+ Meer informatie

het OOsteRse Landschap

LIGGING VAN PALESTINA.

6 minuten leestijd

Oudtijds lag Kanaan tussen twee grote machten: Egypte enerzijds en Babylonië-Assyrië anderzijds. Van deze rijken werd het gescheiden door woestijnen:

a. De woestijn tussen Egypte en Kanaan. Deze woestijn is zeer bekend door de veertigjarige omzwerving hierin door cle Israëlieten onder aanvoering van Mozes. De grootste moeilijkheid was bij het doortrekken van dit gebied de watervoorziening. Op wonderlijke wijze heeft de Heere hierin voor Zijn volk voorzien door het scheuren der steenrots. Andere volkeren moesten deze gunst missen. Uit oude, bij opgravingen gevonden documenten blijkt, dat de weg van Egypte naar Kanaan maar vijf dagmarsen bedraagt, maar dc Egyptische legers namen er oudtijds acht dagen voor. Bij de rustplaatsen werden dan grachten gegraven, die door versterkingen werden beveiligd.

b. In Jeremia 4 : 6 lezen we. „Werpt de banier op naar Zion; vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk."

Zonder enige kennis van de aardrijkskunde van de oucle wereld is deze tekst niet te begrijpen en herhaaldelijk spreekt Jeremia en andere profeten over „een kwaad van het noordenDit kwaad ziet op de wegvoering in ballingschap door Assyriërs en Babyloniërs. Ziet men op de atlas, dan liggen Ninevé en Babel niet ten noorden van Kanaan, dus kan het kwaad niet uit het noorden komen. En toch vergist cle profeet zich niet. We moeten het aardrijkskundig bezien: Mesopotamië ligt ten N.W. van Kanaan en zou de profeet dus moeten spreken over een kwaad uit het noordwesten. Dit zou ook cle kortste weg zijn. Toch namen eertijds de grote legers en karavanen deze weg niet, omdat ze clan door een grote woestijn moesten, de Syrische woestijn. Daarom gingen de karavanen uit dit gebied eerst naar het westen over Haran en Hamath en bogen dan om naar het zuiden, zodat de bestraffingslegcrs inderdaad uit liet noorden kwamen. Ze ontweken dus het woestijngebied en trokken er omheen.

Zo zien we dus, dat Kanaan voor 't grootste gedeelte door woestijnen omgeven was en verder nog de Middellandse

Zee tot zijn grenzen rekende. Daardoor had het land een erg afgesloten ligging ten opzichte van andere volkeren, wat juist Gods bedoeling was. Zodoende kwamen ze weinig in aanraking met de heidense godsdienstvormen van de buren. We komen daar straks op terug, wanneer we de grenzen hebben besproken.

„Een land, dat de Heere, uw God, bezorgt; de ogen des Heeren, uws Gods, zijn gedurig daarop, van het begin des jaars tot het einde des jaars." (Deut. 1.1 : 12). Het is dus een land, dat slechts een bestaan leverde door de bijzondere zegen. „En toch, een land dat men beminnen moest, om zijn dagen vol stralende luister van zonneglans, en zijn toverachtig-schone nachten met matte maanglansen en twinkelend sterrenlicht, beminnen moet om de grootse vergezichten en de voortdurende wisseling in het uitzicht vlakbij; wegens de helderheid der lucht en de tinten van het landschap.

Een land, dat in schroeiende zomerhitte verwelkt en tot dromerige mystiek verlokt, maar in de winter door koelte verfrist; dat door heftige onweders en bruisende plasregens enerzijds in ootmoed leert vrezen voor Gods majesteit, anderzijds aanwending van alle krachten vraagt." (Dr v. Deursen.)

Door zijn rijke verscheidenheid en scherpe tegenstellingen op een beperkte ruimte bevorderde het land de vorming van krachtige persoonlijkheden, en gaf het aan kleine groepen de mogelijkheid hun eigen aard te bewaren." (aldus Auerbach in: Wüste und gelobtes Land). Hoewel dit wel een grond van waarheid bevat, zijn wij meer geneigd, deze bijzondere zegeningen dieper te zoeken in de raad Gods om Zijn plan te volvoeren. Nooit moet men vergeten, dat het Joodse volk de voortbrenger van de Christus zou zijn. Vandaar 's Ileeren bijzondere bescherming.

GRENZEN VAN PALESTINA.

Dat Kanaan en dus het Joodse volk zijn eigen karakter kon bewaren (Messiaanse beloften) ligt mede aan de grenzen van het land. Ook hierover had de Heere Zijn wakend oog laten gaan; want van deze grenzen ging een isolerende werft 0 0 king uit.

a. De Oostgrens.

Deze grens is al even genoemd en wordt dus gevormd door een woestijn. Nu moet men niet denken, dat de woestijn daarom een grens vormde, omdat het een onbewoond land is, maar veeleer door de tegenstelling der bevolking. We zullen trachten het duidelijk te maken aan de hand van A. Musil: Arabia Petraea I. „De bezitters van de kameelkudden zijn de adel van de woestijn. Wie klein vee houdt, b.v. geiten, kan nooit ver weg trekken, omdat deze dieren minstens om de andere dag water moeten drinken. Deze geitenfokkers zijn meestal halfnomaden; zij hebben min of meer vaste woonplaatsen, waar zij een stuk land met gerst of tarwe beplanten. Zowel de boer als de bezitter van kleinvee is feitelijk onderworpen aan de kameelbezitter. Want deze neemt de vruchtbaarste akkers, die dan de boer moet bebouwen; in dc oogsttijd komt hij met zijn kamelen bij de dorsvloeren en neemt zijn deel. Weigert de boer, dan overvalt hij diens huis en akker; of hij laat de kamelen weiden op de akkers en deze grazen in enkele dagen de beste tarwe, de mooiste gerst, ja alles weg en de arme fellah is geruïneerd. Een regering kan er weinig tegen doen, want wanneer deze troepen zendt, trekken de bedocïnen de woestijn in en de soldaten kunnen hen dan niet meer volgen." Door de overvallen zijn de boeren dus genoodzaakt zich aaneen te sluiten, om enigermate beveiligd te zijn tegen de roof. Op deze plaatsen nu, waar de boerenbevolking van de randgebieden zich aaneensluit, ontstaat de grens. Deze is dus een gevolg van de tegenstelling der bevolking.

In donkere tijden, wanneer de Israëlieten de Heere, hun God, ve2'licten en afgoden dienden, liet God het wel eens toe, dat de bedoeïnen het land dieper introkken ter tuchtiging. Een goed voorbeeld daarvan vinden we in de geschiedenis van Gideon: Want het geschiedde, als Israël gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op en dc Amalekieten en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. En zij legerden zich tegen hen en verdorven de opkomst des lands, tot daar gij komt te Gaza; en zij lieten geen leeftocht over in Israël, noch klein vee, noch os noch ezel." (Richt. 6 : 3 en 4.) De geschiedenis van het Overjorc^aanse is daarom beheerst door de nabijheid der woestijn. Een gevolg was, dat deze streek in ontwikkeling achterbleef bij het overige Kanaan. Hoewel dit gebied een vruchtbaarder gebied was, had het geen deel aan de grootheid des volks; hoewel Ammon en Moab rijker waren dan Juda en Efraïm, werd het Koninkrijk en de Kerk Gods gebouwd in West-Jordaanland.

En toch noemt Zacharia het land Gilead als een belofte in de dagen van ballingschap: Want Ik zal ze wederbrengen uit Egvpteland en Ik zal ze vergaderen uit Assyrië; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen." (Zach. 10 : 10).

Opmerking: Tot goed begrip zal het dikwijls nodig zijn bij het lezen van deze artikelenserie een atlas of kaart van de oude, oosterse wereld te gebruiken. Bij gebrek daaraan brengt men het ook al een heel eind met een moderne kaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.