+ Meer informatie

Wat is daarop uw antwoord?

3 minuten leestijd

In ons kerkelijk leven zijn verschillende momenten waarop bovenstaande vraag wordt gesteld. Te denken valt aan het dopen van kinderen of volwassenen, het doen van belijdenis, de huwelijksbevestiging en de bevestiging van ambtsdragers. In al deze gevallen is het antwoord al voorgedrukt (formulierenboekje 1974), namelijk ‘ja’.

Het is bekend dat niet alle ja-zeggers dit antwoord in hun verdere leven kunnen volhouden: kerkverlating, scheiding. Betreffende de ja-zeggers die dit wel kunnen, worden in de Dordtse Leerregels hfd. V behartenswaardige dingen gezegd: de volharding der heiligen.

Bij de kinderdoop wordt telkens als de ouders een kind laten dopen deze vraag gesteld. Bij het avondmaal wordt deze vraag niet telkens gesteld, bij het het belijdenis doen heb je immers al ‘ja’ gezegd. Door veel gemeenteleden wordt het lopen naar de avondmaalstafel als een opnieuw afleggen van belijdenis gezien. Een suggestie hierbij is de volgende: nadat het formulier is gelezen leest de predikant de geloofsbelijdenis voor terwijl de gemeente zit. Hierna vraagt hij de gemeenteleden die willen aangaan om op te staan en stelt hij hun collectief de vraag ‘wat is daarop uw antwoord?’ Deze leden antwoorden dan met ‘ja’.

Er zijn echter ook vragen waar het antwoord niet zo eenvoudig is. Ik doel op de vragen naar aanleiding van de ambtsdragersconferentie en de kerkendag te vinden in AC 2017 nr. 4 en 5.

Welk antwoord geeft uw kerkenraad op de vraag of de prediking in uw gemeente middenorthodox is? Wat vindt uw kerkenraad van de criteria van prof. Kremer betreffende de prediking? Zijn deze criteria uit 1954 nog relevant in 2017? Hoe staat het met de kennis van begrippen betreffende de prediking en gemeentebeschouwing? En heeft uw gemeente nog bestaansrecht lettend op wat speelde in 1892?

Je hoort nogal eens de opmerking dat met name jongeren deze zaken niet meer belangrijk vinden. Zij willen Jezus volgen en voelen zich veel minder lid van een bepaalde kerk.

Nu is het hartverwarmend als jongeren in deze tijd uitspreken dat zij Jezus willen volgen. Maar welke Jezus willen zij volgen?

Jezus die gezegd heeft (Joh. 8 : 7): “wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen.”

Jezus die gezegd heeft (Matt. 11 : 30): “mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Jezus die gezegd heeft (Joh. 3 : 5,7): “u moet opnieuw geboren worden om het Koninkrijk van God binnen te gaan.”

Jezus die gezegd heeft (Joh. 6 :35, 60): “Ik ben het brood des levens.” Met het gevolg dat veel van zijn volgelingen hem de rug toekeerden.

Kortom: is Jezus je Vriend of je Borg en Middelaar?

Het zal duidelijk zijn dat het bovenstaande niet of/of is bedoeld maar en/en. Maar is de prediking in onze gemeenten ook zo evenwichtig? Komt de verscheidenheid in onze kerken niet voort uit het eenzijdig accentueren van deze zaken?

Eenmaal in de drie jaar komt onze generale synode bijeen. Ik stel voor dat in de tussenliggende twee jaren de afgevaardigden ook bij elkaar komen om samen een of meer preken te maken die aan de bovengenoemde eisen voldoen. Deze preken kunnen dan in alle gemeenten worden voorgelezen.

Zou dit niet samenbindend kunnen werken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.