van bedrijven en overheden naar trends in de samenleving speurt. Zo voert SARV een keer in de twee maanden een panelgesprek met zo'n dertig jongeren.

„De jeugd van de jaren negentig is op zoek naar het andere, of dè Ander, zo u wilt. Ze zijn op materialisme gesteld, zeker. Ze houden van welvaart, zonder meer. Carrière maken is belangrijk, ongetwijfeld. Maar er is meer. Luxe is handig, je hebt het nodig, maar er zijn ook nog gevoelens. Jongeren ontdekken dat er in zichzelf allerlei emoties leven. Welvaart is een randvoorwaarde om die emoties tot ontplooiing te kunnen brengen".

Kletsen

„Over die gevoelens wordt veel gekletst. Met leeftijdgenoten, maar ook met ouderen. Ook met een bejaard mannetje bij de bushalte. De jongeren kijken niet alleen meer naar personen die ze graag mogen en met wie ze veel optrekken, omdat ze gelijke ideeën, gedachten, kleding, uiterlijk en taalgebruik hebben. Tegenwoordig mag je met iedereen omgaan.

Hetzelfde geldt voor het mediumgebruik: alles mag, niets moet. Vroeger keken de jongeren met zijn allen naar Veronica. Van die club moest je lid zijn om erbij te horen. Naar de EO mocht je niet kijken. Als je het wel deed, deed je het stiekem. Nu gaan ze juist expres kijken. „Toch wel interessant wat die lui te zeggen hebben", vinden ze. Niet dat de EO en de VPRO nou opeens zo geweldig populair zijn, maar er wordt naar hun programma's gekeken. Of ze kijken natuurlijk gewoon naar een liefdesdrama op Veronica. „Gewoon verstand op nul en blik op oneindig", zeggen ze dan.

Alles mag, alles kan. Ik ontmoette pas een joch dat zei: „Dit jaar ga ik met mijn ouders kamperen in Lochem. Dat is gewoon leuk". Enkele jaren geleden had hij dat beter niet hardop kunnen zeggen. Dan werd hij zonder meer uitgelachen. „Moet je dan niet met je vrienden naar het buitenland?", vroeg ik. „Ach, vorig jaar ben ik naar Amerika geweest met een stel kameraden. Dat was ook wel aardig, maar ik vind dit zeker zo aardig". Ze gaan dus niet mee met hun ouders omdat ze dat fatsoenlijk vinden, maar omdat ze hebben ontdekt dat dat net zo leuk kan zijn". Een paar kerkelijke meisjes stonden onlangs op de markt in Tilburg om evangelist J. W. N. van Dooijeweert te helpen bij het uitdelen van folders aan jongeren. Op een gegeven moment ontmoetten ze enkele onkerkelijke meisjes, met wie ze meer dan een uur over het christelijk geloof spraken. Door Ben Tramper „Meer dan een uur!", herhaalt Van Dooijeweert in zijn woning naast het gebouw waar hij elke zondag twee keer voorgaat voor zo'n vijftig, zestig mensen. „Die meisjes vroegen van alles. Waarom dragen jullie rokken? Moeten jullie dat van je ouders? En waarom gaan jullie eigenlijk naar de kerk? Een Bijbel namen ze niet aan, maar toch. Je weet nooit wat zo'n gesprek later uitwerkt". Het voorval past in de visie van de evangelist op de jeugd van tegenwoordig. Onkerkelijke jongeren tonen volgens Van Dooijeweert meer interesse voor religie en geloof dan pakweg twintig jaar geleden, in de tijd dat hij zijn post in Tilburg namens de Gereformeerde Gemeenten betrok. Zijn bevindingen komen overeen met het onderzoek van SARV International, dat sinds een jaar of twee een „reli-trend onder jongeren" signaleert.

Psycholoog drs. Maarten Kleijne constateert een opleving van religieus besef onder jongeren. Archieffoto ANP

„In het afgelopen decennium was godsdienst volstrekt taboe. Daar praatte je niet over. Je had er geen erg in. In die jaren zagen we die typische groepscultuur. Jongeren sloten zich bij elkaar aan en vormden groepjes. Soort zoekt soort, zei iedereen. Iedereen wilde bij een groep horen. Als je bij jouw groep maar „in" was, zat het wel goed met je. Op een gegeven moment veranderde dat. Jongeren zeiden: „Het is in om niet in te zijn". Je moet met iedereen kunnen omgaan. Er zijn geen speciale mensen die beter zijn. De ander is ook interessant, die heeft ook wat te vertellen. En dus kletsen de jongeren niet alleen meer met elkaar maar ook met de rest van de wereld, met andere soorten mensen. Het geeft niets om met randgroepjongeren contact te zoeken. Dat mag, dat is ook leuk.

Natuurlijk is het niet zo dat die gesprekken diepgaand zijn. Ze praten over van alles en nog wat. Maar onbewust spiegelen de jongeren zich aan elkaar. Hoe is de ander? Hoe denkt de ander? Is dat leuk? Schiet je daar iets mee op? Heb ik daar iets aan ? Voorheen spiegelden jongeren zich ook aan elkaar, maar toen letten ze alleen op gelijke kleding, gelijke gedachten, gelijke ideeën en gelijk taalgebruik. De jongeren van vandaag zijn bijzonder pragmatisch: iets is goed als je ermee vooruit komt. Ze zijn actief, vindingrijk, hebben veel begrip voor anderen, ze veroordelen iemand niet snel, denken niet in hokjes, zijn bereid hun fouten toe te geven en weigeren een vals beeld van zichzelf en anderen naar buiten te dragen".

Trouwen
Waardoor wordt die omslag in de leefwereld bij jongeren veroorzaakt? Kwamen ze tot de conclusie dat het materialisme bij ouderen toch ook niet echt gelukkig maakt?

„Inderdaad. Jongeren zien hele volksstammen die er maar op los leven, die trouwen, samenwonen, scheiden, weer trouwen en uiteindelijk toch niet echt gelukkig zijn. Het streven naar een goede baan is ook niet het einde. Dan sta je aan de top en wat heb je dan nog? Een hoop sores en nauwelijks tijd voor iets anders. Ze kijken naar het resultaat en zien dat samenwonen vaak leidt tot een flop. Nou, dan gaan we maar trouwen. Niet omdat trouwen hoort, maar omdat je daar toch gelukkiger van wordt.

Vanuit het recente verleden zie je wel een lijntje lopen naar de denkwereld van de hedendaagse jongeren. In de jaren vijftig en zestig was er een duidelijke doorbraak in het denken en doen, die leidde tot het wij-tijdperk in de jaren zeventig. Samen gaan we de wereld verbeteren. Samen zorgen we ervoor dat iedereen gelukkig wordt. Massa's mensen werden op de been gebracht om te demonstreren tegen kernbewapening, oorlogen en allerlei andere problemen. Het had weinig resultaat: de wereld kwam er niet plezieriger uit te zien".

Geld

„Dat laatste mondde uit in een doemdenken en de vraag rees: „Maar mag ik ook nog leven?" Het ik-tijdperk ontstond. „Als ik dan maar gelukkig word". Carrière maken werd belangrijk. Er werd heel materialistisch gedacht en geleefd. De meest extreme vorm vind je bij de yuppen.

Sinds een jaar of twee, drie verandert die mentaliteit. „Geld maakt niet gelukkig", vinden jongeren. Natuurlijk denkt niet iedereen er zo over. Er zal altijd een minderheid blijven die wel streeft naar zoveel mogelijk luxe. Maar de meestert zien rijkdom en roem zeker niet als hun grote levensideaal. Bovendien —en dat zie je heel sterk— het geld komt er toch wel. En om een baan hoeven ze zich ook geen zorgen te maken. Van een dreigende werkloosheid is geen sprake, integendeel.

Ook over de toekomst maken jongeren zich nauwelijks zorgen. Het milieu is een probleem, maar komt tijd, komt „Jongeren kletsen veel over hun emoties, hun gevoelens. Met leeftijdgenoten, maar ook met ouderen. Ook met een bejaard mannetje bij de bushalte". Archieffoto RD raad. Een oplossing zal heus wel eens komen. Je ziet zoveel positieve dingen om je heen: het communisme is in verval, kernwapens worden ontmanteld, er zijn vredesconferenties tussen aartsvijanden, nee, om de toekomst hoef je je niet zo druk te maken".

Dominee

„Ze hebben hun aandacht daarom verlegd naar het religieuze aspect van hun bestaan, naar het spirituele. Ze komen erachter dat er van binnen bepaalde gevoelens zitten. Die zijn weliswaar heel vaag, maar ze stimuleren hen toch om bij voorbeeld naar een EO-dominee te luisteren. Niet omdat ze het zo met die man eens zijn, maar omdat ze zijn boodschap interessant vinden. „Die man roept bij mij toch wel dingen op. Leuk", zeggen ze dan". Wat voor dingen? Wat voor gevoelens?

„De verwoording ervan is heel moeilijk. Het houdt hen bezig. Ze denken erover na, worden er blij van of juist ontroerd. Ze krijgen respect voor de wereld om zich heen en zien dat het toch wel heel bijzonder is dat ze leven. Ze gaan op zoek naar verklaringen en komen bij voorbeeld uit bij de reïncarnatietheorie. Die gaan ze vervolgens enthousiast bestuderen. Ze gaan er een tijdje in op en komen ten slotte tot de conclusie dat die hele theorie toch maar onzin is. „Maar het was leuk om ermee bezig te zijn", hoor je ze dan zeggen".

Bidden
Een onderzoeker in Nijmegen kwam tot de ontdekking dat veel jongeren van hun slaapkamer een meditatieruimte hebben gemaakt. Zijn dat ook uw bevindingen?

„Zeker. Jongeren proberen allerlei meditatievormen uit. Het blijkt ook uit onderzoeken van de Erasmusuniversiteit. Als je jongeren vraagt of ze wel eens bidden, beginnen ze te gniffen. „Bidden? O nee. Af en toe zit ik stil te zitten. Dan is het net of ik in gesprek ben met iemand. Nou ja, misschien kun je dat bidden noemen". Het past in onze tijd, waarin de aandacht voor het spirituele toeneemt". Hoe kijken deze jongeren tegen kerken aan ?

„Als je tegen ze zegt dat ze best godsdienstig zijn, zeggen ze: „Welnee, hoe komt u daar nou bij?" Ga je er dieper op in, reageren ze met: „Ja, natuurlijk, zo is het maar net". Ze hebben het idee dat godsdiertst gelijk staat met allerlei kerkelijke dogma's en daar willen ze weinig mee te maken hebben.

Reli-jongeren vinden dogma's interessant om over mee te praten, maar ze zijn beslist niet van plan zich bij een kerk aan te sluiten omdat ze het zo roerend eens zijn met de leer. Dat een ander zich wel aan een kerk verbindt, moet hij weten. Maar zij beginnen er niet aan. „Aan me nooit niet", zeggen ze. Hun religieuze waarheden zijn niet absoluut, maar uiterst relatief. Daarom betekent de reli-trend geenszins dat de traditionele kerken in ons land aan een soort opleving toe zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.