+ Meer informatie

IIl. De Deugden Gods (j.)

GODS WIJSHEID.

5 minuten leestijd

In onderscheiding van de wetenschap Gods, die Hemzelf en al Zijn schepselen betreft, spreken we ook van de w ij s h e i d Gods. Niet, alsof de wijsheid een deugd zou zijn, die los van Gods wetenschap staat, want dat is onmogelijk. Want Gods wetenschap sluit Zijn wijsheid in!

Het is die volmaaktheid Gods, waardoor Hij door de van Hem bepaalde middelen de hoogste, door Hem gewilde doeleinden bereikt. En komt ook hierin Gods alwetendheid niet heerlijk openbaar? Zou er zonder die alwetendheid wel van Zijn wijsheid sprake kunnen zijn? Immers, die alwetendheid Gods is de achtergrond van Zijn wijsheid; de bron, waaruit de stroom van Zijn wijsheid voortvloeit. God weet niet alleen alle dingen van eeuwigheid, zonder enig middel, om die wetenschap te verkrijgen, maar Hij bepaalde in Zijn aanbiddelijke wijsheid ook het einde aller dingen en dat tot de volkomen verheerlijking Zijner Goddelijke deugden naar Zijn souverein welbehagen. Tevens bepaalde Hij de middelen, om dat doel te bereiken, waaraan cle Satan en cle wereld en de zonde zelfs onderworpen zijn.

In al Gods werken komt die wijsheid tot openbaring, nl. in de schepping; in de voorzienigheid; in de verlossing van Satan en zonde. Zowel in het leven hier op aarde, als daarboven in de hemel. In één woord, in al het geschapene, in het gans heelal blinkt Gods wijsheid uit.

Allereerst blijkt in de schepping de deugd van Gods wijsheid. Met welk een grote doelmatigheid is alles geschapen. Let alleen slechts op het pronkjuweel der schepping, de mens. Is hier geen sprake van de wijsheid Gods? Hoe wondervol wordt het menselijk leven door voedsel en lucht in stand gehouden; de groei

van het lichaam, zowel als de ontwikkeling van zijn geest moet wel onze bewondering wekken. Verstand, karakter, kracht, lust, wil en gemoed zijn eigenschappen, die bij de mens gevonden worden, en waartoe zeker Goddelijke wijsheid van node was, om het schepsel daarmede te begiftigen.

Ook in de dieren-en plantenwereld treffen we diezelfde wijsheid Gods aan. Elk dier werd geschapen „naar zijn aard". Er is geen dier, of het heeft een natuurlijk verweermiddel tegen zijn vijanden; en een passend orgaan om zichzelf en zijn geslacht te voeden, te beschermen en te doen voortbestaan.

En de rijke weelde, die de planten en bloemen vertonen, is een sprake op zichzelf, waarin de grootheid en de wijsheid van de Maker niet minder uitkomt. Elke plant, elke boom, elke bloem heeft zijn eigenaardigheid, waardoor hij zich van andere gewassen onderscheidt en die elk op zijn wijze luide uitroepen: Hoe groot zijn Uwe werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt!" Ps. 104 : 24.

Eveneens schittert de deugd van Gods wijsheid allerheerlijkst uit in de voorzienigheid. Hoe is het mogelijk, dat de wereld nu, na, bijna GO eeuwen sinds haar schepping, nog staat en in stand blijft? Het zou niet mogelijk zijn zonder de wijze onderhouding van de Schepper. Geen schepsel is van zichzelf, noch kan door zichzelf bestaan. Buiten de voortdurende onderhouding zou de schepping bezwijken. De onderhouding is echter meer dan een enkel bewaren voor ondergang. Gods werk is niet een lijdelijk laten voortbestaan, maar een altoosdurend, van ogenblik tot ogenblik aanbrengen van hetgeen tot het bestaan nodig is.

Het schoonst straalt Zijn wijsheid echter door in het werk der zaligmakende verlossing. Zowel in de verwerving als in de toepassing daarvan komt Gods wijsheid ten hoogste tot uiting. Wie had ooit de weg kunnen ontdekken, die God uitdacht, toen Hij Zijn Zoon gaf, om vlees te worden, opdat Hij als Gods-mens voldoen kon aan de voorwaarden, namelijk, om als God een eeuwige waardij bij te zetten aan het verlossingswerk, en als mens in onze natuur af te dalen, teneinde alzo een gepaste Zaligmaker te zijn? Moeten we hier niet met Paulus uitroepen, in Rom. 11 : 33: O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordelen en onnaspeurlijk Zijne wegen!"?

Ook de toepassing des heils is niet minder vol van Gods wijsheid. Wie zou het ooit hebben kunnen uitvinden, om door wedergeboorte en bekering een dode zondaar tot leven te roepen en tot verbrokenheid des harten te brengen? Wie had het ooit kunnen uitdenken, om het uitverkoren volk Gods met zaligmakend geloof te begiftigen, waardoor de band met God hersteld wordt en gemeenschap met de Eeuwige gesmaakt wordt ? !

Het is enkel en alleen de wijsheid Gods, die deze dingen tot stand kon brengen; de wijsheid Gods, die tot in eeuwigheid geroemd en bezongen zal worden door het volk, dat zijn eigen dwaasheid heeft leren inzien, en als nu door de wijsheid Gods gered en gezaligd is geworden, en de alleenwijze God de eer en de aanbidding des harten brengt!

CORRÏGENDUM. Een zinstorende fout in ons laatste artikel eist onverwijld correctie. Er stónd nl.: „De eerste uit de rij der mededeelbare eigenschappen Gods is Zijn alwetendheid." Dit moet zijn: „De eerste uit de rij der mededeelbare eigenschappen Gods is Zijn w e t e n s c h a p. Letten we in dit verband op Gods alwetendhei d."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.