+ Meer informatie

Roeland Koning (83) wil met kunst God en zijn medemensen dienen

Kleine tentoonstelling in Frerikshuus Aalten

7 minuten leestijd

„Ik wil geen zoete christelijke plaatjes, en ik ben ook géén schilder van religieuze onderwerpen (,..), maar er zijn omstandigheden in je leven dat je er naar toe gedrongen wordt en dan wil je toch die boodschap doorgeven. Maar och, een mensenleven is te kort om alles te maken wat je zou wilen. Bovendien: niet alleen religieuze kunst heeft een boodschap. In mijn hele werk probeer ik te laten zien dat Gods adem over de dingen gaat."

Dat zei de van huis uit „stoer calvinistische" kunstenaar Roeland Koning in een boek van en over hem door Sipke van der Land, verschenen bij de tachtigste verjaardag van de schilder in 1978.

Het is een tijdje stil geweest rondom deze hoogbegaafde Gereformeerde beeldende kunstenaar, die in geen enkel opzicht de artiest wil(de) uithangen, die geen naakten in zijn werk doet, maar toch zeer realistisch Egmondse vissers en hun vrouwen uitbeeldde, en die wel degelijk een religieus kunstenaar is.

Niet vanwege zijn indringende en verschrikkelijke "Kruisiging" uit 1930 of zijn hier en daar iets aan Henk Helmantel herinnerende ,,Ecce Homo" uit 1953. Maar omdat hij het voor zijn kunst, die hij duidelijk ziet als dienst aan God met pen en penseel, niet nodig heeft, zich af te zetten tegen of te breken met het vaderlijke geloof.

Recent werk

Welnu, het is zeer verheugend, dat er op dit moment - nog tot 23 mei a.s. - weer een kleine expositie van betrekkelijk en zeer recent werk van Koning te zien is. Daarvoor moet u naar het kleine museum (eigenlijk Oudheidkamer) Frerikshuus aan de Markt 14 te Aalten in de Achterhoek, waar in aanwezigheid van de schilder vorige week zaterdag de tentoonstelling werd geopend door zijn bewonderaar Sipke van der Land, wiens portret uit 1976 hier ook hangt.

De kunstkennis van Van der Land reikt, naar eigen getuigenis, niet veel verder dan dat hij kunst ,,het maken van mooie dingen" noemt. Daarbij achtte hij verdere cultuurfilosofie overbodig, al meende hij,.dat over wansmaak wèl te twisten valt. Nu, hetüs duidelijk: wat . Koning maakt is, en waarlijk niet alleen omdat Sipke van der Land het zegt, mooi èn het is kunst, al benadrukt Roeland Koning zelf dat hij voornamelijk ambachtsman is.

Veelsoortig werk

Van der Land gaf een kleine uiteenzetting van het veelomvattende werk van de in 1898 geboren Koning, dre nog altijd actief is. Hij is schilder, ook van zeer grote stukken, van portretten en stillevens; ontwerper van glas-in-lood vensters; tekenaar; houtsnijder en wat niet al. En in zijn werk is ook zijn stillevenschilderij uiting van religieuze ervaring, zoals Guido Gezelle in ,,Mij spreekt de blomme een tale".

Natuur, schepping, Schepper, de mens ook in zijn vele en soms beroemde portretten (minister-president H. Colijn, de hoogleraren J. H. Bavinck, G. C. Berkouwer, J. Roelink, C. van Gelderen, maar ook zijn geliefdste model: zijn vrouw, kinderen, vissersvrouwen, de schrijfster Wilma enz.) dat zijn de thema's waarmee Koning nog altijd bezig is.

Het is goed, dat zo'n lokaal museum dat zich vooral wijdt aan de kleine historie en het dagelijks leven in vroeger tijden van stad en streek, het nu aandurft een - helaas veel te geringe - verkoopexpositie naar Aalten te halen. Er hangen welgeteld 25 nummers: zes houtsneden, een stuk of acht aquarellen, twee tekeningen en negen olieverven. Te weinig dus om een totaalindruk van werk en ontwikkeling van Roeland Koning te krijgen, maar een complete overzichtstentoonstelling was bepaald niet de bedoeling.

Kunst van klasse

Persoonlijk vind ik het initiatief van de vereniging Oudheidkamer, Aalten een gelukwens waard. Ze hebben kunst van grote klasse naar de Achterhoek weten te halen. Al eerder bracht het Frerikshuus iets, wat ver buiten de normale interessesferen van Oudheidkamers pleegt te liggen: een flinke expositie ,,Bijbel en Prent" van Wilco C. Poortman.

„Kunst van grote klasse", zei ik: Kooning heeft bewezen, dat kunst niet per se moet worden vereenzelvigd met wat de gewone burgerman smerig of decadent vindt. Roeland Koning heeft zich verre gehouden van de (namaak) kunstenaarsklieken van min-presterendèn die elkaar over de bol aaien en eikaars werk luidkeels prijzen. Toch kwam hij daarmee niet buiten de ,,erkende" kunstwereld te staan, want deze al jong zeer begaafde kreeg opdrachten, die men niet aan derderangs figuren verstrekt.

Ik bedoel maar: erkenning hoeft niet afhankelijk te zijn van een stelletje krakende kruiwagens binnen het artiesterige „wereldje". Dat kan een aanmoediging zijn voor christen-kunstenaars, die zich misschien om hun christen-zijn in de grote kunstwereld miskend voelen. Als hun werk tot grote hoogte stijgt zal men hen werkelijk weten te vinden, ook zonder exposities in Het Stedelijk of in de galeries der trendsetters.

School of stroming

Van Koning kun je zeggen, dat hij zijn eigen weg ging en gaat. Er zijn voorbeelden en verwantschappen, maar hij is geen slaafse navolger. De bruine, Haagse en Drentse, periode van Van Gogh heeft Koning sterk geboeid: aardappelrooièrs in Egmond, baggeraars uit Sliedrecht, Zuiderzeevissers zijn worstelaars in de strijd om het bestaan. Maar in een bepaalde school of stroming kun je Koning niet plaatsen. Hij ging niet mee met Magisch realisten, met Cobra, met de huidige fijnschilders.

Zijn palet, vooral in de latere portretten en stillevens, doet me denken aan iemand als Kees van Dongen, en zijn felle koloriet, bijvoorbeeld in een prachtig stilleven Sis „Amaryllis" uit 1979, zou Karel Appel niet misstaan. Zijn toets is ook in sommige portretten en zelfportretten de van de grote, brede, trefzekere veeg. Een neo-realist die fotografisch getrouw schildert en die dus net zo goed palet en ezel kan weggooien en een goede Yashica kan aanschaffen, is Koning evenmin.

Portretkunst

Als een portret niet méér biedt dan een uiterlijke afbeelding van de geportretteerde dan lijkt het in wezen nqg nergens naar. Het innerlijk van Colijn of Berkouwer in verf op linnen omzetten is oneindig veel moeilijker. Het beoordelen van zo'n stuk werk trouwens ook.

Wie Sipke van der Land anno 1976 kende - de al te lange haardos van toen is nu knap ingeperkt... - en wie dan naar konings schilderij van zijn Wassenaar-, se plaatsgenoot kijkt, zal oppervlakkig waarnemend zeggen: dat lijkt toch niet zo goed. Nee, 't is geen Pixi-foto. Maar dat wil Koning ook niet. Dat zijn z'n in Aalten aanwezige zelfportretten en die van zijn vrouw ook niet, maar hij doet ook geen poging om een ideaalbeeld van zichzelf te penselen: hij komt. niet over als een zelfingenomen hoog verheven ,,kunstenaar" die een pose aanneemt, zoals WiUink.

Sprekend stilleven

Terug naar de tentoonstelling. Wat boeide mij het meest? Ik denk de genoemde ,,Amaryllis", die voor vierduizend gulden te koop is. Veel? Voor zoiets moois wellicht niet. Ik vroeg aan Koning, of je zo'n werk, waarbij de verf welhaast van het doek afspat en dat zo prachtig vonkt in felle kleurenweelde, nog wel een',,stilleven" kunt noemen. Want daarbij denk je gewoonlijk aan een in sobere of sombere tinten gehouden bloemenvaas, fruitschaal, een vanitas e.d.; niet aan zo'n sprekend leven dat iets totaal anders biedt dan de gebruikelijke reprodukties uit onze galanterieënwinkels.

Koning wees me er ook op, hoe onder bijna elk doek van hem wel een paar andere schuilgaan, die hij soms gedeeltelijk met groene zeep weer wegboende omdat er niet uitkwam wat hij in gedachten voor zich zag. Bepaalde flarden van die vroegere werken - die bepaald iets geheel anders kunnen. voorstellen dan wat het eindresultaat werd: onder een stilleven schuilt soms een portret - gebruikt hij dan opnieuw. De brokken vormen een eenheid met het werk dat Koning eroverheen penseelt en alleen waarneming van dichtbij doet dit procédé opmerken.

Prijzen en boekeh

Enfin, wie iets van Roeland Koning wil kopen, kan in Aalten terecht. De prijzen lopen uiteen van vijftig gulden voor enkele houtsneden zoals „Aanbidding der herders" of ,,Marskramer" tot vierduizend voor sommige bloemenstillevens. Maar voor zevenhonderd gulden per stuk vindt men vier aquarellen: Zwitserse reisimpressies uit Berner Oberland en Adelboden. '

Een luxe catalogus bij dit werk dat overwegend uit de laatste jaren dateert, is niet aanwezig. Wel kan men twee volop zwart-wit geïllustreerde boeken over Koning kopen: „Roeland Koning over zijn leven en werk", dat in 1968 bij zijn 70ste verjaardag werd geschreven door dr. Hans Hermans (genummerde oplage, met handtekening van de schilder, prijs vijftien gulden) en „Schildersleven. Roeland Koning aan het werk en aan het woord", in 1978 opgetekekend door Sipke van der Land bij Konings 80ste verjaardag.

Deze uitgave van Kok te Kampen kost ƒ 27,50. Beide boeken doen uiteraard en helaas geen recht aan de kleurenrijkdom van Konings werken.

Museum Frerikshuus in Aalten is op maandag t/m zaterdag open van twee tot vijf en op dinsdag t/m vrijdag ook van tien tot twaalf uur. Toegang ƒ 1,50; kinderen en groepen reductie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.