+ Meer informatie

Ds. Gezelle Meerburg De boeteprediker van het land van Altena

5 minuten leestijd

3.

Maar toch kreeg hij daar gezelschap van enkele studenten, die met hem hetzelfde zochten. In de tijd van zijn studie komen te Leiden o.a. Scholte, Van Velzen en Brummelkamp. Met elkaar zijn ze verenigd in de strijd tegen het verval in leer en leven. Het wonderlijke is, dat zij eigenlijk een tweeërlei opleiding krijgen. Aan de hogeschool worden ze onderwezen door hun professoren. Gezelle Meerburg heeft dit onderwijs zeker niet veracht. Het ongenoegzame ervan in meer dan één opzicht heeft hij wel geweten, maar toch blijkt het later dat hij een gefundeerde opleiding noodzakelijk acht. En de andere opleiding kreeg Gezelle Meerburg met de anderen van een oefenaar!!

Denk er maar niet gering over. De „oefenaar” die hier bedoeld wordt, is een man van aanzien niet alleen, maar ook van grote kennis en geestelijk inzicht. In die tijd, dat de meeste predikanten weinig tot bevrediging van het naar de zuivere waarheid uitgaande volk preekten, werden er op veel plaatsen oefeningen gehouden. Soms geheel in plaats van, soms naast de diensten in de kerk van de geordende predikanten. Over deze oefeningen en de oefenaars in die tijd zou heel wat te schrijven zijn, Een hoofdstuk apart. Er was nu eenmaal een groot verschil tussen het ene gezelschap en het andere. Geestelijke hoogmoed was geen zeldzaam verschijnsel. Toch is er ook grote zegen van sommige gezelschappen uitgegaan, vooral wanneer deze onder goede leiding stonden.

En dat laatste was zeker wel het geval in hel gezelschap van Le Feburé, zoals de Leidse oefenaar uit de tijd van Gezelle Meersburgs studiejaren heette. Le Feburé was er de man niet naar om de afbraak van de kerk te zoeken. Integendeel, hij zocht het herstel van de kerk in de leer en beleving van de waarheid van Gods Woord. Hij hield ook niet van een onkerkelijke wandel, maar oefende om te onderwijzen in de dingen van het koninkrijk Gods. Velen van de godvrezenden bezochten zijn oefeningen en verstonden de taal naar het hart. Tientallen kwamen er. Soms tot 80 of 90 toe. Samen werd er ook gesproken over de toestand van land en volk. En Le Feburé gaf onderwijs in Gods Woord en ook in de leidingen Gods, mede in de geschiedenis van Zijn kerk.

We kunnen rustig zeggen, dat de Heere deze „opleiding” ook heeft willen gebruiken voor Gezelle Meerburg. In een tijd, dat de waarheid zo flauw en half geopenbaard wordt, is het een aparte zegen geweest, dat dit gezelschap in Leiden geregeld samenkwam. En zou het te veel gezegd zijn, dat zeker één element daar in beginsel geoefend is? Ik bedoel het element in zijn prediking, dat we in deze artikelen uitgebreider zullen bezien: het boeteelement. In de gesprekken daar zal hij beluisterd hebben de bewogenheid met de toestand van ons volk en het letten op Gods stem.

Nog 26 jaar is Gezelle Meerburg, als zijnweg vanuit Leiden gaat naar de pastorie van Almkerk. 20 oktober 1833 doet hij in de gemeente van Almkerk en Emmikhoven zijn intree. Een leven van veel strijd en moeite ligt dan vóór hem, hoewel ook van bijzondere zegen door Gods genade. Wonderlijk passend bij dat leven is zijn intreetekst: Psalm 51 : 14b, 15: „De vrijmoedige geest ondersteune mij, zo zal ik de overtreders Uw wegen leren en de zondaars zullen zich tot U bekeren”.

Reeds vóórdat hij student was, had hij behoefte gevoeld om — als de Heere zijn begeerte vervulde en hem tot de bediening van dit ambt gebracht zou hebben — met dit Gods-Woord tot het ambt in te gaan. En God, Die hem leidde óók hierin, heeft dit gebed van zijn intreetekst willen verhoren. De zondag waarop Gezelle Meerburg ’s middags zijn intrede als predikant van Almkerk en Emmichoven deed, was de kerk overvol. De gemeente zelf was goed opgekomen en daarbij waren velen uit de omtrek ook tegenwoordig om zijn eerste preek als predikant te beluisteren.

Op zichzelf geen vreemde zaak. ’t Zal in die tijd ook al wel zo geweest zijn, dat zo'n bijzondere dienst meer mensen trekt.

Daarbij was het gerucht van zijn prediking vóór zijn bevestiging al doorgedrongen en misschien heeft ook het feit, dat de gemeente vóór zijn komst vrij lange tijd vakant ge; weest was, invloed op de grote toeloop van mensen bij de intreedienst gehad.

Toch is het zonder twijfel, dat hier ook iets anders spreekt. In het midden van de gemeente Almkerk was in die dagen nog een honger naar de zuivere bediening van Gods Woord, ’t Grootste gedeelte begeerde een predikant, die de vrije-genadeleer in zijn prediking liet doorblinken. Men was ook afkerig voor een belangrijk deel van het zingen van de zgn. evangelische gezangen. Uit mededelingen van later tijd blijkt het, dat in de gemeente een volk gevonden wordt, dat niet vreemd is aan de praktijk der godzaligheid en deze ook in onderlinge gemeenschap beoefent.

En niet alleen in eigen gemeente is de begeerte naar de zuivere leer, ook de omgeving van Almkerk en Emmichoven stond er niet afkerig tegenover.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.